Reclameblokje


Tassen, gordijnen, dekbedden, pyjama’s

Even een beetje reclame voor onze collega Elly van Zutphen. Ze heeft een hele aantrekkelijke webwinkel met mooie kwaliteitsspulletjes.
Je kunt ook een soort Tupperware-party’s met het assortiment houden. Verdien je er nog iets mee ook.

Things2ware

Tuinfilm met verrassing

H?¬¨?Ü h?¬¨?Ü, alles doet het weer. Een half uur geleden viel heel tropisch de stroom in de buurt uit. Dat gebeurde in Frankrijk ook plotseling, tot grote verbazing van onze buren, want we zitten in een gebied waar dat echt bijna nooit voorkomt, ook niet met onweer. De lamp boven de tafel hikte en gaf daarna minder licht. Dat komt volgens ons door de privatisering, EDF!
Nou ja, eindelijk zijn mijn suffe filmpjes te zien.

Lekkage


Broodje kaas met knoflook

Oma vertelt:
R. en ik gingen 35 jaar geleden na ons eindexamen kamperen in de Savoie, niet ver van Chamb?¬¨¬©ry, op het stukje land van haar tante en oom, die daar zelf op dat moment ook waren. Ze hadden daar een blokhutje, een soortement chalet. We hadden toen ook al de hondjes en de cavia’s mee, maar dat deden we allemaal met de trein, met kampeerspullen, primus en tent, hoe is me een raadsel, maar we kwamen overal waar we wilden.

Door ons beperkte budget leefden we van stokbrood, Tomme de Savoie, knoflook en wijn uit van die flessen met een plastic dop en sterretjes in het glas. En van de kersen van de bomen op het landje. En natuurlijk eindeloze hoeveelheden thee.

In mijn herinnering begon het te regenen en te regenen om nooit meer op te houden. Het was zo erg dat overal op de berg onbekende bronnen ontsproten en we alleen nog maar met alle dieren in dat piepkleine tentje tussen de stromen water aan het wachten waren tot het eindelijk op zou houden. Zoiets hadden ze nog nooit meegemaakt, zeiden de mensen bij de bakker, zoveel water. We mochten daarom een paar nachten op de hooizolder van iemand uit het dorp slapen, wat ook weer onverwacht en ongekend was, nu ik erover nadenk. Toch scheen de zon ook wel.

We ontdekten op een gegeven moment een allerverrukkelijkste combinatie, een stukje brood belegd met kaas en daarop plakjes knoflook. Helemaal verslaafd aten we niks anders meer.

De tante en oom van R. waren hartelijke mensen die ons onze gang lieten gaan, maar ons ook af en toe uitnodigden voor een hapje of een kopje koffie. We stapten hun keuken in en namen plaats aan tafel. Tante begon met koffiespullen te scharrelen, maar hield op en snoof en snuffelde.
– Ruiken jullie niets?
Neen, we roken niks.
Ze draaide zenuwachtig aan de knoppen van het fornuis.
– Ik ruik gas, er lekt iets, de geiser misschien?
We roken natuurlijk niets. Ze snuffelde onze richting uit, tot we ons plotseling realiseerden dat wij het zelf waren die die gruwelijke dampen uitsloegen. We dreven op knoflook.

Vandaag heb ik hem weer geprobeerd, hoor, en ja, hij is nog steeds zo goed, die smaak. Niemand wil meer bij me in de buurt komen, haha.


Poes

Iets heel anders, we zijn al een paar nachten uit onze slaap gehouden door de krolse kat van het grote huis, een kind van de poes van Florine, en de kat van de familie B., een langharige cyperse kater. Waarom ze hier op ons bordes komen flikflooien, geen idee, of het moet zijn omdat het beton heel lang warm blijft, als de zon erop heeft gestaan.


Kater

Burgemeester


Ochtendleesplek

We haalden even brood. Yeva en ik en gingen op de terugweg langs de familie G. voor melk. Na ons stopte een auto op het erf. Meneer G., archetype boer dwz blauw hesje, petje, schriel, kromme beentjes en een gezond en gerimpeld uiterlijk, begroette de bestuurder met:
– Bonjour monsieur le Maire!
Warempel, het was hem. Nu heb ik niks van die gemeenteraadsverkiezingen begrepen, alleen dat bijvoorbeeld de man van paardencentrum Cheval Rouge (Christian) aanzienlijk meer stemmen had gekregen dan deze meneer Delafont. Daar ga ik eens een studie van maken.
In ieder geval, onze burgemeester liet zijn VVV-kletspraat meteen op ons los en riep dat het leven in de Creuse toch weer geweldig was, nu ook de zon zo heerlijk aan het schijnen was, of woorden van gelijke strekking.
Dat beaamde ik natuurlijk, maar dat de room van de familie G. ook een bijdrage aan de kwaliteit van het leven in ons departement leverde.

– Ha!, zei de burgemeester, u weet precies waar u moet zijn voor kwaliteit.
– Ik heb mijn adresjes, zei ik onbescheiden.

We gingen de keuken in en ik kreeg die lekkere vette room van mevrouw in een potje mee, waarbij ze zoals altijd elk gemorst drupje van haar vingers likte. De burgemeester kwam ook binnen, met een koelbox: die was wat van plan zo te zien.
– Ja, mevrouw G., de Engelsen weten uw spullen ook te waarderen! riep hij opgetogen.
– Deze dames komen anders uit Nederland, zei mevrouw G., met ingezwachtelde benen en al snibbig. Hahaha, goeie, mevrouw G.! Niet te populair doen, meneer de burgemeester!
– Nou ja, de Engelsen vinden de room ook lekker, probeerde hij zijn gezicht te redden.
Nee, dat lukte niet goed.
We namen afscheid en verheugden ons alweer op ons volgende bezoek in juli.
– Bon retour, zei hij.
Nou, vooruit dan maar.
(Jelui kunt zeker wel aan mijn stijl horen dat ik nu de flutboekjes van Saar aan het lezen ben)

Sieb stampt ondertussen Franse woordjes en grammatica in zijn kop. Dat zou ik ook moeten doen, want ik doe maar wat. Als ik hier een half jaar zou zitten, spreek ik een soort Achterhoeks of Drents Frans, want ik neem dat grappige accent met die rollende r blind over. Ze zetten hier ook achter elk woord een stomme e: Bonjourrrrrruh. Au revoirrruh. De meisjes schamen zich als ik dat bij het verlaten van een winkel zeg, net zoals ik geen wha mag zeggen, in plaats van netjes oui.

En dan volgt hier nog de bekende kalenderfotografie:


Zeeuwsknoopje heeft dit jaar wel genoeg water gekregen


Ik heb vandaag al deze veronicaatjes met de grasmaaiert een kopje kleiner gemaakt


Er verschijnt ?©?©n knopje met bloemen

Druk!

Gisteren was ik – kantoorjuf – zo lamlendig dat ik een siestaatje heb gehouden. Maar eerst moest er naar de markt gegaan worden en behalve van alle standaardkramen: geitenkaas en vlees van de moeder en de oom van de slisser, houden we vooral van de Spaanse kraam.

Alleen de gedachte aan de tapenade met koriander doet mij (en Yeva) letterlijk watertanden. En de Baskische kaasverkoper is dan wel heel erg duur, de brebis is verrukkelijk.

Verder heb ik alle drie de delen van de tuin waarin moet worden gezaaid ontdaan van onkruid, alles met de hak, jawel en dat valt niet mee, hoewel het een ideaal werktuig is.
– Je bent het niet gewend, giechelde Simone, toen ik haar van mijn slappe kantoorfysiek vertelde en de noodzaak tot middagtukje. Dat deed zij ook altijd, maar zonder in de tuin gewerkt te hebben. Ze heeft nog nooit iets gedaan, volgens haar vriendin Lucienne A., wat die niet nalaat steeds maar weer te melden. Daar moet ik altijd weer om lachen, vooral als ik erin slaag haar die uitspraak te ontlokken. Dat lukt altijd.

Bij het zuring- en brandnetelhakken stuitte ik op de topinamboer van Margot. Die was – zonder ooit te bloeien – in september omgevallen, waarna ik hem eigenlijk was vergeten. Het voelde als de vinden van een begraven schat, zoveel knolletjes! Ik heb een gedeelte laten zitten en ik heb er een paar op een andere plek in de grond gestopt. Deze moeten nog.

De tomaten moeten in potjes, zodat ik ze aan de buren kan geven. Ze zijn nog een beetje te klein voor de grote boze wereld van de tuin. Ik ga zo weer verder met een omheining van waslijn maken, niet tegen vernielzuchtige herten of andere dieren, maar voor het buurmeisje, als die tenminste in onze afwezigheid ons veld wil maaien. Ik moet het haar nog vragen.

Dagelijks leven in Frankrijk