Ik probeer het nog een keer: we waren in Venetië in september vorig jaar, bij het feestelijk behalen door de oudste dochter van MD in Human Rights and Democratisation. Dat was wel heel bijzonder.
Technische problemen

Een overleden Citroën HY ergens achter in de struikjes in Chabannes
Omdat ik zo nodig van provider moest veranderen, zit ik nu in de wordpressproblemen. Ik heb alles volgens het boekje gedaan, maar er blijken toch fouten in te zijn geslopen. Ik heb wel gezien dat het geen onbekend probleem is, alleen helpt geen enkele oplossing die de verschillende fora geven.
Ik krijg een foutmelding als ik een nieuwe tekst wil beginnen en waarom? Pour embêter les gens, zeggen ze hier. Ik kan geen plaatjes uploaden en ik kan niks saven.
Ik test of ik buitenom (of binnendoor) dit tekstje direct in de database en op de site kan doen verschijnen. Let op!

(Ik besta nog jongens, maar alles zit een beetje tegen.)
Ja, dit is gelukt. Nu nog kijken of ik dat ook via de reguliere manier voor mekaar kan krijgen. Heb ik helemaal geen tijd voor, het expositieseizoen begint binnenkort ook alweer.
En ik heb flink veel te mopperen op de organisatie waarvoor ik werk. En ik ben niet de enige. Ik zeg nog even niks.
Omgekeerde schildpad
Het was 14 dagen geleden weer zover, ik kòn niet meer. Ik sleepte me voort van klant naar klant, probeerde tegenliggers onderweg zoveel mogelijk te vermijden, maar was bang dat ik op een dag een akelige botsing zou veroorzaken wegens onoplettendheid.
Ik sliep en slaap elk weekend het hele weekend, ook niet normaal.
Dat het huishouden zeg maar niet echt mijn ding is, helpt ook niet om gemotiveerd maar doodmoe die verdomde vloer voor de zoveelste keer te dweilen (“passer un coup de serpill?¬Ære svp“), vooral als de klant denkt dat de klant koning is.
Gelukkig zijn dat er niet veel, want de oudere dames op het platteland zijn de liefste en hartelijkste klantjes die een hulpje zich kan wensen, hoewel er dus af en toe er een tussen zit die denkt dat ze me kan rondcommanderen, hahaha!
Praat eens met mijn moeder, zou ik willen adviseren, als die lieve vrouw niet alweer meer dan 12 jaar dood was.
(De heren zijn ook wel ok, hoewel er laatst een was die me een joetje bood als ik mijn onderbroek wilde laten zakken. Hij had het biljet al in zijn hand.
Ik barstte bij het idee zo hard in lachen uit, dat hij beteuterd voor l*l stond met zijn tientje in de bejaarde knuist.
– Ook niet veel, giechelde iedereen aan wie ik dit verhaal vertelde. Maar dit even terzijde.)

Ook een zonsondergang, maar ergens anders: je ziet niks.
Toen ik een tijdje geleden op een zaterdag bij mijn laatste klantje van de dag (96 jaar, de een na oudste, de oudste is 103) in een dorp 10 km verderop afscheid nam, nadat we nog gezellig hadden kletsen over vroeger tot de zon ons niet meer verblindde, maar verdwenen was achter het elfde-eeuwse kerkje, wilde ik wegrijden.
Ik startte, draaide aan het stuur en kwam *KLONK!* niet meer voor- of achteruit.
*KLONK!*? *KLONK!*? Wat zullen we nou krijgen?
Onder de auto lag een onwrikbaar rotsblok, waarop ik hem met mijn suffe kop kennelijk net had geparkeerd. De voorwielen hingen zo ver boven de grond, dat ze vrolijk ronddraaiden, terwijl de auto geen millimeter bewoog. Holy, holy, merde, putain en nog meer van die woorden. Een omgekeerde schildpad. Hoe stom kan een mens zijn?
Het werd al snel donker en ik duwde een beetje vruchteloos tegen de auto in mijn wanhoop. Zaterdagavond, geen garage te vinden en ik kende niemand met een beetje trekker in deze buurt. Buurman JP zou een laatste optie zijn, altijd bereid me waar en hoe dan ook uit de modder te trekken.
Ik besloot op te zoek te gaan naar alternatief, wat toch niet moeilijk zou moeten zijn in deze omgeving met louter boeren.
Vlakbij de kerk bleek in de salle polyvalente een feest gaande, wat al voor midi begonnen was, toen ik er op weg naar een andere klant was langsgereden. Een drukte en geklets van belang. Kinderen speelden buiten en staarden me aan.
Toen ik in mijn uniform de zaal betrad, viel er een stilte.
– Een thuishulp, zei een dame tegen haar buurvrouw.
…
Hup, de Korte, zeg iets!
– Ik heb hulp nodig, sprak ik luid in het Frans, me plotseling bewust van mijn accent, ik heb mijn auto klemgereden en kan niet meer weg. Is er misschien iemand hier met in tractor in de buurt?
De dichtstbijzijnde mannen stonden meteen – een beetje wankel – op en zeiden: we komen wel even kijken, laat maar zien, en sommeerden anderen mee te gaan:
– Kom op, we hebben sterke mannen nodig, oust!
Ze hadden wel zin in een verzetje en volgden me terwijl ik opgelucht vooruitliep. Toen ik omkeek, had ik lange sliert mensen achter me aan, op zijn minst tien sterke mannen en alle kinderen. Ik was in een of andere merkwaardige film terechtgekomen.

Net zo’n dorp, maar dan anders
Ze hadden de 21ste verjaardag van een lid van de familie uitgebreid gevierd, vertelden ze desgevraagd, niet zonder liquide middelen kon ik horen en ruiken, en bevestigden dat ze zich een beetje waren begonnen te vervelen.
Toen ze de schade hadden opgenomen, de rollen hadden verdeeld en tot 3 hadden geteld, was het een kwestie van tillen: HUP! en HUP! en verdomd, de auto stond weer naast de rots met beide benen op de grond.
Ik bedankte ze eindeloos en ze lachten, de kinderen dansten rond het opstootje in de schemering, ze gaven me allemaal een hand en/of bises, spoorden me aan in de auto te stappen en het te proberen. Hij deed het, er was niets beschadigd, ik reed langzaam weg, zwaaiend en zwaaiend, met de kinderen achter me aan hollend, lachend en gillend van plezier.
Tjonge, wat een geluk. Wat een geluk!
Moules-frites

Tafel dekken en muziekinstallatie opstellen
Nou, jongens, ik zit plotseling in het Comité des Fêtes, vraag niet hoe het kan, profiteer etc.
Ik ben daar zomaar voor gevraagd en in het kader van de integratie heb ik meteen ja gezegd, zonder te weten wat je daarvoor moet doen.
In ieder geval vergaderen op het onmogelijke tijdstip van half negen ‘s avonds. Jullie stadse types denken natuurlijk, stel je niet zo aan, mooie tijd, maar daar denken wij, de andere nieuweling in het comité (buurman JP) en ik anders over. Wij staan elke dag om 05:00 op. Ja, echt. Net als de rest hier. Om 20:00 is het doodstil en pikkedonker.
Ik had dan ook bij de eerste vergadering moeite mijn aandacht erbij te houden, schrok af en toe wakker en had even niet door dat me iets werd gevraagd en dat we van onderwerp waren veranderd, nl het menu van het eerstkomende feest.
De rollen waren al sinds jaar en dag verdeeld, wie wat zou kopen, wie kok zou zijn, wie de bar zou keepen, wie de bediening (daar werd ik bij ingedeeld) en welke DJ de muziek zou verzorgen.
Dat feest – Moules-Frites – is het best bewaarde geheim van onze commune, want in al die jaren heb ik nog nooit een aankondiging gezien of er iemand over horen praten.
Ik dacht: we zien wel en meldde me ‘s ochtends volgens afspraak in de feestzaal van de bourg, waar de tafels gemonteerd en verdeeld werden. Die ene familie 17 personen, de volgende 22 etcetera.
Timmeren, sjouwen, tafels dekken.
Toen de eerste mensen (alle leeftijden) ‘s avonds kwamen, begon de ap?¬©ro en de muziek. Daar was het allemaal om te doen, aha!
Mijn hoogbejaarde klantjes praten allemaal met weemoed over de tijd dat ze elke week naar een bal gingen om eindeloos de wals te dansen, ik had het daar al eerder over.
En dit feest was feitelijk daar een voortzetting van.
In plaats van het orkest van Perrin of Verschueren stond er een DJ van onzekere leeftijd op het podium, die in het begin nog wel een beetje accordeon liet horen, maar in de loop van de avond louter hits draaide, die iedereen kende behalve ik. De hele zaal brulde mee, armen omhoog, aanstekertje in de lucht. Haak eens in met Mary.
Oude dames en kindertjes dansten, iedereen, zelfs ik werd de dansvloer opgesleurd door collega (v) en medelid C. die me steeds een ruk gaf om me te doen draaien, want wist ik veel. Nog nooit de wals gedanst. Ik kon na een tijdje niet meer, omdat ik zo moest lachen en omdat mijn bilspieren uit hun voegen lagen.
Hoe laat het eten werd opgediend weet ik niet precies, na 22:00 denkelijk. Ik herkende een aantal mensen, de buren van het grote huis natuurlijk, de behanger met zijn familie, de SRV-man met aanhang en hier en daar een enkeling zoals het vrouwtje dat de enorme broodkar van Fresselines rondrijdt en piepklein bleek te zijn en een andere collega, maar dat was het dan.
De muziek bleef doorstampen, mensen bleven dansen en wij holden met dienbladen rond tot de vaart er uiteindelijk uit was. Toen ik de laatste stapel schone borden in de kast zette, keek ik eindelijk eens op de klok: 03:45. Allemachtig.

Kun je nog zingen, zing dan mee
Dat heet: een nacht doorhalen. Ik viel om 04:15 in mijn bed, zonder ook maar 1 drupje alcohol, hoewel me dat eindeloos werd aangeboden, tegen het eind zelfs die heerlijke zelfgestookte eau de vie.
Jammer, maar ik moest nog rijden. Alcohol geen bezwaar, zeiden ze zoals altijd, want “er wordt toch niet gecontroleerd”. En stapten met hun dronken harses in hun auto’s.
Om je volgend jaar bij dit feest aan te melden, bel je comitélid Jezus (Jésus, baasje van een broer van Bleu en een van de vele dorpsgenoten met een bijnaam) en je bent van de partij.
Dat doen die families al ruim van tevoren, dus de zaal is al uitverkocht voordat er iets is geregeld. Vanaf welk moment je precies kunt gaan bellen, vermeldt het verhaal niet.
Het was me ja wat.
In maart wordt er een avondje geklaverjast, en in juni is er Tête de Veau (met of zonder circonflexe?), net zoiets als Moules-Frites, maar dan minder, vertelden mijn nieuwe vriendinnen me. Wanneer je daar voor moet aanmelden, ook geen idee.
Lollig is het allemaal wel.
(Ondertussen gaat het werk door, ik heb nu een vast contract als vervanger, zit bij de collectieve ziekteverzekering à 75€/maand, waarvan de werkgever 40% betaalt en heb mijn eerste aanvaring met een klant erop zitten, waarover later meer, maar niet hier.
Het verhaal van de huisarts heb ik al gedaan. Zucht. Ik ben nog steeds kwaad. )
Sociale controle
Ik ben nog niet helemaal hersteld van de dreun die die semi-arts uit het vorige stukje me donderdag gaf, maar weet je wat, ik gooi er een kleine anekdote tegenaan, die ik van de week hoorde.
In de tijd dat er nog een trein reed tussen Saint Sulpice en Dun le Palestel, ontdekte de vader van een familie uit het gehucht La B** op een gegeven moment dat er hout verdween uit hun schuur. Elke keer een of twee blokken, niet veel, maar genoeg om opgemerkt te worden.
Het was wel duidelijk wie de dader moest zijn, een oude buurvrouw die wel vaker – weliswaar op kleine schaal – blijk gaf het verschil tussen mijn en dijn niet te kennen. Maar hoe bewijs je dat? En trouwens, misschien was zij het wel niet.
Ik heb al heel wat verhalen gehoord over kleine diefjes, waarvan iedereen op de hoogte is, maar die nooit openlijk worden beschuldigd wegens gebrek aan bewijs. Ze vergissen zich natuurlijk ook wel eens. Hier in onze buurt hebben ze creatieve oplossingen om die boefjes een lesje te leren en meteen het bewijs te leveren.
Want wat deed die brave huisvader nu om dat vrouwtje mores te leren?
Hij boorde een gaatje in een houtblok, vulde dat met kruit uit zijn jachtgeweer, stopte het dicht en legde het blok weer tussen het hout.
En toen was het een kwestie van wachten.
En warempel, na twee dagen klonk er halverwege de ochtend een flinke explosie vanuit het huisje van de oude buurvrouw, gietijzeren plaat lag van het houtfornuis en de kamer stond vol rook.
Aha. Bewijs geleverd en het jatten gestaakt.
Authentique, beste mensen, authentique!







