
Maaien is zoiets als stofzuigen, je hebt er geen zin, het moet, het moet met een machine en na afloop ontspan je weer, omdat het ding eindelijk z’n kop houdt. Dat het er weer knap uitziet, is mooi meegenomen, maar meer iets voor de buren.
Ik kijk elke dag tevreden naar mijn moestuintje zolang alles goed gaat. Vanochtend had 1 slak, in z’n eentje, 2 beginnende kroppen sla opgevroten. Hoe ik dat weet?
Die kroppen staan in afwachting van ruimte – moet ik (moi) eerst de grote kroppen in de tuin opeten – in een bloembak, buiten bereik van vraatzucht op een stoeltje. Moet ik, onnozele, die bak niet gisterenavond in het gras zetten en hem daar laten staan. De slak begon al aan de derde krop. Hatsekidee, over de schutting met dat beest.

Die rabarber heb ik laten groeien, ook al omdat ik die groente als plant zo aantrekkelijk vind. Of is het fruit? Neen, tomaten, dat is fruit en je eet het als groente, bij rabarber is het precies andersom. Moet je er wel eerst comp?¥te van maken. Dat gaat vandaag gebeuren, dat komt, mijn man is er dol op. En ene Robertine.

Op de achtergrond de tomaten
Volgens de buurman F. moet ik de preibloem binnen te drogen hangen om de zaadjes op te vangen en dan vroeg in het voorjaar zaaien. Ik dacht dat dat in het najaar moest. Prei is toch een winterplant? Laat ik de bloem staan, vreten de vogels alles op. Nu is het een hangplek voor bijen, vlinders, zweefvliegen en andere insecten. Honing met preismaak.
Kruidenvrouwtje, bij wie ik donderdag koriander kocht, vertelde dat ze dit jaar nog nooit zoveel bijen had gehad. Vorig jaar was het niet veel soeps, nu is het zo druk dat ze moet uitkijken niet gestoken te worden.