Strandwandeling

In plaats van een excursie naar een houtfornuizenshowroom, besloten we naar IJmuiden te gaan met alleen die brave Kwint. Bess is ongeschikt voor de auto, het strand en andere honden, zoals iedereen nu wel zo langzamerhand weet. (Wat heb je eigenlijk aan die hond? Niks, geloof ik)
Kwintie huppelt vrolijk om ons heen, zoals het hoort, snuffelt aan de andere honden, holt een stukje achter de apporterende labradors de zee in en houdt de alfa constant goed in de gaten: die verliest hij nooit uit het oog, echt niet. Erg gemakkelijk en feitelijk normaal, terwijl Bess niet helemaal fris bij haar hoofd is. Maar dit even terzijde.

Op zo’n prachtig breed strand lijken de mensen te verdwijnen en zo leeg was het nu ook weer niet vandaag. Het is jammer dat we in Frankrijk geen strand in de buurt hebben, en hoeveel ik ook van die wijde vlakte hou, ik word na een poosje krankjorum van de wind. Jamais contente, zeg ik met Paulette. Dat hebben we weer nauwelijks daar, in Frankrijk, wind. Niet omdat dat die daar niet zou waaien, maar omdat we met ons dorp aan de voet van de berg in de luwte zitten.
Ik was humeurig en dat komt behalve het standaardgezeik aan mijn kop, zie de post hiervoor, ook door de stad. Ik verdraag het niet meer, die massa’s op weg naar de winkels, die gevulde tassen, straten, de aggressie, het onbeschofte, het ontbreken van enig inzicht, de domheid.

Neen, dan Kwintie, die was weer helemaal gelukkig. Het wordt tijd dat hij eens met neef Olmo gaat wandelen.

Poolse paddestoelen

Ik doe uit dwarsheid niet mee aan de tussen-n, want neenzeggen is my middle name. Een A.M.G. Schmidt-syndroom:
Ik wil niet meer, ik wil niet meer!
Ik wil geen handjes geven!
Ik wil niet zeggen elke keer:
Jawel mevrouw, jawel meneer…
nee, nooit meer in m’n leven!
Ik hou m’n handen op m’n rug
en ik zeg lekker niks terug!

Praat eens met mijn moeder. Dat kan niet meer, maar die had na jaren een soort berusting ontwikkeld ten aanzien van mijn eigenwijsheid.
Ikzelf heb die neiging, zal ik hem maar noemen, natuurlijk nooit als onaangepast, eigenwijs of merkwaardig ervaren, ik ben het alleen bijna nooit zonder nadenken eens met de meningen die zomaar worden verkondigd. Ik kan je verzekeren dat je daar niet ver meekomt, met “genuanceerd” reageren. Je kunt beter met de meute meehuilen, echt, daar kun je de beste carri?¬¨?Üre mee maken. En met stroop en likken.
Ik word eeuwig als lastig ervaren: heb je haar weer met d’r gezeik, die ziet overal obstakels, wat ben je toch negatief, tot genegeerd worden aan toe.
Dat komt, mensen willen de waarheid niet horen en ze willen om te beginnen al geen kritiek hebben. En ze zijn ook domweg te stom. En dat met een flinke scheut seksisme maakt dat het nooit wat wordt met mijn carri?¬¨?Üre. De jongens vinden elkaar (en zichzelf) altijd duizend keer interessanter dan welk vrouwtje dan ook, ook al zijn ze zelf zo achterlijk als een dood varken. Ik ben zo dom om m’n bek niet te houden. Dat kan ik gewoon niet.
Nou ja, genoeg gezeurd over zaken waar niks aan te doen is. Ik vind volwassen mensen die zaniken over hun ongelukkige jeugd na een keer ook stomvervelend.

Ik kocht zaterdag eekhoorntjesbrood bij de paddestoelenkraam, en dat kwam net als vorig jaar uit Polen. (De Franse zitten altijd vol maden, zegt het koopvrouwtje) Ik heb weer pasta met c?¬¨?Üpes gemaakt en daar gooi ik toch weer een handje gedroogde bij, want de smaak – die heel sterk hoort te zijn – was een beetje flauw. Dat komt door die oostblokpaddo’s, want die van 2 jaar geleden bij ons uit Frankrijk, die waren me daar krachtig van geur en smaak!

De schilders

De twee weken hiervoor deden de schilders de voorkant, volgende week gaan ze de achterkant doen. Een stelletje v/h Oostblokkers (=Polen, denk ik) heeft de steigers in de steeg tegen de buitenste gevel aan gezet. Ze hadden steeds allerlei opmerkingen als ik met de stinkies langskwam, waar ze zelf enorm om moesten lachen.
Nu hoor ik al mijn hele hondeleven lang van bouwvakkers dezelfde opmerkingen op het niveau van:
– Ik wou dat ik die hondjes was,
nou ja, enzovoorts zal ik maar zeggen, maar ik denk eerlijk gezegd dat ze me nu te oud vinden om me nog lastig te vallen met dit soort stompzinnige praat. En omdat ik geen idee heb wat ze nu zeggen, zou het ook:
– Jezus, wat een lelijk oud wijf, ben ik blij dat ik die hondjes niet ben, kunnen zijn.
Dat weet je niet.

Ondertussen lees ik het Dagboek van Edmond en Jules de Goncourt, van de Prix inderdaad en ik vind het geweldig, wat een pret en feest, zeg, en wat een hoeveelheid informatie.

Voor wie ze niet kent: de broers hielden vanaf 1851 een dagboek bij, een “genadeloos” verslag van alles ze zagen en hoorden tijdens hun literaire leven. In 1887 begon Edmond al gedeelten te publiceren, waar iedereen geweldig zenuwachtig van werd, en pas in 1956 kon het complete dagboek gepubliceerd worden, omdat toen de laatste belanghebbende de pijp uit was.
Iedereen komt langs, Zola, Flaubert, Rimbaud, Verlaine, George Sand, Toergenjev, noem maar op, en de vrouwtjes worden uitgebreid besproken, hoe ze het doen, wie met wie, de prostituees, eindeloze seksistische praat over al dan niet ontwikkelde vrouwen, de kunst, het toneel, actrices, prinsessen en andere adel, ooggetuigeverslagen van salonbijeenkomsten, dronkemansportretten, roddelpraat, hun eigen seksleven enz enz enz., allemaal erg vermakelijk.
Ik ben nog maar op bladzijde 123, dus ik moet nog even. Het boek (uit de serie priv?¬¨¬©-domein van De Arbeiderspers) telt 448 pagina’s exclusief de noten.

Ik had net al de biografie van Rimbaud gelezen, van Graham Robb, ook ?¬¨¬©?¬¨¬©n grote verrukking en jawel, de nieuwe Fred Vargas is gearriveerd en in de eerste alinea is Adamsberg z’n overhemden aan het strijken, omdat-ie naar een politiecongres in Londen moet, ik zit nu al in het verhaal. Ik wil alles tegelijk lezen! En ook nog schrijven!

En wat moet er nu van mijn carri?¬¨?Üre terecht komen?

Rijp

Kijk, die tomaat van 28 juli schoot niet op vanwege het ontbreken van warmte en omdat we niet aanwezig zouden zijn op heur hoogtepunt, besloot ik de dikste tros mee te nemen om binnen te rijpen, toen we 17 augustus vertrokken.
Dat heeft nog tot vandaag geduurd. Ze worden plotseling in razend tempo rood. Zou dat iets met de huidige temperatuur te maken hebben? Denkelijk.

Hoe zou het met m’n druiven zijn? Hoe kom ik daar nu achter? De buren bellen.

Wat doe je eraan?

Helemaal niks. Ik slenter over de gracht met de stinkies, zie dat het prachtig weer is, ruik het en kan alleen maar berusten. Ik heb alles wat mijn hartje begeert, zei ik ooit al eens desgevraagd tegen Frans Pointl in de Appie Heijn, wijzend naar de inhoud van mijn karretje, toen hij me aansprak.
– Bent u schrijver? vroeg hij. Ik kende hem helemaal niet, dus ik zei gevat (dacht ik):
– Neen, u?
Huppetee en daar kreeg ik een hele geschiedenis te horen. Die was verder wel zo interessant, dat ik z’n werk toen serieus ben gaan lezen. Ik heb moeten huilen van het lachen om De Hospita’s, Rijke mensen hebben moeilijke maten, De Heer slaapt met watjes in zijn oren, Ongeluk is ook een soort geluk en het net verschenen Poelie de verschrikkelijke.
(Dat laatste heb ik nog niet gelezen, maar gaat ongetwijfeld over die afgrijselijke zwerfkat die een re??òncarnatie van Hitler bleek te zijn en door Pointl opgenomen en verzorgd werd, tot het niet langer ging en het beestje afgemaakt moest worden. De website catsthatlooklikehitler verbaasde me niks)

Ik heb alles wat mijn hartje begeert, ik zei het al, te eten, een huis om in te wonen, een man en kinderen, een paar honden, cavia’s, werk, hersens en een huis in Frankrijk. En ik verlang alleen nog maar naar dat laatste, maar dat kan natuurlijk niet zonder de rest. Het is een probleem van niks, ik heb geen oorlog meegemaakt, heb nooit hoeven onderduiken, ik heb nog nooit werkelijke doodsangst gekend.
Kom op, niet zaniken verder. Ik lees tegelijkertijd de biografie van Rimbaud door Graham Robb en Le D?©b?¢cle van Zola, het 19e deel van de 20-delige serie Les Rougon-Macquart die ik al eerder noemde. Ik ben in afwachting van het nieuwste boek van Fred Vargas, waar ik me enorm op verheug. Zie je wel? Het valt wel mee. Even jam maken.

Dagelijks leven in Frankrijk