Ik ben nog niet helemaal hersteld van de dreun die die semi-arts uit het vorige stukje me donderdag gaf, maar weet je wat, ik gooi er een kleine anekdote tegenaan, die ik van de week hoorde.
In de tijd dat er nog een trein reed tussen Saint Sulpice en Dun le Palestel, ontdekte de vader van een familie uit het gehucht La B** op een gegeven moment dat er hout verdween uit hun schuur. Elke keer een of twee blokken, niet veel, maar genoeg om opgemerkt te worden.
Het was wel duidelijk wie de dader moest zijn, een oude buurvrouw die wel vaker – weliswaar op kleine schaal – blijk gaf het verschil tussen mijn en dijn niet te kennen. Maar hoe bewijs je dat? En trouwens, misschien was zij het wel niet.
Ik heb al heel wat verhalen gehoord over kleine diefjes, waarvan iedereen op de hoogte is, maar die nooit openlijk worden beschuldigd wegens gebrek aan bewijs. Ze vergissen zich natuurlijk ook wel eens. Hier in onze buurt hebben ze creatieve oplossingen om die boefjes een lesje te leren en meteen het bewijs te leveren.
Want wat deed die brave huisvader nu om dat vrouwtje mores te leren?
Hij boorde een gaatje in een houtblok, vulde dat met kruit uit zijn jachtgeweer, stopte het dicht en legde het blok weer tussen het hout.
En toen was het een kwestie van wachten.
En warempel, na twee dagen klonk er halverwege de ochtend een flinke explosie vanuit het huisje van de oude buurvrouw, gietijzeren plaat lag van het houtfornuis en de kamer stond vol rook.
Aha. Bewijs geleverd en het jatten gestaakt.
Authentique, beste mensen, authentique!

Haha! Geniaal! Gelukkig is ze niet aan een hartaanval gestorven!
Krek mijn opa uit Brabant… die had zo’n geintje ook kunnen flikken!
Ha, die Ingrid! Leuk!
Dat vrouwtje werd op een gegeven moment betrapt toen ze in sandermans kersenboom kersen aan het plukken was.
De toenmalige stationschef (dat moet wel lang geleden zijn, toen het station nog functioneerde) haalde het laddertje weg en ging ergens anders zitten gniffelen tot hij haar om hulp hoorde roepen.
Zo doen ze dat.