
Uitzicht op de Danzigerkade
Ik tel de dagen alweer af, hoewel ik niet weet wanneer ik weer mag of eigenlijk moet. Ik zou natuurlijk vandaag moeten, jammer dat ik hier volgende week nog een paar dingen heb te doen die geen uitstel kunnen lijden.
Gisteren ging ik met de NDSM-werfveer naar de overkant en zag dat ik bijna kon uitstappen op de nieuwe strekdam, die zich een jaar geleden voor mijn ogen ontrolde, zo het IJ in. De aanleg zag ik gebeuren vanuit het raam van kantoor, bedoel ik. Ik mis het kantoor helemaal niet, dat kan ik niet vaak genoeg zeggen.
Het was veel te leuk daar in Noord en daarom keerde ik pas in het duister terug, vertrouwend op mijn postduiveninstinct, dat weer beter werkte dankzij de alcohol, verbeelde ik me.

Dit was eigenlijk een cadeautje voor een ex-collega
Ik moet hier eigenlijk opruimen, maar hou me bezig met de laatste gootplanten. Alles gaat naar Frankrijk. Gisterenochtend vond ik een zaailing van de vlinderstruik op de Oude Waal, die zich tegen een amsterdammertje had aangevleid. In een potje en groeien maar, kind.

Een vondelingetje
En vanavond gaan we weer eens een kijkje nemen bij een dansvoorstelling van o.a. choreograaf Bas Dorlandt en regisseur Angel Liegent waarover we door de Meeuwtjes zijn getipt. Er valt waarschijnlijk nog wel een beetje Frans te praten.
Ik lees ondertussen om de Franse taal weer in mijn systeem te krijgen verder in Le Rouge et Le Noir, alweer zo’n verrukkelijk boek. Ik erger me dood aan Julien Sorel, een heel ander personage dan Lucien Leuwen, die veel sympathieker is. Zo blijf ik deftig en cultureel bezig, tot het weer tijd is om in de aarde te wroeten.