Tag Archives: restaurant

Wolf

France
Caf?©-restaurant La Bergerie in La Celle Dunoise

We hadden gisteren al onze twijfels, toen we onderweg waren. Heel lieve mensen in dat restaurant, maar we vonden het eten niet zo geweldig als iedereen steeds beweerd had. Misschien hadden we gewoon pech met het dagmenu. Voordat we er waren, zei Saar in de auto : ik weet nu al dat we hiervan spijt krijgen en dat we ons voor de zoveelste keer voornemen nooit meer naar iets anders te gaan dan onze eigen Loup.

France
Schitterend kerstgebeuren tegenover La Bergerie

Inderdaad, dat dachten wij ook en dat was ook zo. We leren het nooit.

Opzij, opzij

France, country side
Ruimte genoeg hier

Dwars door het dorp waar we altijd boodschappen doen, loopt de Grande Rue, de hoofdstraat waar om de 14 dagen aan de rechter- of linkerkant geparkeerd mag worden, omdat anders – zouden beiden kanten mogen – het vrachtverkeer er niet doorheen zou kunnen. Kennelijk is het een doorgaande route, want er rijden werkelijk enorme poids lourds door deze straat, die zijn naam niet waarmaakt. Er zijn aan beide kanten trottoirs, die op sommige plaatsen niet breder zijn dan een halve meter of minder. Op marktdag, als het iets drukker is, kun je elkaar niet passeren zonder een voet op het wegdek te zetten, of je moet fysiek contact willen met een onbekende.

Nu is het altijd de vraag, ga ik opzij of de ander? Hier op het platteland in Frankrijk zijn de meeste mensen – zolang ze niet in een auto zitten – zo beleefd dat beide partijen met gevaar voor eigen leven opzij gaan, want geen mens kijkt om of er niet net een vrachtwagen met aanhanger vol eikenhout langsdendert.
In Amsterdam gaat geen mens opzij, toeristen bekijken gevels en plattegronden en letten niet op, de rest loopt het liefst dwars door je heen. In ons huis hebben we de amoebe, die je van de trap knalt, als je niet opzij springt, een teken voor Kwint om hem in z’n enkel te bijten.
Zou er ooit onderzoek naar gedaan zijn? Wie het eerst opzij gaat, staat lager in de pikorde, of zoiets.

Laatst liep ik met de hondjes over de gracht, waar ook nauwelijks sprake is van stoep, dus soms moet je wel midden op straat lopen. Ik loop zoveel mogelijk tegen de richting in, opdat ik de killers in blik kan zien aankomen. Uit een zijstraat (voetgangersgebied) kwam een vrouw op de fiets, die tegen de richting de gracht op wilde en niet van plan was te stoppen. Ik dacht plotseling, krijg het heen en weer, mens, ik loop gewoon door. Ze reed zo de honden in en zat verstrikt in de riemen, haar voorwiel tegen mijn jas en Kwint hapte. Woedend van verontwaardiging wees ze dom naar het buurtcentrum.
– Ik moet daarheen!
Ik dacht: val dood, en liep door, terwijl ze bleef blazen en sputteren. Maf wijf en een beetje achterlijk ook, want ik botste een paar dagen later – lopend – weer tegen haar op en ze herkende me niet eens.

France, garden
Zoek de hond

Gisteren begon het halverwege de dag te dooien en alles is hier weer groen. We gaan zo het restaurant van Laurent, La Bergerie in La Celle Dunoise proberen, we hebben tenslotte zoals elk jaar rond deze tijd iets te vieren.
Zucht. Tout passe trop vite.

Dodenakker

P?®re Lachaise

We waren geen van beiden ooit op P?®re Lachaise geweest en hadden besloten dat vandaag te doen. Met behulp van de Routard van Parijs had S. daar in de buurt nog een paar restootjes aangekruist, want we hebben de neiging weifelachtig te worden als we voor een tentje staan, met als gevolg dat we doorlopen en doorlopen in het kader van when in doubt, leave it out en dan grauw van honger en vermoeidheid in ruzie in een frietkraam eindigen. Ook lekker, daar niet van, maar echt eten is een stuk leuker.

Proust met zijn ouders
Proust met zijn ouders

Die begraafplaats is een aangename plek, als de zon schijnt. Ik kan me voorstellen dat het op een druilerige dag minder is. Vandaag was het echter prachtweer, we sukkelden tussen de kapelletjes over de lanen en moesten af en toe opzij springen voor auto’s, die op weg naar een teraardebestelling – overmand door verdriet – niet meer opletten of ze iemand van zijn sokken reden. De graven liggen op een flinke helling, waar vandaan je helemaal boven een mooi uitzicht heb op de stad, maar alleen als de bomen kaal zijn, realiseerde ik me.

Kale bomen geven uitzicht

De graven van de bekenden zagen er opvallend bescheiden uit. Om dat van Gilbert B?¬©caud stond een grote groep mensen, de steen versierd met foto’s van de zanger en een lullige speelgoedvleugel. Wat, Gilbert B?¬©caud dood? Wist ik helemaal niet.
Montand en Signoret lagen gezellig bij elkaar. Jim Morrison sloegen we over.

Metropolitain

Na dat geslenter, grafschriften lezen en rondkijken, was het alweer midi, dus we gingen op weg naar het eerste restaurant. Heuvel op heuvel af, straatjes door, trappen op en zoeken, tot we eindelijk naar binnen stapten. De tent was leeg, er stond een hippe jongen achter de bar, er klonk gezellige bonkebonkmuziek, wij zaten achter een pilsje en begonnen onze twijfels te hebben.
Het zag er niet erg uit als een tent waar ze een ouderwetse Bretonse keuken serveerden.
– Zoek eens op hoe die tent eigenlijk heet, fluisterde ik. Die jongen kwam al een tweede keer langs of we wisten wat we wilden eten.
Stiekem in de Routard loerend zagen we dat we fout zaten. Andere naam, ander interieur, ander menu, adieu Bretagne, de zaak was van eigenaar gewisseld en wij wilden weg. De tent beviel niet.
– U heeft uw keus kunnen maken, vroeg de jongen voor de derde keer. Jazeker, we gingen niet bij hem eten, maar ergens anders. Ja ho even, dat ging zo maar niet! Hij mocht geen drank schenken, als er ook niet bij werd gegeten. Tant pis. Ik had heel even een schuldgevoel.

Op naar de volgende zaak. Die bleek verdwenen. De derde leek al maanden potdicht. We eindigden tenslotte in een Algerijns familierestaurant, waar ik eindelijk tajine kon eten met mierzoete muntthee. Dat was dat. Geen ruzie, geen frietkraam, dat viel weer mee.

Later in de week over La France van Depardon en meer. We zijn alweer kapot van dat geloop, gereis en gemetro.