Spelen met Lightroom en Aperture


Kwintie voelde zich vandaag niet helemaal jofel

Ik ben ihkv toekomstige digitale beeldbewerking mezelf systematisch aan het bijscholen.
– Waar heb je programmeren en HTML geleerd, vroeg iemand anderhalf jaar geleden aan me.
Gewoon, van mezelf en van internet. Dat geloven de mensen niet, zeker als je geen 16-jarige ben, maar een oud wijf. En nu ga ik me eens op de digitale DOKA storten. [..censuur..]


Vandaag zilverui met aardappel en omelet met girolles gegeten. (c) Yeva Swart

Dus wie niks begrijpt van RAW-bestanden, kan binnenkort bij mij aankloppen. Ook voor websites en beeldbeschrijving.
Bij IPTC.nl, ja, daar vind je het wel.
Goed, goed, ik moet nog wel een beetje aan mijn marketing werken.

En misschien gaat het helemaal niet door.

Sprookje

Mijn vader vertelde vroeger altijd verhaaltjes bij het naar bed gaan. Varkentje Piet, Avonturen van Hondje en het gekke Mannetje uit Amsterdam.
Die ging eens varen in een klompje, helemaal de oceaan over.
Eerst woonde hij bij zijn vriendjes, die eigenlijk zijn vriendjes niet waren, want achter zijn rug vertelden ze lelijke dingen over hem. Dat hij te klein was, dat hij een stomme bril had, dat hij kromme beentjes had, dat hij daarom niet kon voetballen, dat de meisjes hem nooit zouden zien staan.
Dat was jammer genoeg allemaal waar. Het gekke Mannetje werd daar boos over en zei bij zichzelf dat hij ze later allemaal een poepie zou laten ruiken, later, als hij groot was.
Jammer genoeg werd hij nooit groter. Zijn vriendjes, die dus eigenlijk zijn vriendjes niet waren, die werden maar groter en groter en je kon ze ‚Äö?Ñ?? ¬¨¬Æ‚Äö?Ñ?s avonds zien, op hun brommers met hun meisjes achterop. Dat waren mooie blonde meisjes, met wapperende haren en die lachten en schaterden daar maar, op die brommer.
– Ik wil ook een brommer, nam het gekke Mannetje zich voor, dan heb ik later ook een meisje achterop. Dat was wel leuk bedacht van het gekke Mannetje, maar jammer genoeg werken die dingen anders. Meisjes houden nou eenmaal niet van gekke Mannetjes. En eigenlijk houden ze ook niet van brommers.

Dat getob duurde een tijdje. Het mannetje begon een winkeltje. De mensen kochten de spulletjes in zijn winkeltje en na een jaar kon het gekke Mannetje een brommer kopen. Hij reed rond en rond, hij stopte als hij een mooi blond meisje zag, maar nooit wilde er een achterop het brommertje van het gekke Mannetje gaan zitten.

Toen dacht het gekke Mannetje, dat hij die meisjes misschien met cadeautjes kon verleiden. Hij maakte zijn winkeltje groter, kocht nog een winkeltje en hij verdiende zoveel geld, dat hij op een brommertje met cadeautjes rondreed. Zijn vriendjes van vroeger zaten allang niet meer op brommers, die waren met die leuke blonde meisjes getrouwd en hadden kleine blonde kindertjes en zuchtten onder hypotheken
Maar geen meisje wilde het gekke Mannetje.
Het gekke Mannetje was zo verdrietig en teleurgesteld, dat hij zich voornam, nooit te trouwen en helemaal nooit kindertjes te nemen. Dat laatste is natuurlijk niet zo moeilijk, als je geen vrouwtje hebt. Dus het gekke Mannetje had gemakkelijk praten.
Hij werd rijker en rijker, want hij had geen meisje en geen kindertjes en geen hypotheek. Hij was ook een beetje verdrietig, want als hij ‚Äö?Ñ?? ¬¨¬Æ‚Äö?Ñ?s avonds thuis kwam, na een lange dag in zijn winkeltje, was er niemand die op hem zat te wachten.

Tot hij op een dag bij thuiskomst een cyperse kat op zijn stoepje ontmoette. De kat gaf een kopje en wandelde mee naar binnen. Het gekke Mannetje zette een schoteltje melk neer, dat de kat opdronk. De kat ging op het kleedje in de kamer liggen en de volgende avond nam het gekke Mannetje een visje voor hem mee. En zo waren ze een tijdje samen.
Het gekke Mannetje was wel gelukkig, tot hij een boek las over een ander Mannetje dat een grote zeereis had gemaakt. Dat Mannetje had aan de overkant van de oceaan het mooiste meisje van het land gevonden en was ermee getrouwd.

Dat ging het gekke Mannetje ook doen. Hij kocht een klomp, pakte zijn koffer en smeerde zijn boterhammetjes en nam afscheid van zijn kat. Toen voer hij weg, de oceaan over. En toen hij na een barre tocht eindelijk aankwam, stonden de mensen daar en riepen:
– Hee, daar heb je het gekke Mannetje uit Amsterdam!
Want hij was het gekke Mannetje en hij voer in een klomp. En nooit zou hij gelukkig worden. Er was geen meisje dat met hem wilde trouwen.
Hij had alleen zijn kat en die zat nog steeds aan de andere kant van de grote oceaan.

Fotodingen

Ik was dinsdag weer eens in Rotterdam, nota bene in mijn allereerste oude buurtje. Zo heerlijk!
In het weekend ga ik weer posten. Ik sleep mezelf voorlopig door de week.
Met kerst even een paar weken boerenleven en dan kan ik weer tegen, hoop ik.

Vrijdag houdt Ren?¬¨¬©e R??mkens haar oratie en dan zijn daar in Tilburg tegelijkertijd de foto’s van Robin Hammond te zien. Die moeten ook worden gezien en het verhaal moet worden verteld. Met deze zaken houd ik me op dit moment bezig. Niet echt iets om vrolijk van te worden.

Sint


De in 15 minuten in elkaar gezette helikopter

Op de een of andere manier kreeg ik die Sint maar niet in mijn kop. De rest van de familie was vrolijk aan het knutselen en dichten, maar ik hing vol zelfmedelijden en walging op een stoel. Die walging was niet voor Sinterklaas bestemd, neen, ik had weer eens last van misantropie.
Tjonge, wat kan ik toch soms weer verrast worden door een oude “vriendin” met een onverwacht kwalijk karaktertje.
Het merkwaardige is dat ik mijn leven lang al een hele sliert van dit zelfde type “vriendinnen” om me heen heb gehad en dat ik die allemaal op dezelfde wijze van me heb afgeschud, namelijk door nooit meer iets van me te laten horen. Toch trap ik er toch elke keer weer in. Ik steek er niets van op.

Dat komt, het zijn van die vrouwen, die op een afgrijselijke manier dwingen. Kennen jullie dat? Je krijgt geen enkele kans om te ontsnappen aan hun voorstellen en zogenaamd warme uitnodigingen. Ik heb toch al zo’n moeite met neen zeggen, en om dan een botweg een genereus aanbod af te slaan, hoe doe je dat? Hebben ze me thuis niet geleerd. Geef mijn moeder maar de schuld.

– Dan kom je toch gezellig logeren en dan gaan we leuk met de honden over de hei lopen! Ik haal je op om 10:30 en dan doen we eerst een lunch en dan..[..]
STOP! Ik Wil Niet Logeren! Ik Wil Niet Leuk Met De Honden Over De Hei Lopen! Ik wil gewoon thuis blijven! Ga Weg!

En als zo’n zogenaamd hartelijke dwingeland, niet gehinderd door enig inzicht in de eigen beperkingen, maar integendeel de hele tijd wil laten weten wat voor een expert ze wel niet is (NOT), en haar omgeving (mij) in elke zin, echt waar, in elke zin wil laten voelen dat ik helemaal Niets weet en Nergens verstand van heb, niet beseffend dat ze zichzelf ondertussen volkomen belachelijk aan het maken is, op zo’n moment denk ik: die ga ik straks lekker uit mijn adresboek schrappen.

En dat heb ik gedaan. H?¬¨?Üh?¬¨?Ü, dat lucht op.

Stempelen

Tien minuten geleden liep ik buiten in schitterend weer. Ik denk bij me eige, laat ik er een foto van maken om die somberheid van gisteren teniet te doen.
Slap kleppen is my middle name, dus ik raak met Siebe in gesprek over Sinterklaas en behandel in het voorbijgaan nog een stuk of acht andere onderwerpen, kijk ik naar buiten: weg zon! Hij komt wel weer, denkelijk.

Dat doet me toch nog even aan de Russische stadsbus denken. Die bussen waren zonder uitzondering tot de nok toe gevuld. In het midden moest je stempelen en omdat iedereen achteraan instapte, geraakte je nooit bij de stempelautomaat, ja, tegen de tijd dat je er weer uit moest.
Die stempelautomaat was helemaal geen automaat, maar een soort gaatjesprikker. Je stak je kaartje in de gleuf en gaf vervolgens een flinke dreun op de knop erboven, waarmee je een soort lullig sneetje in het kaartje ramde. Ik begreep niet hoe iemand nu ooit kon controleren of dat kaartje niet al een half jaar oud was. Dat kon volgens mij ook niet. Alleen waren de snijpatronen in de kaartjes bij elk apparaat anders. Geloof ik. Die kaartjes waren van de allerberoerdste kwaliteit papier gemaakt, ze vielen al uit elkaar als je ze iets te lang in je warme knuistje hield. Een half jaar bewaren zou nooit lukken. Wat een geweldig systeem eigenlijk.

In ieder geval, als je eenmaal in bus was geduwd en lekker klem stond, wat op zich ook wel weer handig was, de staat van de weg en de rijstijl van de buschauffeur in aanmerking genomen, als je daar dan stond en je je kaartje wilde laten afstempelen, dan hield je dat omhoog, degene naast je nam het over, gaf het aan de volgende en zo zag je dan je kaartje over de hoofden van de Russische buspassagiers naar de automaat gaan, doorgeprikt worden en weer terugkomen. Het allerfijnst was natuurlijk als je degene was die naast de machine stond, dan kon je lekker de hele rit op die knop rammen. Ja, een kinderhand is gauw gevuld.

Dagelijks leven in Frankrijk