Archive for November, 2010 Page 2 of 4



Grus! Grus!

Duizenden kraanvogels namen vandaag de benen vanuit het Lac du Der in de Franse Champagne richting het zuiden. Volgens onze Franse buren is dat een teken dat de kou in aantocht is, “want die dieren vergissen zich niet”.
Dit jaar hingen er 74.500 vogels rond. Een absoluut record, zeiden de birdwatchers ter plaatse. Wel jammer dat we er nu niet zijn. Ik behelp me met de Franse TV online, ook leuk.

Onze eigen X-factor

Zing toch lekker mee, het gaat over de jacht:

Quand après la chasse au cœur d’une auberge bien chaude
On s’retrouve à table avec des filles un peu rougeaudes
Après le vin blanc, le foie gras, la poule faisane
Après le café, le pousse café, le pousse tisane
Lorsque les servantes s’assoient sur nos ventres
On chante pour faire gai ce refrain pas très distingué :

Refrein:
Le gibier manque et les femmes sont rares
Chantent en cœur les quatre-vingts chasseurs
Sauf les plus jeunes qui vont de suite sous la table
Et les plus vieux qui chantent en levant leur verre de liqueur
Heureusement qu’il reste des fanfares
Du vin à boire et des filles qui ont du cœur
Sans quoi on resterait souvent bredouilles mais seigneurs
Avec nos fusils et nos cœurs

Quand après l’mariage d’un frangin ou d’une frangine
On s’retrouve à table à la “Joyeuse margarine”
Quand la viande rouge a gonflé de sève nos veines
Jetant des élans païens dans nos pensées chrétiennes
A l’heure où nos femmes rosissent et se pâment
On chante pour faire gai ce refrain pas très distingué :

Refrein

13 november

Lena

Ik was de verjaardag van mijn moeder Lena niet vergeten, maar had te weinig computertijd. Kom, een foto uit de oude doos erbij gepakt. De informatie op het randje zegt: 1966.
Dit zal wel een van die ambtenarenvakanties zijn geweest. Rijksambtenaren hadden eigen vakanties in barakken door het ganse land. In Zeeland zaten we rond 1960 in een oude bouwkeet van de arbeiders die de boel daar weer een beetje hadden opgeknapt na De Ramp.

Waar dit is, geen idee. Misschien dat mijn zusjes dat weten. Waar zaten we in de zomer van 1966? Someren?

Hippe bril trouwens, mam!

Koek met appelmoes

Wormstekige appels

Er lagen nog een paar wormstekige appeltjes uit Frankrijk te niksen, die snel moesten worden geconsumeerd of anders weggegooid. Een koekbodem zoals die van de walnoottaart en dan de in de boter met suiker zacht geworden warme appels in brokken er overheen, had ik bedacht.
Van die appels leverde vooral de rode Bellefille het mooiste en smakelijkste vruchtvlees. Dat vond die worm ook:

Worm van de bestoken appels

Die worm of rups, ik heb het even opgezocht, is een larf van de fruitmot. Als je hem van dichtbij bekijkt, is het een engerd met een misselijkmakend griezelgezicht. Hij bewoog en wriemelde maar en bleek de hele appel van binnen te hebben ondergepoept. Ik heb mijn kop gehouden, voor je het weet wil niemand meer iets eten.

Kijk, dit is het geworden, een stuk koek met appelmoes, hopelijk zonder enige worm in verband met de vegetariërs hier. Of wormenpoep. Lekker, hoor.

Koek met appelmoes