Vandaag kwam mijn fornuis en dat staat nu in de kelder. De verpakking donderde er al af voordat die jongens de eerste trap hadden bereikt. Of ze hem konden laten staan en een andere dag konden terugkomen met een lift. Wat kan ik daartegen inbrengen? Neen, neem maar weer mee? Hopelijk komen ze voor vrijdag, anders moet hij een week in de kelder blijven staan. Hij zal niet snel worden gepikt, dat ding is loodzwaar.
De dames in Salamanca klinken razend enthousiast. Vliegen was GEWELDIG, vinden ze! Ze mailen vanuit de Spaanse school. Yeva, de groeten van de cavia’s.
Alleen eten de Spanjaarden vies. Een mierzoet choco-ontbijt vinden onze gezonde kinderen niet fijn.
– Wat heb ik toch behoefte aan een lekkere appel, verzucht Yeva in de mail.
Ik zou zeggen: koop er een! Of denk aan volgende week, dan zijn deze er weer:
Vorig weekend heb ik van die boom van 27 februari 2007 een takje afgebroken, wat nog helemaal niet meeviel, omdat er een natte greppel tussen mij en die boom in lag. Bovendien verzette de tak zich tegen afknakken.
Het is een mispel, seker weten, mattie!
Na een nachtje vorst zijn ze klaar voor consumptie, zegt de site. Ik ga volgende week eens aan de buren vragen van wie of dat die boom is en of ze er wel eens iets mee doen.
Een jammetje of gelei voor bij het wild, suggereert genoemde site. Kom op, Jean Pierre, dit keer krijg je dat wilde zwijn wel te pakken! Wat is eigenlijk mispel in het Frans?
Onze chicas guapas zijn vandaag naar Madrid gevlogen, of liever gezegd, het vliegtuig is volgens schiphol.nl 5 minuten geleden opgestegen (7:05).
Zaterdag zijn ze weer terug, met hun hoofden vol Spaans.
Even nog een uurtje slapen.
Is een brug nou open of dicht als hij open is? Met die vraag heb ik als kind jaren geworsteld, net zoals met de bekende vraagstukken: waar houdt het heelal op, wat gebeurt er precies over een week en besta ik dan nog en als ik aan volgende week denk, besta ik dan wel of niet, iemand anders op de wereld denkt op dit moment ook aan chocola, bestaat chocola dan eigenlijk wel, zie ik hetzelfde groen als mijn vriendinnetje enz. enz. De lijst is eindeloos.
Dat komt volgens mij omdat je je echt niet kunt voorstellen dat je niet bestaat of dat je een week later nog bestaat. Dat kan ik nog steeds niet.
Ik sufte om een uur of zes vanmiddag weg in dit soort gedachten, terwijl de brug open was en er een zeilboot met gestreken zeil door moest.
Ik hou erg van die momenten. Je kunt ongestraft staan kijken en wachten en fantaseren hoe die mensen op die boot een heel ander leven leiden. Of de mensen die net als ik staan te wachten en te denken. Of niet natuurlijk.
Nog anderhalve week.