Tegelpraat

Amsterdam, canal
Binnenkant vanaf de Oude Waal, antique gray van LightRoom

Ik sukkelde vanochtend met de hondjes langs de Oude Waal, piekerend over vermissingen, verdriet en vroeger, toen op de hoek, vlak bij de Montelbaanstoren een kleine vrouw midden op straat zo kordaat stilhield, dat ze het duidelijk op mij voorzien had. Ik kende haar al jaren van gezicht, maar had er nog nooit een woord mee gewisseld, een verschrompeld, typisch Amsterdams vrouwtje, niet langer dan 1,60 m, en twee wijduitstaande magere beentjes. Ze liep mank. Het komt vooral door mijn volkstuintrauma, waardoor ik dat soort types mijdt, omdat die – altijd chagrijnig – in het wilde weg, op alles en iedereen kankeren. Haar ontwijken kon niet, ze liet me niet door.
– Wat een schatjes! begon ze. Ze konden heel erg zijn, gaf ik toe. Ze had een lief gezichtje, niks volkstuins.
– Ik zeg tegen hem, ging ze door, ik zeg, dat is toch niet normaal?
Wat? Ze begon haar verhaal ergens in het midden, maar ze zou en moest het kwijt.
– Hij sloeg hem met een riem!
Waar ging het over?
– Hij sloeg z’n hond met een riem! Die man! Die ken je wel, met die twee honden! Ik zeg, hou op, zeg ik. Ik zeg dat doe je toch niet?
Geen idee welke man met twee honden. Ik ken er wel een paar, maar die heb ik nog nooit zien slaan.
– Dat heeft ook helemaal geen zin, een hond slaan, zei ik om maar iets te zeggen.
– Met een riem! Hij sloeg hem met een riem!
Met een riem was helemaal nutteloos, dat vond ik ook.
– Ik zeg, mensen die niet goed zijn voor dieren, zijn ook niet goed voor mensen.
Dat zou kunnen.
– Andersom is dat weer niet waar, zei ik, denkend aan Jan Sierhuis, die mij eens liet raden hoe de herdershond van Hitler heette (Blondie!). Jan Sierhuis woonde trouwens 50 meter verderop, dus dat klopte.

Amsterdam
Vlak bij Jan Sierhuis, antique gray van LightRoom

Het vrouwtje herhaalde haar uitspraak nog een paar keer, en ik zag hem alweer geborduurd en ingelijst bij haar aan de muur hangen, naast het Schippertje, een klok met een slinger en gewichten, die iedereen van haar generatie en stand heeft. Ze was een stuk beter te pruimen dan die slappe tegelpraat van een Connie Palmen bij De Wereld Draait Door, waar sommige mensen op twitter helemaal op stuk gingen, zo diepzinnig vonden ze dat: Rouwen is Verliefdheid Zonder Verlossing.
Zelden heb ik zulk een gezwets zo zonder enige zelfkritiek horen uitkramen. (Wat zei Maarten ‘t Hart ook weer over haar? Zoek dat maar eens op.)

Het vrouwtje op de Ouwe Waal zei op zijn Amsterdams Tot ziens, lieverd, en hinkepootte door naar de Kalkmarkt. Wie zou ze bedoeld hebben met die man met z’n honden?

Past niet

Tape dispenser

Koop ik bij de HEMA een plakbandrolhouder of hoe heet zoiets, want ik heb op 3 verschillende plekken af en toe plakband nodig, passen de rolletjes er niet in! Speciale plakband voor zo’n ding te kopen weiger ik.

Bestaat er geen standaardmaat plakbandrol?

Stamboom

Burgerlijke stand 1945

Voor de lol keek ik van de week in de archieven van de gemeente Den Haag en zag dat er weer veel meer online was toegevoegd. Hoe verslavend is het in archieven te neuzen! Je raakt helemaal verstrikt als je niet uitkijkt, zoals ik, zeker toen ik bovenstaande akte las. “..overleden de Korte, Christoffel [..], zoon van de Korte, Maria Jacoba, overleden.” He? Wordt alleen de moeder genoemd? Hoe heette zijn vader dan, mijn (onze) overgrootvader?

D????rzoeken in het Haagse archief had geen zin, dus snuffelde ik verder in de Zeeuwse archieven, waar al die de Kortes tenslotte vandaan komen. Tholen.
Deze Maria Jacoba, onze overgrootmoeder, was de dochter van Quirijn (Crijn) de Korte en Stoffelina Neeltje Huijzers (of Huijsers) zie ik bij ZeeuwenGezocht. En wat meer is, de vader van opa Christoffel is onbekend. Een ongehuwd moedertje in dat zwaar gereformeerde Tholen?

Quirijn en Stoffelina kregen naast Maria Jacoba een onwaarschijnlijke hoeveelheid kinderen, ik telde er zo 12, waarvan er een paar jong overleden, 2x een Christoffel, een van 2 maanden en een van 14 jaar. Onze opa werd niet lang na de dood van de laatste geboren, vandaar waarschijnlijk zijn naam.
De vader van Stoffelina (komt die naam van Christoffel?) heette Mattheus Huijsers (Huijzers), en kijk, daar heb je de naam Matthijs, want de spelling is in die oude aktes niet al te standvastig.
Er werd flink systematisch vernoemd, de oudste zoon naar de vader van de moeder, de oudste dochter naar de moeder van de moeder, zoon nr 2 naar de vader van de vader enz. en als alles op was, begonnen de herhalingen en combinaties.,

Van die Quirijn – en van de meeste mannen en sommige vrouwen – wordt op elke akte zo’n beetje gezegd wat voor beroep hij op dat moment had: landarbeider, knecht, winkelier (met een faillissement “verkocht voornamelijk kruidenierswaren”), en dat met die grote hoeveelheid kinderen, wat een ellendige armoe moet dat zijn geweest. Toen hij op 10 november 1894 overleed was hij koetsier.
Van alle kinderen trouwde Wilhelmina de Korte met haar neef, de zoon van de zus van Stoffelina, zag ik. Deze Adriana Geertje Huijsers kreeg ook het ene kind na het andere, maar die gingen met dezelfde snelheid ook dood, de volgende dag, of een paar maanden of jaar later.
Toch denk ik dat het ongehuwde moederschap van Maria Jacoba, onze overgrootmoeder, geaccepteerd is geweest, alleen al omdat het kind bij haar is gebleven en naar haar twee broertjes is vernoemd. We weten het niet, misschien zijn er knetterende ruzies aan vooraf gegaan en werd er schande, schande! geroepen. Het eind van de 19e eeuw was, denk ik, ook minder klein-burgerlijk dan bijvoorbeeld de jaren ’50 van de 20e eeuw.

Zaltbommel

Toen ze 31 was, trouwde Maria Jacoba tenslotte op 5 juli 1894 met een postbode, die weduwnaar was, met de onwaarschijnlijke naam: Dingenis Johannis van Zaltbommel en die naam doet heel erg in de verte een belletje rinkelen. Misschien weten mijn zussen nog iets? Van Zaltbommel?
Onze Dingenis had zelf een paar kinderen, volgens mij de oud-nichtjes oud-tantes Lien en Maatje, maar samen hebben ze geen een meer gekregen, voor zover ik dat heb kunnen vinden.

Christoffel erkend?

Op 27 mei 1903 is Christoffel erkend door zijn eigen moeder. Dat begrijp ik niet. Wat was hij dan al die tijd tot deze datum? Een zwevend onecht kind? Had die Dingenis niet iets kunnen regelen dan?

En slingeren er nog ergens foto’s van Christoffel rond? Die wil ik wel.

Naschrift:
Ik kijk met mijn grote De Korteneus, want er zijn nog vier (4) dochters uit het huwelijk van Maria J. en Dingenis geboren. Ze woonden in Poortvliet. Daar zat dus ook Maatje bij, en misschien ook Lien (Christoffelina?) de oudtantes van onze vader. De rest is misschien in Zeeland blijven wonen.

Tantjes van Zaltbommel
Van links naar rechts: Lena, Maatje en Lien (Christoffelina), dankzij Bea

Want wie waren bijvoorbeeld die mensen in Breskens, die we ?©?©n keer hebben gezien en waarvan de grappige oom Piet Duve genoemd werd, vanwege zijn postduiven?

Christoffelina

Maatje

Lijntje

Lena

Groenteboer

Choco kisses
Choco kisses?

Sinds wanneer precies is de groenteboer groenteman gaan heten? Dat was het begin van de politiek correcte onzin, dat weet ik wel. Gastarbeider, eigenlijk een hele mooie omschrijving, werd Buitenlandse Werknemer, de werkster veranderde via interieurverzorgster in Mijn Hulp. Zo hadden we heel lang geleden een kaas- of eierboer, die boterboer genoemd werd, waarom, ik zou het niet weten. Hoe zouden we hem noemen, als de goede man nog in leven zou zijn en met zijn stationcar langskwam? Boterman? Nee, nee, de boterboer was een echte boer met kippen. Maar had hij ook koeien, dat is de kwestie.

De Amerikanen zijn helemaal dolgedraaid met het politiek corrigeren, negroe werd black, black werd afro-american. Afro-American, allemachtig, ik krijg het mijn strot niet uit, net zo min als die andere termen voor iemand met veel pigment of zonder pigment. Heet een witte een Euro-American? Warempel. Wat je aan die terminologie hebt, weet ik niet, maar het luistert nogal nauw. Als je als Afro-American bijvoorbeeld een drupje “wit” bloed hebt, heet je nog steeds zo, als je als Caucasian American een drupje “zwart” bloed hebt, ben je onmiddellijk Afro-American. Dat is wel merkwaardig, niet?

(Dat brengt me tussen haakjes naadloos naar een recente uitspraak van een of andere geblondeerde politicus: “We geven Limburg terug aan de Limburgers!”
Dat vinden sommige mensen misschien heel fijn om te horen, want alle buitengebieden hebben per definitie een minderwaardigheidscomplex tegenover de randstad waar immers alle aandacht en geld naartoe gaat, maar ze beseffen niet dat dit de opmaat is voor racisme, want wie is de Limburger? Ja, wie is de Limburger? Wanneer ben je Limburger? Als je er woont? Neen, natuurlijk, weet je hoeveel westerlingen in Maastricht wonen, sinds ze een universiteit hebben? Mensen die er zijn geboren dan? Ho ho, dan zijn ook de tweedegeneratieallochtonen Limburgers, en die moesten nou net worden buitengesloten. Wie dan? Mensen wier ouders er zijn geboren? En voil?†, daar hebben we het racisme bij de kladden. En mag er dan geen ander meer in, een Fries bijvoorbeeld? Enzovoorts. Ik bedoel maar.)

Davelaar Koeken
Davelaar Koeken op de gracht

Maar het snoep heeft er ook aan moeten geloven, aan die politieke correctie, hoewel jodenkoeken nog steeds jodenkoeken heten, omdat – zo lees ik bij Wikipedia – die naam komt van de maker, die gewoon zo heette. Stroopwafels, kindermeel, bitterkoekjes schiet me zomaar te binnen. Waarvan is kindermeel gemaakt? Van kinderen, of kids zoals ze sinds enige tijd genoemd worden. Leidster van een cr?¬Æche heet nu pedagogisch (peadagogisch) medewerkster, hoor ik net op de radio.

L1140884.jpg
Peterseliewortel

Maar alle gekheid op een stokje (favoriete uitdrukking van Mevrouw van Dorp, lerares geschiedenis van het Rijnlands Lyceum) bij de groenteboer op de markt, de groentekraam feitelijk, was peterseliewortel te koop.

– Proef maar eens, zei Ben en bood me er een aan
Heerlijk. Wacht even, heb ik die niet vorige zomer via Ing gezaaid? Die staan met z’n allen klaar om opgegeten te worden. Natuurlijk, ik heb steeds alleen het groen gebruikt. Plantdelen met chlorofyl.

Dagelijks leven in Frankrijk