Pilletjes

image

Ik zit hier mijn beurt af te wachten bij de huisarts in flauw lentezonnetje. Dit bezoek is al weken uitgesteld, omdat “het wel over zou gaan”, ik citeer mezelf.

Het is niet overgegaan. Zo kan ik niet naar Frankrijk, want het vooruitzicht in de handen van die vrolijke roddelaar dokter M. te vallen, neen, mag ik daar hartelijk voor bedanken?

En wat heb ik dan? Iets aan mijn achillespees, of zoals Imme Dros het zaterdag op de radio noemde: Achilleuspees.

Ik ga op reis en neem mee

troep met boeken

Het wordt tijd om spullen te verzamelen die woensdag mee moeten. Boeken, dvd’s, wegwerplenzen, thee, dingetjes en die enorm uit de hand gelopen kwekerij. De groentekraam op de markt bood al aan me voor het vervoer hun kratten te lenen, wat goed zou uitkomen. Alleen gestapeld kan de bende mee. Het zijn tenslotte hun tomaten die ik ervoor heb gebruikt, en een ander soort aardpeer, om eens te kijken wat daar uitkomt. Precies hetzelfde, denk ik.

ze groeien te hard

Bij Pantheon heb ik me getrakteerd op deel 1 van Nop Maas z’n biografie van Reve en ik ben in afwachting van de twee delen over de familie Platter waarvan ik deel 2 laatst uit de bibliotheek had. Verder ben ik al weken te moe om nu nog iets anders te doen dan dit.

Vanaf donderdag zal ik op locatie verslag doen van beoogde kip-, plant- en timmerwerkzaamheden en verdere integratieactiviteiten.
Een kleine deuk in dit glanzende toekomstperspectief is het bericht van Vreeken dat hij bijna onder zijn eigen succes bezwijkt: de hoeveelheid bestellingen is zo groot dat de levering in een aantal gevallen niet op tijd komt. Als hij mijn bestelling vandaag verstuurt, is er niets aan de hand. Komt die later, dan zal ik Paulette eens vragen waar zij haar kweekgoed vandaan heeft. C’est comme ??üa.

Falend materieel

prei in de tunnel
Prei in de tunnel in de bloembak op balkon

De tijd begint te dringen, want de temperatuur stijgt plotseling weer. Niet hier in huis, hier is de nieuwe CV-ketel sinds 1e Paasdag buiten werking en alsof dat niet genoeg was, bleek het signaal van de mobiele telefoon te haperen, terwijl ik dat nummer net had doorgegeven aan de reparerende instanties.
Ik heb daarom weer fijn ruzie met iedereen gemaakt, instanties telefonisch treiteren is my middle name, jammer dat het zo duur is. Dat pesten verdienen ze alleen al vanwege de menu’s die je door moet worstelen, en als je bv je banknummer of mobiele nummer (verplicht) hebt ingetoetst ?‚Ć 0,50 / min, dat ze dat dan weer vragen.
– Mag ik uw mobiele nummer?
– Dat zou u toch moeten weten, u hebt er net naar gevraagd. Werkt uw geheugen zo beroerd?
Dat vinden ze niet fijn. Wat ik weer niet fijn vind, is tot drie keer toe verbroken te worden, als je net 10 minuten op je beurt heb gewacht ?† datzelfde bedrag. Moet je dat verdomde kutmenu weer helemaal door. En nog een keer. En moet je nummer er weer inprikken. En nog een keer.
– Mag ik uw mobiele nummer?
– Neen, godlasterdelaster, dat heb ik u al 2x gegeven.
De stemming stijgt, maar helaas daalt ook het niveau. Ik was razend.

Hier in mijn werkhok brandt gelukkig een gewone gaskachel zonder printplaat, want dat hoorde ik net van de oorspronkelijke installateur, de printplaat moest vervangen worden. Het lot van de lucifer loopt gelijk op met dat van de krant, alleen nog maar digitaal verkrijgbaar.

Kwekerij tomaten
Kwekerij draait op volle toeren

Ik heb nu bijna alles in grotere potjes gezet en ze allemaal gelabeld, want zodra ik er een paar heb weggezet, weet ik echt niet meer wat erin zit. Ik kan moeilijk de buurman uit Ch?¬¢teauroux knollen voor citroenen verkopen, ik bedoel, kerstomaatjes schenken, terwijl hij coeur de boeuf verwacht. Ik kon twee dagen geleden de drang niet onderdrukken om alle buren even te bellen en met mijn tomatenvriend en zijn vrouw had ik een dubbelgesprek via zo’n ouderwets meeluisterding, zodat zijn commentaar ergens uit de verte doorkwam. Ze zijn er ook als wij volgende week arriveren, riepen ze vrolijk en aanstekelijk uit. Hoera!

Rolletjes

Ik moet in komende tijd de volgende dingen doen: een kippennachthok timmeren, de kippenren vergroten, een stuk grasland omspitten voor al dat kweekgoed en nog hier en daar een klein klusje in huis, zoals de badkamer en misschien de salon ( Ik wil de four achter de gipsplaten nu eindelijk eens zien).

Verder moet ik wc-rolletjes verzamelen en wel hierom: is dat geen geweldig idee?

Nu maar hopen dat de bestelling van Vreeken snel aankomt. Ze zullen het daar in Dordrecht wel heel, heel erg druk hebben.

Huis in Frankrijk

Huis van de buren
Huis in Frankrijk

Waar gaat dit boek over? De ondertitel luidt: Nederlanders en hun maison de campagne. Dat mag dan het onderwerp zijn, alleen herken ik mezelf, Nederlander met een huis in Frankrijk, er voor geen meter in.
Het boek bestaat uit foto’s, interviews en een paar beschouwende stukken over het tweede huis in Frankrijk, met overzichtskaartjes waar te zien is in welke departementen de meeste Britten, Belgen, Nederlanders en andere buitenlanders zich bevinden.
Het eerste dat me opvalt, is dat sommige ge??ònterviewden het over “de Fransen” hebben in negatieve zin, zo’n beetje als die verschrikkelijk A. Jorritsma, die publiekelijk verklaarde dat “Frankrijk een prachtig land is, jammer dat er Fransen wonen”, een uitspraak die ze niet eens zelf bedacht had, maar daarmee niet minder grof.
Het woord achterlijk valt nogal eens en dat “ze” altijd om 12:00 uur ophouden met werken om dan 2 uur uitgebreid te gaan lunchen, want “wij Nederlanders werken door, met een boterhammetje mee op de tractor.” Ik pluk er maar hier aan daar iets uit, om te laten zien over welke soort we het hier hebben. Laat ik ook maar eens lekker generaliseren en chargeren.

De Nederlanders met een huis in Frankrijk zijn verwende, asociale rijkeluiskinderen. Ze schofferen hun buren door achter hun rug laatdunkende opmerkingen te maken, zoals de man wiens huis helemaal gestript was door een stelletje inbrekers: “De Fransen zijn zo onge??ònteresseerd in anderen, ze doen net of hun neus bloedt. Rotzakken zijn het.” De buren hadden wel iets gezien, maar niet gereageerd of de politie gebeld.
En hoe zou dat nu komen? Denk daar maar eens over na. Als je je als vreemdeling in een nieuwe omgeving vestigt, moet je kennis maken en in ieder geval communiceren. Een praatje maken, een borreltje schenken, vragen naar de gezondheid, het gewone standaardpakket van menselijke omgang. Het zou niet in mijn hoofd opkomen om zo raar over mijn lieve buren te praten, ben je nu helemaal betoeterd!
Jij, als Nederlander, bent degene die te gast is en daar heb je je naar te gedragen. Ik krijg de indruk dat deze verwende mensen denken dat ze recht hebben op hun plek in Frankrijk, alleen al omdat ze hun vette portemonnee hebben getrokken. Maar zo werkt dat niet! En zo werkt dat hier in Nederland natuurlijk ook niet.

4x4 citro?´n
4×4 Citro?¬¥n

Stel je voor dat de nieuwe rijken van de wereld (Chinezen, Arabieren, Mexicanen) alle leegstaande huizen in Nederland kopen, die voor veel geld verbouwen tot een Chinees, Arabisch, Mexicaans droompaleis, er 3x/jaar een weekje zitten, met niemand praten of omgaan en weer verdwijnen tot het volgende bezoekje. “Ik kom hier niet voor de Nederlanders, ik kom hier voor mijn rust”)
Dan weet ik ook niet of ik wel zou reageren als er een vreemde vrachtwagen spullen staat in te laden.

Ik moet vaststellen dat dit boek niet gaat over Nederlanders in het algemeen, maar alleen die verwerpelijke soort Nederlander, die zich met hun 4×4 met gele nummerplaat, veel te hard pratend een weg baant door mijn fijne gastland. God, wat heb ik ongezien een pesthekel aan deze types. Wat dat betreft is het boek geslaagd, het beschrijft een fenomeen dat we soms in z’n natuurlijke habitat kunnen bestuderen. Gelukkig hebben wij er in ons dorp geen last van, of nauwelijks. Onze buurman had het een tijdje geleden over een stel aso’s uit Parijs, die in ons Franse dorp een 2e huis hadden en die brood van de konijnen stalen, niet omdat ze geen geld hadden, maar integendeel, die dat deden uit OomDagobert-overwegingen.

De foto’s uit het boek zijn een beetje onbevredigend, want als je zo’n onderwerp hebt, idyllische huizen in onwaarschijnlijk mooie landschappen, is het moeilijk om niet in de val van de kalenderfotografie te trappen. Dat is het meestal niet, maar wat het wel is, is onduidelijk. Een beetje onevenwichtig allemaal, een beetje van dit en een beetje van dat. Er is gefotografeerd zonder idee, dat is het. En dat is toch een van de eerste dingen die je als fotograaf moet hebben, een idee.

Een gemiste kans, qua fotografie vooral dus, want verder ziet het er niet onaantrekkelijk uit. Het is een zoveelste publicatie, die op de nimmer verzadigde markt van boeken over Frankrijk wel aardig zal scoren.
Voor mij had het niet gehoeven.

Huis in Frankrijk, T. Metz, met fotografie van T. Baart en S. Elzinga. NAi uitgevers.

Dagelijks leven in Frankrijk