Noord-Zuidlijn

Het was vandaag weer tijd voor de boodschappen bij de Dirk in Noord. We hebben het over Amsterdam. Tegenwoordig is die IJ-tunnel net zo’n bende als de Vijzelgracht. Of de huizen verzakken, weet ik niet, maar het zou me niets verbazen.
Dat merkwaardige project heeft veel meer gevolgen dan die opgebroken bende. Naast de kredietcrisis speelt zich hier een andere crisis af. In die bouwput verdwijnt geld, geld waarvan mijn zus bijvoorbeeld betaald wordt. Ze hebben haar haar ontslag aangezegd.
Die zogenaamde bestuurders van onze hoofdstad, die dit project ooit hebben bedacht en begroot, waar zijn die nu? Die zullen nu zo langzamerhand wel landelijk en internationaal carriere hebben gemaakt. Bestaan er parlementaire onderzoeken op gemeentelijk niveau? En indien de bestuurders schuldig worden bevonden, wat gebeurt er dan? Moeten ze alles terugbetalen? Hun carriere inleveren? Brommen? Neen, natuurlijk.
Pollens. Ik word niet goed.
Google vroeg: Bedoelde u: ik wordt niet goed. Inderdaad, ik word niet goed.

C’est fini


Dat witte rechtsbeneden is een stukje vliegtuigvleugel

Morgen wordt het nog warmer, verzekerde me vandaag iedereen. Dat kan me nu toevallig niks schelen, want dan zitten we weer op de weg.

Ik moest allerlei laatste dingen doen, een stuk maaien, allerlei troep uit huis naar de schuur brengen, hout verzamelen, aardappeltaart voorbereiden, de lakens wassen, hond uitlaten en nog even langs mevrouw A. van de schuur, want daar was ik nog niet geweest.
Ik ga er altijd met de fiets naartoe, omdat elk bezoek eindigt met een ap?©rootje en ik uit principe geen auto rij met drank op, zelfs al is het een druppel. Op de foto kun je precies de weg zien die ik altijd neem, het is dat witte lintje dat omhoog uit het dorp in het midden steekt, en dat dan na het volgende gehucht naar rechts afbuigt. Deze foto werd me op een USB-stick door Sylvie gebracht, met nog een paar andere. Ik kan er eindeloos naar staren.

In de Bourg stapte ik nog even af om de bibliotheekdames gedag te zeggen. Zo vind ik fietsen heerlijk, in dit weer en over dit weggetje.


We drinken pastis

Bij mevrouw A. verliep het bezoek als altijd, we namen er een, nadat we het hele leven nog even hadden doorgenomen. Ze vond de dagen wel erg lang duren, zo in haar eentje, maar berustte er verdrietig in:
– C’est comme ???ºa.
Wat kan ik daar nu op zeggen? Niets.
Toen ik veel te laat wegging, moest en zou ik weer een hele zak vol appels meenemen. Ze beloofde me ook nog zaailingen van de boom, die stonden overal. Ze waren nog maar zo, ze gaf de maat aan (30 cm), volgende keer moest ik ze komen uitgraven.
Entendu! Dat zegt ze altijd zelf, als ik iets met haar afspreek.


Tuin ligt vol appels

Dagelijks leven in Frankrijk