Feest in Bergen

Dit weekend was ik in het Zeehuis in Bergen aan Zee. Het Huis werd ooit gebouwd voor de Amsterdamse bleekneusjes in opdracht van het Centraal Genootschap voor Kinder-, Herstellings-, en Vacantiekolonies.
Ik lees het hoofdstuk Geschiedenis:
– Honderdduizenden kinderen van 3 tot 14 jaar met blafhoest en loopneuzen werden er aangesterkt met volle melk en dikke pap, warm eten en bergen boterhammen.
Dat was geloof ik niet op ons van toepassing, ik zou haast willen beweren: in tegendeel. Het was vooral heerlijk eten en drinken, zang, dans en veel praten en lachen. Sommigen van de gasten gingen zwakker weg dan ze kwamen. Ik heb niemand horen blaffen.
Ik heb sinds jaren weer eens in het duister van de nacht langs het strand gelopen.

Langs de weg van Bergen naar Bergen aan Zee stonden bomen in onwaarschijnlijke herfstkleuren. Snel gaan kijken, jongens, want het stormde vanmiddag behoorlijk. De blaadjes houden het niet lang meer.

Ach, vroeger…

Aanstaand weekend is het Grote Feest van de Dames en daartoe zijn we een diasjootje aan het voorbereiden. Tussen de honderden foto’s van vriendinnen, vrienden, familie, huisdieren en historische gebeurtenissen (1981:”IK STAAK TEGEN DE ABORTUSWET!” ) kwam ik mezelf tegen met Bammie en Jojo, genomen op het strand van Noordwijk in 1972.
Bammie had aan de laarzen geknaagd, dat kun je zien. Die krullen komen van mijn vader, ja, die ook.

Het gaat geweldig worden, het feest.

De Amsterdamse Aldi

Met mijn knaknek ging ik vandaag naar de fysiotherapeut, die precies tussen RR en de Aldi inzit. RR was er niet omdat ze de juridische zaken van haar bootje (bootje mag niet langer in het riet liggen) moest behartigen, zodat ik wel langs de ALDI moest, omdat ik ernaar streef zoveel mogelijk vliegen in ?©?©n klap te slaan. Die arme huizen om de hoek op de Vijzelgracht staan daar als een stelletje mishandelde bejaarden in hun looprekken te wachten tot ze definitief de bouwput van de Noordzuidlijn indonderen. Als ik daar vrijdag weer ben, zal ik er eens een foto van maken.
De fysiotherapeut duwde en trok aan mijn schouders en hoofd, krakknak-au en nog een keer. We kwamen al pratend tot de conclusie dat ik dit jaar te krom en verbeten, mijn woede verbijtend aan mijn bureau heb gezeten. Een beetje dom geef ik toe, het sop is de kool niet waard. Wat een merkwaardige uitdrukking trouwens, even opzoeken:
Volgens het Woordenboek der Nederlandsche Taal betekent sop hier “nat waarin men iets kookt of dat men verkrijgt door iets in water te koken, inzonderheid: vleeschnat”, zegt Onze Taal.

In de ALDI was de bedrijfsleider luidruchtig aan het ruziemaken met de enige medewerker over het voorraadbeheer. Ze geneerden zich helemaal niet en klonken dan ook meer als een jarenlang getrouwd stel dan de chef en de schappenvuller.
Ik zocht tevergeefs naar zaken die de Franse ALDI zo aantrekkelijk maken, Chaource, yoghurtjes, mayonaise, mosterd en olijfolie. Sjit, ik ben die olijfolie helemaal vergeten. Nou ja, vrijdag trekt ze weer aan m’n kop en heb ik een herkansing.

Racen op het strand

Elke keer als ik mijn hoofd omdraai, hoor en voel ik een harde KNAK! Het doet nog verdomd pijn ook. Deze week heb ik daardoor scheef achter mijn bureau gezeten en vannacht kon ik zelfs mijn kussen niet in de juiste stand krijgen. Ik merk op deze manier wel hoe vaak ik per uur mijn kop omdraai: KNAK! Au, ook weer interessant om te weten.
Om een beetje te ontspannen gingen we vanochtend toch maar naar het strand. Daar bleek een wielerwedstrijd aan de gang te zijn, met volgauto’s en al.

Kluitjes fietsers kwamen steeds met een noodgang aanscheuren en riepen HEEE, als ze dachten dat we in de weg liepen. Ja, kom even, kijk zelf uit. Het was zo onrustig dat ik steeds moest omkijken (KNAK! Au) en Kwint moest roepen, omdat hij alleen belangstelling had voor de andere honden en helemaal niet op het verkeer lette. Helemaal hoorndol werd ik, van die KNAK! en die fietsers. Niks relaxen. ? !a m’?¬¨¬©nervait!

Langs de duinkant kwam een kudde paarden van de andere kant aan gegaloppeerd. Nou ja, niet ?©?©n kudde, maar een aantal, ze leken in beetje op die fietsers, ze opereerden in kluitjes. Deze hoorden we wel aankomen. Ik had Kwint ondertussen even aangelijnd, omdat ik niet wist hoe hij zou reageren op zoveel misbaar. Hij keek niet op of om.
Toen de stofwolken eindelijk weer neerdaalden, liet ik hem los en hij zette onmiddellijk de achtervolging in. Ze waren al minstens vijftig meter verder. Ik wist niet dat hij zo hard kon hollen. Toen hij ze bijna had ingehaald, maakte hij rechtsomkeert en scheurde in ?©?©n beweging achter het peloton fietsers aan die onze kant op raceten. We zagen hem als een witte stip in de verte deze acties uitvoeren.
Hij voegde zich weer bij ons en heeft de rest van de dag geen praats meer gehad.

Drijfsijsjes

Merkwaardig dat sommige vogelsoorten de laatste tien of twintig jaar zo tam geworden zijn.
De reiger. De meerkoet. De fuut. De aalscholver. Die laatste was zich aan het aanstellen op een lantaarnpaal op de strekdam in de houthavens. Ik wilde zeggen bij, maar die dam ligt IN de houthavens in Amsterdam.

Ik heb die diertjes ook al in het water voor het station gezien. Grappig dat het allemaal watervogels zijn. Zou er een verband zijn?
Kom, dat gaan we weer eens googelen. Misschien weet Martin Melchers raad.

Dagelijks leven in Frankrijk