Deze dag staat in het teken van fourageren en kwartiermaken, oftewel boodschappen doen en proberen de binnentemperatuur boven de 10¬?C te krijgen. Dat laatste valt nog vies tegen. Nu ik de rookkachel op kolen in de salon aan de praat heb weten te krijgen, zit de hele familie daar, terwijl ik in de keuken het houtvuur in de gaten hou met ?©?©n oog op de thermometer: 11¬?C.
Dat komt voornamelijk door het stuk plastic dat ik tegen de deur achter heb aan geprikt. Dat plastic komt uit de schuur en geeft een wonderlijke geur af, om niet te zeggen ranzig, er zal wel een of ander beest overheen hebben gepiest. Ik zeg niks, dan merken ze er hier misschien ook niets van.
Het ziet er op de foto’s misschien ijskoud uit, het is hier – buiten – toch tamelijk aangenaam. Tot een half uur geleden scheen de zon en ik ben zelfs met zonder jas de deur uitgegaan om me bij de buren te melden, die het gelukkig allemaal nog doen. Dat zonder jas is natuurlijk nep, drie vesten over elkaar.
Morgen gaat het regenen, zei Paulette. Geeft niks, we blijven lekker binnen bij de kachel. Woensdag kunnen we bij de slager een stuk sanglier halen, waarover later meer. Want dat jagen en al dat wild, dat is ook allemaal nep.


Maar het is verder wel leuk? En zo?
Het is natuurlijk heel leuk, beetje slap kletsen. Het begint nu eindelijk verdraaglijk te worden, die kou dan. Buiten is het echt veel lekkerder.