
Na vijven ‘s middags staat de zon als hij er tenminste is, nog lang in het kleine voortuintje. Horen en zien vergaat je, want de struik die altijd boven de buxus uitgroeit, bloeit nu en zit onder de bijen, die een krankzinnige herrie maken met hun gezoem. Die plant is de cornus sanguinea, de rode kornoelje. Wist ik niet, dacht ik wel, bevestigd door de BBC plantfinder. Het lijkt wel of er dit jaar veel meer bijen zijn. Ik wilde zeggen, ingezoemd, maar bedoel van dichtbij, woordspelingen blijken niet te vermijden:

Ik zit op mijn stoeltje, luister en kijk omhoog. Ik tel nu zeven zwaluwen in plaats van de drie waarmee we hier begonnen. Zouden dat de kleintjes zijn? De eerste Nederlandse zwaluw van beleefdelente is vanochtend het nest uitgevlogen. Als je morgenvroeg kijkt, zie je waarschijnlijk de rest ook wegvliegen.

Morgen komt Siebe. Dan zet ik er een stoeltje naast.
En nummertje twee is de deur uit: Beleef de lente.
En toen waren er nog drie:
