Dat zou de NS eens moeten proberen! Zonder opgaaf van redenen eerst de vlucht anderhalf uur later willen laten vertrekken en vervolgens hem doodleuk annuleren. Het vliegtuig waarmee we uiteindelijk gingen, zat half vol. De mensen mopperden nog een beetje na, want er hadden nog twee vluchten tussen de oorspronkelijke en de definieve gezeten. We kregen als doekje voor het bloeden wel allerlei dingen aangeboden, waaronder een maaltijd. Vooruit dan maar weer.
In Londen Heathrow was het eerst wandelen door eindeloze gangen geblazen. Die gangen hadden niets van de drukte van een moderne luchthaven, maar meer iets van een verlaten kantoor.
– Hier hebben ze Toren C opgenomen, merkte Y. op.
Overal zuurstofloze ruimtes en nergens kun je naar buiten kijken. De rit naar het Central Bus Station waar de bus naar Oxford vertrekt, ging bijna vanzelf – volg de borden is het devies – en we waren nog niet ingestapt, of hij reed al weg. Mooi. Van die anderhalve minuut buitenlucht waren we toch een beetje opgeknapt. Jammer genoeg was het al donker, dus naar buiten kijken was er weer niet bij.
De tocht ging razendsnel, want hoewel er 90 minuten voor staat, waren we elk gevoel voor tijd kwijtgeraakt.
Nu zit ik in een B&B een eindje buiten het centrum, waar ik vanuit het College van Y. met een taxi naar toe ben gereden. De kamer is, tja, hoe zal ik die beschrijven, keurig, zullen we maar zeggen. Buiten raast het verkeer van de Branbury Road. De lakens en dekens maken een nylon indruk, maar dat zal wel typisch Engels zijn. De mensen zijn hier allemaal even hartelijk, dat moet gezegd. Je schaamt je eigen plaatsvervangend en met terugwerkende kracht toch voor de Nederlanders in het algemeen en de Amsterdammers in het bijzonder. Nu neem ik de bus en ga een kijkje in het centrum nemen.

