
Piepkleine rode bloempjes van de hazelaar
De eerste zondag moeten er altijd inkopen worden gedaan, want hoewel we gisteren abnormaal vroeg thuiskwamen, hadden we geen zin om onderweg uit te stappen. Er moest een record worden gebroken. Bovendien blijken we altijd te moe om te eten.
Siebe lag al om 20:30 buiten westen, de rest viel iets later om en ik werd toevallig om een uur of 3 wakker, zodat ik mooi de laatste ritten van de 1500m kon zien. De Franse TV leverde er jammer genoeg geen commentaar bij, die zuidelijke types kunnen altijd zo lekker hysterisch tekeer gaan in hun enthousiasme. Hilversum 1 erbij aan was geen optie, omdat het geluid voorliep op het beeld en zo spanning bedierf. Moeten ze nog starten, weet je al dat Shani Davis een mindere openingstijd heeft, niks aan. Maar een mooie rit van Tuitert.

Helleborus bloeit bijna
Vanochtend gingen we het nieuwe vleespaleis van de slager bewonderen, die ondanks de crisis kans heeft gezien van het piepkleine vooroorlogse zaakje een moderne glimmende winkel te maken. De concurrent aan de overkant had al zoiets, zou dat het zijn geweest?
Toen we de boodschappen van de Intermarch?¬© in de auto aan het laden waren, knetterde er een akelig gekraak over de parkeerplaats. Een suffe prutser parkeerde z’n rechtervoorkant in de linkerachterkant van een stilstaande auto. Hij deed net of er niets gebeurd was, zette hem ergens anders neer en liep achterbaks de andere kant opkijkend de winkel in. Wat een flauwe stinkstreek! Hoe noemde de huisarts dat ook weer een jaar geleden? Een naaistreek.
Die ging ik er eens fijn bijlappen. Nu hou ik niet van klikken, maar dit soort achterbakse anonieme streken, daar heb ik zo’n gruwelijke pesthekel aan, vooral omdat zoiets hier in deze vriendelijke boerengemeenschap ongekend is. Ik was net een briefje aan componeren, toen de eigenaar van de beschadigde auto eraan kwam. We hebben de confrontatie tussen dader en slachtoffer verder niet afgewacht, maar gingen naar huis om al dat lekkers te proeven.