
Broodje kaas met knoflook
Oma vertelt:
R. en ik gingen 35 jaar geleden na ons eindexamen kamperen in de Savoie, niet ver van Chamb?¬¨¬©ry, op het stukje land van haar tante en oom, die daar zelf op dat moment ook waren. Ze hadden daar een blokhutje, een soortement chalet. We hadden toen ook al de hondjes en de cavia’s mee, maar dat deden we allemaal met de trein, met kampeerspullen, primus en tent, hoe is me een raadsel, maar we kwamen overal waar we wilden.
Door ons beperkte budget leefden we van stokbrood, Tomme de Savoie, knoflook en wijn uit van die flessen met een plastic dop en sterretjes in het glas. En van de kersen van de bomen op het landje. En natuurlijk eindeloze hoeveelheden thee.
In mijn herinnering begon het te regenen en te regenen om nooit meer op te houden. Het was zo erg dat overal op de berg onbekende bronnen ontsproten en we alleen nog maar met alle dieren in dat piepkleine tentje tussen de stromen water aan het wachten waren tot het eindelijk op zou houden. Zoiets hadden ze nog nooit meegemaakt, zeiden de mensen bij de bakker, zoveel water. We mochten daarom een paar nachten op de hooizolder van iemand uit het dorp slapen, wat ook weer onverwacht en ongekend was, nu ik erover nadenk. Toch scheen de zon ook wel.
We ontdekten op een gegeven moment een allerverrukkelijkste combinatie, een stukje brood belegd met kaas en daarop plakjes knoflook. Helemaal verslaafd aten we niks anders meer.
De tante en oom van R. waren hartelijke mensen die ons onze gang lieten gaan, maar ons ook af en toe uitnodigden voor een hapje of een kopje koffie. We stapten hun keuken in en namen plaats aan tafel. Tante begon met koffiespullen te scharrelen, maar hield op en snoof en snuffelde.
– Ruiken jullie niets?
Neen, we roken niks.
Ze draaide zenuwachtig aan de knoppen van het fornuis.
– Ik ruik gas, er lekt iets, de geiser misschien?
We roken natuurlijk niets. Ze snuffelde onze richting uit, tot we ons plotseling realiseerden dat wij het zelf waren die die gruwelijke dampen uitsloegen. We dreven op knoflook.
Vandaag heb ik hem weer geprobeerd, hoor, en ja, hij is nog steeds zo goed, die smaak. Niemand wil meer bij me in de buurt komen, haha.

Poes
Iets heel anders, we zijn al een paar nachten uit onze slaap gehouden door de krolse kat van het grote huis, een kind van de poes van Florine, en de kat van de familie B., een langharige cyperse kater. Waarom ze hier op ons bordes komen flikflooien, geen idee, of het moet zijn omdat het beton heel lang warm blijft, als de zon erop heeft gestaan.

Kater