Ik liep zoals gezegd naar boven om dat gat in de weg bij daglicht te aanschouwen. De jongen van het waterbedrijf stond zich een beetje te vervelen in afwachting van zijn collega die in Gu?©ret onderdelen aan het halen was. We raakten in gesprek.
Ik wilde weten hoe zo’n lekkage ontstond en dat kwam door de droogte, zei hij. Als het vriest of als het zo lang droog is, krimpt de grond en kijk, die buis ligt op een grote steen, links en rechts daarvan heeft geen ondersteuning meer en knak! een lek. Moet je dan eigenlijk al die buizen in beton gieten, vroeg ik. Welnee, zand, dat moest eronder, maar ja, dan moet dat wel structureel gebeuren.
Of ik uit Engeland kwam en wat ik van de Creuse vond. Ik gaf hem het antwoord dat ik altijd geef. De koeien keken ons ondertussen met grote ogen aan.
Wat een mooie dieren, h?®, vond hij. Dat vond ik ook. Maar ken je de Saosnoise? dacht ik hem te horen zeggen, maar zeker weten doe ik het niet. Dat zijn de koeien die hier beneden aan de weg staan en waarvan ik toch altijd heb gedacht dat ze voor de melk waren door hun zoete gedrag en door het feit dat er nooit kalfjes bij staan, maar die bij wikipedia in het vleeskoeienrijtje staan. Die vond hij het mooist van alle runderen, en hoe lang zat ik hier nu en waren de mensen in het dorpje aardig? Heel aardig. En wat sprak ik goed Frans! (Ja, dat mag ook wel eens gezegd). En hoe was ik hier gekomen, met het vliegtuig en was het vakantie of had ik al pensioen, ja, ja, dat wilde hij allemaal weten. Ze gaan hier idioot vroeg met pensioen, dus ik hoefde me niet beledigd te voelen. Misschien.
Ik heb hier een deux chevaux, zei ik, en mijn man heeft me hier gebracht. Een deux chevaux! Die wil mijn vrouw ook, dat was haar eerste auto! De mijne ook, de mijne ook! Hij vertelde voort over hoe en waar hij z’n vrouw had ontmoet, dat ze – paardenliefhebster – vanuit Orl?¬©ans naar hier was gekomen, dat hij een paard voor haar had gekocht en een geitje, enzovoorts enzovoorts en dat die Engelsen de huizenprijzen opdreven door gewoon de vraagprijs te betalen, zodat een eenvoudige jongen zoals hij niet meer in staat was een huis te kopen, het bekende verhaal. De Engelsen, dat was nu toch afgelopen, nu de pond met een duizelingwekkende vaart naar beneden was gedonderd? Jaja, en hij had trouwens wel een koophuis, zelf helemaal opgeknapt, kende ik dat en dat dorp, jazeker, daar stond ook het paard met geit. Maar weet je hoeveel zo’n dier drinkt, een ramp met die droogte, want het beekje in het weiland stond droog, dus ze sleepten elke dag met water. En dan nog eten en dierenartskosten, pure diefstal, ging hij verder, toen ik te kennen gaf dat me dat ook wel leek. Maar hij zou wel punten scoren als hij een eend voor zijn liefje kocht, mijmerde hij verder met een olijke toet.
En zo namen we gezellig nog een tijdje het leven door, tot z’n maat belde die verdwaald en gestrand was in een dorp 4 km verderop. Ze hebben bij het waterbedrijf kennelijk geen tomtom in hun uitrusting.
Ik nam afscheid, want er moest o.a. weer aan de eend worden gewerkt. Zo kom ik de tijd wel door.

