
Peugeot 404 van de secretaris van de club
Donderdag reed ik naar de markt en de 2takt-koning, die deze keer onder z’n werkbank wegkroop omdat de kettingzaag n??g niet klaar was, toen ik bemerkte dat een lampje op het dashboard bleef branden. H?¬Æ, verdamme, wat had dat nu weer te betekenen?
Oliepeil was aan de lage kant, het was 11:45, dus ik naar Valdi, want die gooit de tent om 12:00 sharp dicht en die kon me aan de juiste olie helpen. Zo gedaan, maar het lampje bleef branden. De kalmte was verdwenen – geboren zenuwlijer – en dus ging ik zonder boodschappen naar huis om daar systematisch stekkertje na stekkertje los te trekken tot ik hem vond: het bleek de remvloeistofverklikker. Wat daarmee aan de hand was, zag ik niet. Het niveau was sinds 4 jaar niet gedaald, van lekkage kon geen sprake zijn. Nadat ik Ruimzicht en het Eendeforum had lastiggevallen met mijn paniek (“Als het lampje brandt, onmiddellijk stoppen!”), besloot ik de ACVE, l’Amicale Creusoise de V?¬©hicules d’Epoque te mailen, met de vraag of ze misschien een garage in de buurt wisten, want hoe moet je 50 km zuidwaarts naar die veel te dure garage rijden, als je Onmiddellijk Moet Stoppen?

Ik ben lid van de ACVE, dat kun je wel zien
Om 10:00 vanochtend kwam een Peugeot ons paadje oprijden, terwijl ik met Siebe aan de skype hing. Ik begreep onmiddellijk waar die voor kwam: mij lid maken van de club. Na het invullen van allerlei papieren formulieren en het overhandigen van de contributie, kreeg ik plechtig de parafernalia van de club overhandigd: twee caps met de initialen ACVE, (een voor de bijrijder) en allerlei logo’s en borden waarmee je je auto kon versieren. De secretaris van de club verzekerde me dat er een geweldige 2cv-sleutelaar lid was, die reparaties blind kon uitvoeren. Kijk, now we’re talking. Gisteren hadden ze een uitje gehad en het volgende zou a.s. zondag zijn, of ik toch alsjeblieft ook mee wilde. Tuurlijk! Integratie!

Boleet
Nadat ik van dit gebeuren bij alle buren verslag had uitgebracht, was het tijd om eens een stukje met de motorzeis te maaien. Daar was ik nog geen 2 minuten mee bezig, of ik maaide een boleetachtige paddestoel van z’n sokken.
– Niet lekker, was het oordeel van Paul, het is een boleet, en waarschijnlijk niet giftig, maar deze hier wordt hier niet gegeten.
– Die zoeken we op, zei ik en ik kwam al snel tot de conclusie dat het de gladstelige Heksenboleet moest zijn, die volgens de gids “beperkt eetbaar” is, wat dat ook moge betekenen.
Ik lees dat ze zeer zeldzaam zijn en dat om die reden de “natuurvriend ze dan ook op zijn menukaart [zal] doorstrepen, ook al zijn ze goed van smaak. Nog belangrijker is het echter dat de biotopen waarin ze voorkomen bewaard blijven door ze tot natuurreservaat te verklaren.”
Dat gaat niet lukken, jongens.

Tenslotte: bij de nestinspectie zag ik nog maar een jong. Ik durfde niet dichterbij te komen. De rest zit hopelijk ergens in de struikjes.