Paris II

Het hotel bevond zich om de hoek van boulevard Richard-Lenoir, waar de Bastille-markt op donderdag en zondag wordt gehouden. Ze verkopen vooral lekker eten, kaas, groente, paddestoelen, Beaujolais nouveau. Er zijn opvallend veel gespecialiseerde kramen met heerlijks uit Portugal, Griekenland, de Auvergne, de Savoie etc. de zogenaamde produits r?©gionaux.
De Libanese kraam verspreidde zo’n verrukkelijke geur dat we wel (de enige echte) taboul?¬¨¬©h m??esten kopen. We maakten even een praatje.
I love Holland, beweerde de meneer, toen hij hoorde waar we vandaan kwamen. Jaja. Nu had ik wel eerst gezegd dat ik de Libanese keuken de beste van de wereld vond, dus de toon was al min of meer gezet.

In de metro werd ik aangesproken door een Algerijnse man. Of ik ook een digitale camera had. We vergeleken onze spullen, praatten wat en hij liep door.
Hij bedacht zich en keerde om: was er racisme in Nederland? Ja, natuurlijk. Hij bracht het gesprek al snel op de moord op van Gogh en moslims. Die extremisten zijn niks anders dan moordenaars, verklaarde hij. We bleven doorpraten over deze materie tot de trein kwam.
Dat heb ik nu altijd, ik raak altijd met wildvreemden in gesprek zonder dat ik iets doe. Siebe stond erbij en keek ernaar.

In de tuin van het Louvre hadden ze de haagjes geschoren. Google Earth laat mooi zien hoe ze in stralen zijn geplant. Die rode stip ben ik:

Nu nog even dat hotel. Dat had het lef om mijn reservering van 3 weken geleden op het laatste nippertje te annuleren wegens een technisch probleem. Helaas, helaas, mevrouwtje maar gelukkig kunnen we u een kamer aanbieden in een hotel aan de andere kant van de stad, onder dezelfde voorwaarden. Toen ik dat niet accepteerde, krabbelden ze terug en zeiden dat het toch wel ging.
Daar geloofde ik helemaal niets van. Eerst zien dan geloven, zei blinde Maup. En ja, toen we ons meldden, hadden ze weer een ander “technisch probleem”, waardoor we alsnog werden doorgeschoven. Daar komen we nooit meer.

Wordt vervolgd.

Paris

Dit weekend gaan we even naar Parijs. Hoewel we er nog nooit zo vaak doorheen zijn gereden als de laatste 2 jaar, zijn we er nog maar ?©?©n keer gestopt, afgezien van de files dan.

(Dat was voor de deur van Mus?©e Marmottan, waar ik de hondjes uitliet, terwijl Siebe en de kinderen binnen waren om Monet te bestuderen. Het is een keurige, echt keurige buurt, bcbg, en die arme buitenspelende Franse kindertjes moesten in hun Petit Bateau-pakjes zorgen dat ze niet vies werden. Gek genoeg wordt dat soort kinderen dat ook nooit. Ik keek mijn ogen uit.)

Dit keer is de aanleiding de maand van de foto, Mois de la Photo en een bijeenkomst in het Institut N?©erlandais, waar ik me bekend wil maken. Hoe en als wat, dat weet ik nog even niet, maar de strategie komt vanzelf bovendrijven, hoop ik. De Thalys doet er nog maar 4 uur over.

Op de site linternaute.com hebben we de restaurants voor het uitkiezen. Zullen we maar weer eens Libanees, of gewoon Frans? Zullen we om 12 uur of ‘s avonds? Of allebei? Of tussen de middag een visje en later klein hapje Corsicaans? Heerlijk, heerlijk.

Op dezelfde site kun je nog veel meer vinden zoals de markten, hammams, de wijngaarden van Ile de France. Wijngaarden? Jazeker, goed voor 33 653 flessen. Le cru Montmartre 2006, ik zweer het je.
Zondagmorgen gaan we in elk geval even een paar geitenkaasjes halen op de markt van Place Monge.

Maar een beetje bij Centre Pompidou rondslenteren doe ik niet meer, want ze pikken me er altijd uit. Kijk maar wat ik 30 jaar geleden moest doen: meespelen.

Lessing

Door een gelukkig toeval heb ik Doris Lessing opnieuw ontdekt. Haar werk was me in de tijd dat ik bij Ginsberg in Leiden werkte (1973) natuurlijk bekend, maar om de een of andere reden is het toen niet blijven hangen.
Nu lees en herlees ik alles wat ik van haar te pakken kan krijgen. Ze schrijft schitterend, to the point, en ogenschijnlijk eenvoudig. “The Grandmothers” was het eerste boek dat ik weer van haar las, vier korte verhalen waarvan het titelverhaal gaat over twee vriendinnen die een verhouding krijgen met elkaars zonen. Maar vooral ” A Love Child” en “Victoria and the Staveneys” behoren tot de top.

Nu ben ik haar autobiografie aan het lezen. De eerste twee delen zijn uit, “Under my skin” (Onder mijn huid) tot 1949 en Walking in the shade” (In de schaduw, 1949-1962).
Ze vertelt over haar ouders, haar huwelijken, de twee kinderen die ze verliet, de mannen en vrouwen in haar leven, haar communistische tijd, Zuid-Rhodesi?´, waar ze opgroeide, en natuurlijk haar schrijverschap, als alleenstaande moeder in Londen. Ze heeft al weer een derde kind, deze keer van meneer Lessing, voordat ze zich uit zelfbehoud laat steriliseren.

Een citaat uit “In de schaduw”, in de vertaling van Christien Jonkheer, hoe dat schrijven gaat:

“En op dat tafeltje waar de ontbijtboel heeft plaatsgemaakt voor verspreid liggende vellen papier, staat nu de schrijfmachine op me te wachten. Het werk begint. Ik ga niet zitten maar loop de kamer rond. Ik denk na terwijl ik loop, een kopje afwas, een la opruim, thee drink, zonder dat ik met mijn gedachten bij die activiteiten stilsta. Dan zit ik plots in de stoel voor de schrijfmachine. Ik tik een zin… kan die er wel mee door? Nee, laat maar, bekijk dat later maar, ga nu maar door, zorg dat de stroom op gang komt. En zo gaat het verder. Ik loop rond, mijn handen bezig met allerlei klusjes. Wie me zo bezig zag, zou me voor een echte huishoudmaniak verslijten.

Ik val voor een paar minuutjes in slaap omdat ik mezelf weer heb opgewerkt tot een staat van hinderlijke spanning. Ik loop, ik schrijf. Als de telefoon gaat, probeer ik op te nemen zonder de concentratie te verbreken. En zo gaat het de hele dag door, tot het tijd is om mijn zoontje uit school te halen of totdat hij aanbelt.”

Net als ik denk, ja, dat heb ik ook, dat gepiel en gewriemel, dat drentelen, gaat ze verder:

“Dat gebruikmaken van het fysieke om tot concentratie te komen zie je bij schilders ook. Ze lopen met schijnbare willekeur hun atelier rond. Ze maken een kwast schoon, gooien een andere weg. Ze maken een doek klaar, maar je kunt zien dat ze met hun gedachte elders zijn. Ze staren uit het raam. Ze zetten een kop koffie. Ze staan een hele tijd voor het doek, kwast in de aanslag. En dan begint eindelijk het werk.”

Inderdaad, zo gaat dat.
Ik wacht nu op deel III, vanaf 1962, het jaar waarin The Golden Notebook verscheen.

Hu paard!

Helaas, hoe lief dit brave paard ook was, galopperen wilde hij niet. Wel keihard draven.
En omdat de juf in de manege mij geen enkele aanwijzing hoe ik dat wel voor mekaar zou krijgen, of anderzins instructies gaf, hou ik deze club voor gezien. Dat is heel jammer, omdat Yeva wel blij is met dezelfde juf.
En we reden na afloop zo gezellig samen naar huis!
Ik meld me in Frankrijk wel bij Florence en R?©mi.

Hier nog een filmpje van het f?™te du cheval. Dat kleine lopende riddertje is R?©mi.

Brieven aan broer Theo

In de herfstvakantie kwam het gesprek met de Franse buren op de moslims. De zoveelste bus was in de fik gestoken en ze vroegen zich af of wij dat ook hadden: “Musulman”, en dan de extreme vorm.
Nou en of, bevestigde ik, er is zelfs een moord gepleegd op een cineast, en andere mensen worden zodanig met de dood bedreigd dat ze moeten onderduiken of non-stop bewaking nodig hebben.

Ja, herinnerde zich meneer B., dat hebben we gehoord, van Gogh heette hij, is het niet?
Is dat familie van Vincent, vroeg zijn vrouw, want de familie B. is in kunst ge????nteresseerd, zoals ik al eerder heb vermeld.
Theo is een achterkleinzoon van Theo, de broer van Vincent, dacht ik, het kind van broer Theo is de grootvader van de arme vermoorde, om het anders te zeggen.

Heeft u de brieven van Vincent aan zijn broer wel eens gelezen, vroeg ik.
Neen, hoe moest dat nu, ze lazen toch geen Nederlands?
Maar hij schreef in het Frans! En nog prachtig bovendien! En hij maakte er vaak een tekeningetje bij om aan zijn broer te laten zien waar hij mee bezig was.
Ze stonden paf.

Nu zijn niet alle brieven in het Frans, maar bij amazon.fr heb ik de brieven in vertaling gevonden en besteld. Met de tekeningen, zoals op 4 juni 1890 een schetsje van dokter Gachet.


Leuk kerstcadeautje, nietwaar?

Dagelijks leven in Frankrijk