
In een oude Montagne laat de prei zijn zaadjes vallen, het mocht eens tijd worden. Mooi zo, ik ben dol op gratis. En nu maar eens proberen of het geen windeieren zijn. Ik doe drie zaadjes in een potje, dat Saar van haar tante D. heeft gekregen. Daar zaten oorspronkelijk knolletjes bij die je in de meegeleverde samengeperste aarde kon stoppen, maar die knolletjes bleken de dag na de overhandiging verdwenen.
We waren stomverbaasd. Weggegooid konden ze niet zijn, hier wordt namelijk nooit iets weggegooid, dat ook maar enigszins bruikbaar lijkt, dat is meteen ons grote probleem. Daarom denk ik dat het de muizen zijn geweest. In ieder geval, ik had een kabouterbloempotje met aarde en heb daar drie preizaadjes in gestopt.
Huppetee, daar gaan ze al:

Volgens de deskundigen moet ik dat pas in het voorjaar doen, hoewel die prei heel goed tegen vorst bestand is. Ik probeer er gewoon een serietje en zie wel of ze stranden of niet.
Als dat een potje met aarde is, dan… mijn overleden peettante zou zeggen dan eet ik een bezemsteel. Het is weliswaar een Limburgse uitdrukking, maar in dit geval zou ik het met haar eens een keer eens geweest kunnen zijn.
Het zijn gewoon verschrompelde rozijnen, ja dat zijn het en daar kunnen naar mijn idee geen preizaadjes in groeien. Andere zaadjes trouwens ook niet.
Maar ze groeien wel. Wat goed.
Ik zou maar beginnen met die bezemsteel, paul, hoewel me een raadsel is wat daarmee wordt bedoeld.
Zolang het niet vriest, doen ze het, denk ik.
Peper en zout nodig Paul ?
Twee dingen. Google eens op:’dan eet ik een bezemsteel’
En overigens heb ik me ingedekt door het woord ‘zou’ te gebruiken.
Blijf het niettemin bijzonder rare aarde vinden.
Ach, de couscous van vandaag leek er ook op, niet qua kleur, maar qua vorm. Het zit hem kennelijk in het water opzuigen.