Adel verplicht

BeforeZo beginnen we elke ochtend: met fris water en dito moed

Wat me enorm dwars zit en wat me het schrijven en het tekenen belet, zijn de zorgen en de shit die de afwikkeling van mijn huwelijk me brengen.
Ik kan er niet van slapen, ik sleep me daardoor halfdood naar mijn werk, veroorzaak net geen ongelukken en beland als de vrije dagen daar zijn, met koorts in bed zoals vorig weekend.

Als ik niet ziek ben, vergeet ik wel mijn sleutels, mijn handschoenen, mijn mobieltje of te tanken.
Boodschappenlijstje ligt nog op tafel of wordt op dit eigenste moment meegewassen in de zak van mijn schort in de wasmachine, ik laat het gas aanstaan, water lopen, doe de deur niet op slot als ik vertrek etc.

AfterEn dan ziet het er na een paar uur zo uit: net het echte leven

Ik heb geen zin om het er hier verder uitgebreid over te hebben, maar ik wil maar zeggen dat het speelt. Het deel van mijn hersens dat schrijft, schildert en tekent, wordt in beslag gemonen(sic!) genomen door stompzinnige fantasieloze zaken. Doodt alle creativiteit. Nou ja, dat doet het al jaren.

Een ander beletsel is de discretie die het beroep eist, want de verhalen liggen hier voor het oprapen en ik kan niks zeggen.

Nu kwam ik laatst aanrijden bij een klantje waar ik de auto altijd afhankelijk van de rijrichting, of aan de overkant of naast hun huis parkeer, logisch. Om midden op die weg te keren is niet zonder gevaar, omdat het tegemoetkomend verkeer 20 meter voor het huis altijd snoeihard uit een scherpe bocht aan komt vliegen. Dat gevaar geldt ook voor oversteken. Bovendien moet ik altijd in dezelfde richting voort naar de volgende.
We hebben het over de openbare weg.

Wat zag ik net op tijd liggen? Een dikke paal van beton dwars op de berm. De boodschap was duidelijk, Fou le Camp! en Verboden te Parkeren!
Ik ontweek hem net en parkeerde ervoor.

View on road to Les VerrinesIn de verte in het midden de weg die ik minstens 4x per dag neem

Aan mijn klantjes vroeg ik of ze die paal hadden zien liggen.
Ja, die hadden ze. Dat was hun buurman geweest, een als emmerdeur” bekend staande man.
– Hij is de zoon van een Nazi, zei R. (de man van mijn klantje) nog.
Daar kon hij niks aan doen, vond ik. Maar had ik de boodschap goed begrepen dat hij geen auto’s aan de overkant van de weg geparkeerd wilde zien? Inderdaad.
En waarom vraagt hij dat niet direct aan mij, in plaats van te hinten met beton?
– Omdat hij gestoord (cinglé) is en denkt dat hij overal de baas is. Hij wilde burgemeester worden van [..] en toen werd hij tot zijn grote woede niet verkozen, hahaha, kwaad dat-ie was! Alsof niet iedereen die conneries kent van die gek.
R. verkneukelde zich bij de herinnering.

Toen ik een tijdje later in de slaapkamer bezig was en een tapijtje wilde uitkloppen, hoorde ik buiten stemmen. Ik stak mijn kop uit het raam en keek midden in het smoelwerk van de zoon van een nazi.
Die vertrok geen spier maar ging door met indringend in te praten op R.
– Je moet tegen haar zeggen dat dat ze daar niet kan parkeren! hoorde ik hem wel 3 keer zeggen, terwijl ik hem geamuseerd bleef aankijken.
R. die niet wist dat ik er ook was, antwoordde helemaal niet, wat ik waardeerde.

Waarom die bolle man met zijn door zijn gedienstige vrouw gestreken overhemd en broek, die hij natuurlijk tot onder de oksel had opgetrokken, mij niet direct aansprak, begreep ik toen wel: hij had geen poot om op te staan en zag aan mijn grijns dat hij geen partij voor me was.
Van dat soort kleinburgerlijke types maak ik heel beleefd en met gemak gehakt. In het Frans, hè, in het Frans.

De volgende dag stond er een zwart autootje op dezelfde plek aan de overkant geparkeerd, wat ik al heel vaak had gezien.
– Kijk, moet meneer Emmerdeur niet uitrukken om die auto weg te sturen? vroeg ik aan mijn klantjes.
Nee, neen, dan had ik het niet helemaal begrepen: dat is Florence, die werkt bij hem.
Wat? Ik had het inderdaad niet begrepen. Het verbod gold alleen voor de bezoekers van iedereen, behalve die van monsieur Con. Ik dacht dat het hem om een smetteloze berm te doen was.

Ik kwam even in de verleiding een paar weken dagelijks mijn gebutste bak bij hem voor de deur te zetten, is niet verboden, is de publieke ruimte, maar zag er toch vanaf: je moet je niet tot datzelfde niveau verlagen.

Cake from a Nordic Ware Platinum Rose Cast Aluminum Bundt PanWe gaan maar weer iets lekkers bakken, zucht

En dat geldt voor ongeveer alles in het leven. Noblesse oblige.
(Toch even die nazi googlen)

6 thoughts on “Adel verplicht”

  1. Heerlijk, hè? De nachtegaal is er ook weer hoorde ik vannacht.
    En de zwaluwen. En gisteren heb ik lekker een grote fik gestookt van al de takken die ik had gesnoeid. Schijnt niet meer te mogen, geloof ik, alles moet naar de déchetterie.

    Vandaag omhein ik de moestuin en kunnen eindelijk de doperwten erin, de palmkool en als ik het durf de dahlia’s. Pruimenbomen en bigarreaux bloeien. Hopelijk geen vorst, geen hagel of andere ellende die vorig jaar alle fruitoogsten deed mislukken.
    Maar eerst twee tekeningen afmaken en een nieuwe beginnen. Morgen nog een vrije dag, hoera! Dus ja, hoor, het gaat goed.

  2. Jammer, fik kan hier niet, maar de doperwten staan al boven de grond!

  3. Fik mag hier ook niet, zei ik al, maar hier doen ze alles wat verboden is. Ik stook fik als het een beetje miezert en de wind van het dorp afstaat. Safety first.
    Ik had de doperwten in de week gezet, ze zullen wel snel de spurt inzetten, hoop ik. Oh, wat lekker, toch, verse doperwten!

  4. Blauwschokkers zijn het hier. Maar ik durf nog niet, de nachten zijn nog fris. Ik bewonder je doorzettingsvermogen. XXX

  5. Het is meer de moed der wanhoop, geloof ik. 😉
    Ik had maandag de boel omheind, zie ik dinsdag tussen de middag Pattescourtes II (“Patty”) gezellig tussen de aardbeien.
    Hahahaha, ik ben een prutser, vanmiddag kijken of ik het gat kan vinden.

Comments are closed.