In de tussentijd heb ik de kolenkachel weer aan de praat gekregen (zie de kolenboer). Siebe was overmand door oester-eterij annex pastisdrinkerij in het grote huis en viel thuisgekomen op de bank in de salon in slaap.
Ik heb nog even een guiche gebakken. De oven was zo heet dat de eerste poging een zwartgeblakerd stukje deeg opleverde. Mercredi!

De oudere mensen konden het niet meer opbrengen bij ons langs te komen. We drinken nooit zoveel, zeiden ze. Dat is ook zo. Maar wij wel.
Ik ben nu zo doordrenkt, dat ik even stop.
Bonne année et bonne santé
1 januari 2006. Om half tien werd er geklopt. Ik was net bezig om in mijn duster de cuisiniere aan de praat te krijgen. Het was Elise, of we ook meededen met de nieuwjaarsronde in ons dorp. Ja natuurlijk, maar ik had geen idee dat dat al onmiddellijk zou plaats grijpen.
We hadden ons daar gisteren al op voorbereid, door koekjes te bakken en een appeltaart en allerlei drank in huis te halen.

Kwint houdt ook van appeltaart.
Het startpunt was het huis van de ouders van onze boerburen. In een noodtempo was iedereen aangekleed en op weg, behalve ik, de kachel moest het nom de chien eerst doen! En de honden moesten uitgelaten worden.
Saar kwam na tien minuten aanhollen met de boodschap dat de boel ging verkassen naar Berthet.
Ik holde naar huis nr. 1 , goot daar op mijn nuchtere maag een creme de cassis naar binnen en at wat koekjes in gezelschap van de grootmoeder en de moeder van de boer: de rest zat al bij het volgende adres.
Zo ging het door tot een half uur geleden. We zijn geëindigd in het grote huis met de nieuwe buren, waar de logées uit Parijs ruw werden geconfronteerd met een vrolijk, licht aangeschoten clubje internationale gekken.
Straks, na het werk (er zijn boeren bij) komen ze hier dan eindelijk onze appeltaart opeten. Even een uurtje slapen.
De kolenboer
Deze lieve kachel is afschuwelijk. Of het moet aan de schoorsteen liggen.

Het kost idioot veel moeite om hem aan de praat te krijgen: roken, uitgaan, veel te heet worden. Met hout is het onzeker of hij blijft branden, met kolen doet hij het ogenschijnlijk prima. Als hij het dan eindelijk doet, kun je de deur naar de kamer niet meer met goed fatsoen open of dicht doen, want dan blaast hij een grote wolk rook uit. De kolengeur doet me onmiddellijk denken aan de kolenmannen in Den Haag, die met beroete gezichten en zakken over hun schouders dwars door het huis naar het kolenhok op balkon liepen. Dat vonden wij, kinderen pas goed eng.
Als ik de kachel 5 minuten alleen laat na het aansteken, is hij zeker uit. Daarom blijf ik er maar bij en kijk af en toe uit het raam, dat open staat vanwege die enorme rookontwikkeling. Rechts staat het huis van de dichterlijke buren.

Maar soms doet hij het in een keer goed en dan stel ik de beslissing om hem eruit te gooien weer even uit. Hij geeft een verrukkelijke warmte. Hoewel, deze keer moet hij echt weg.
Verglas
Vonochtend hadden we de wekker gezet met als doel vroeg naar Limoges te gaan. Het is niet erg ver, 70 km, maar als je pas om 12 uur komt aanzetten, is alles dicht.
Zitten we om 9 uur aangekleed en wel aan het ontbijt, begint het te regenen. Regenen? Er valt geen sneeuw, maar het IJZELT: een spekgladde Creuse, die we zonder gevaar voor eigen leven niet kunnen verlaten. Er wordt alleen op de grotere wegen gestrooid.
Nu hadden we gelukkig alle as van onze kachels in een zinken emmertje verzameld en die kwam nu mooi van pas. Sara had enorme zin om al die as op strategische plekken te strooien.

Niet op onze oprit, want dan kan er niet meer worden gesleed. Maar wel op de stoep van onze bejaarde buren die – heel slecht ter been – toch nog met grote stapels hout lopen te sjouwen. We vroegen natuurlijk of wij dat niet even zouden doen, maar ze hadden al maatregelen genomen.

Ze grepen de gelegenheid aan om Saar en Yeva binnen te lokken en vol te stoppen met chocola. Mbv “Hoe overleef ik mijn vakantie in Frankrijk” en de paar maanden middelbare school Frans van Yeva werd er vrolijk gecommuniceerd.
Toen we onze kinderen gingen halen, konden we het nieuwste schilderij van Paul Berthet bekijken: het kapelletje van Mas st. Jean, waarvan we al eerder kond deden. Simone had er een ontroerend gedicht bij geschreven, Die boom ernaast is een linde, volgens het echtpaar zeker 400 jaar oud.
Het werd ons verboden naar Limoges af te reizen. U geraakt daar nooit, zeiden ze. En dat is waarschijnlijk ook zo.
Jacques et l’Usine de Chocolat
Gisteren hebben we ouderwets met z’n allen op de sofa de nieuwe Sjakie en de Chocoladefabriek bekeken. Ouderwets, ouderwets? De kolenkachel stond roodgloeiend, en de bank is uit 1950 en de iBook stond op een stoel uit 1900. Daar draaide ons kerstcadeau: een nieuwe DVD. Onze tweede DVD al.
