Verreisd

Engeland, Oxford

Dat zou de NS eens moeten proberen! Zonder opgaaf van redenen eerst de vlucht anderhalf uur later willen laten vertrekken en vervolgens hem doodleuk annuleren. Het vliegtuig waarmee we uiteindelijk gingen, zat half vol. De mensen mopperden nog een beetje na, want er hadden nog twee vluchten tussen de oorspronkelijke en de definieve gezeten. We kregen als doekje voor het bloeden wel allerlei dingen aangeboden, waaronder een maaltijd. Vooruit dan maar weer.

In Londen Heathrow was het eerst wandelen door eindeloze gangen geblazen. Die gangen hadden niets van de drukte van een moderne luchthaven, maar meer iets van een verlaten kantoor.
– Hier hebben ze Toren C opgenomen, merkte Y. op.
Overal zuurstofloze ruimtes en nergens kun je naar buiten kijken. De rit naar het Central Bus Station waar de bus naar Oxford vertrekt, ging bijna vanzelf – volg de borden is het devies – en we waren nog niet ingestapt, of hij reed al weg. Mooi. Van die anderhalve minuut buitenlucht waren we toch een beetje opgeknapt. Jammer genoeg was het al donker, dus naar buiten kijken was er weer niet bij.
De tocht ging razendsnel, want hoewel er 90 minuten voor staat, waren we elk gevoel voor tijd kwijtgeraakt.

Engeland, Oxford

Nu zit ik in een B&B een eindje buiten het centrum, waar ik vanuit het College van Y. met een taxi naar toe ben gereden. De kamer is, tja, hoe zal ik die beschrijven, keurig, zullen we maar zeggen. Buiten raast het verkeer van de Branbury Road. De lakens en dekens maken een nylon indruk, maar dat zal wel typisch Engels zijn. De mensen zijn hier allemaal even hartelijk, dat moet gezegd. Je schaamt je eigen plaatsvervangend en met terugwerkende kracht toch voor de Nederlanders in het algemeen en de Amsterdammers in het bijzonder. Nu neem ik de bus en ga een kijkje in het centrum nemen.

Voorbereidingen

AmsterdamKwint is op 4 december bijna de gracht ingewaaid

De laatste restanten sneeuw liggen nu smerig en vies bevroren te zijn. Je kunt zo goed zien van welke maat hond de boel niet wordt opgeruimd: hele grote, b?®h.

Morgen vertrekken we (Y. en ik) naar Oxford waar Y.(17) gesprekken gaat voeren met de tutors van haar college. Die interviews zijn onderdeel van de toelatingsprocedure.
Arme Y. heeft ondertussen ook nog PTA-week, waar de cijfers ook tellen voor je eindlijst (PTA = v/h schoolonderzoek). We beginnen al goed zenuwachtig te worden.
Ik ga mee voor de moral support, maar eigenlijk ben ik volstrekt overbodig, want je wordt als kandidaat-student daar meteen in het college-leven opgenomen, ouders alleen welkom op de speciale ouderdagen.

AmsterdamDe Efteling om de hoek

Dat betekent dat ik (met en) zonder Y. eens lekker de toerist kan uithangen. Ik heb net weer Dorothy Sayers voor de honderdste maal herlezen en herken in de reisgids en op googlemaps de namen van de Colleges van de hoofdpersonen.
Lees Gaudy Night en Busman’s Honeymoon maar eens. Ik heb die via het forum van mobileread.com gedownload en lees ze in bed op mijn mobieltje. Een aanradertje, net als inlibroveritas.net voor francofonen. Boeken genoeg bij me, die niks wegen.

Balliol
Balliol, waar Peter Wimsey studeerde ©Google Streetview

Maar dat Oxford, zeg, dat is pas Efteling! Daar doen we vanaf morgen dus verslag van met plaatjes. Dat moet niet moeilijk zijn.

Daarna is het alweer bijna tijd voor het beloofde land.

La France de Depardon

France

Vrijdag in Parijs – dat lijkt alweer honderd jaar geleden na 12 dagen griep – reden we per metro naar de Biblioth?¬Æque Nationale de France, nadat we eerst in de Magnum galerie bij het Place de St. Germain des Pr?¬©s al iets van Depardon hadden gezien, o.a. het boek van dit megaproject (La France). De galerie lag op loopafstand. We zaten immers weer ouderwets in Quartier Latin.

De Nationale Bibliotheek van Frankrijk ligt aan de Seine en maakt een extreem moderne en koude indruk. Dat komt niet alleen door de wind die tussen de hoogbouw heen loeit, maar ook door het materiaal waarmee gebouwd is. Glas en grijs geworden hout, mooi, maar ijs- en ijskoud. En dat de ingang nergens is te vinden. Daar zouden ze toch echt iets aan moeten doen, aan de navigatie.

Fotograaf zoekt de juiste metro op de iPhoneFotograaf zoekt de juiste metro op de iPhone

Het architectuurontwerp was natuurlijk weer conceptueel zonder echt praktisch te zijn. Als je oude (en nieuwe) boeken in grote vrijstaande glazen gebouwen wil bewaren, moet je niet gaan piepen als het warm wordt, of als er teveel licht bijkomt. Koud van buiten, warm van binnen. Een omgekeerde mislukte bitterbal. En dan hebben we het nog niet eens over de mensen die daar moeten werken.
S. vond de architectuur interessanter dan ik, dacht ik. Voor mij blijft het toch een gevalletje imponeren en borstgeroffel. Zo’n gebouw, of zo’n verzameling gebouwen moet natuurlijk wel functioneren. Hoe kom je bijvoorbeeld van het ene in het andere gebouw? Onder de grond of buitenom?
Binnen vindt er onmiddellijk – als op een luchthaven – metaaldetectie plaats, vlak na de draaideur, zodat er bij een beetje drukte al een opstopping ontstaat, waarbij de mensen klem in de deur komen te zitten. Ik wil echt wel positief zijn, hoor, maar sommige dingen, tjonge. Maar dit allemaal even terzijde.

St. Sebastien
Prentbriefkaart uit de oude doos

Nu de expositie van Depardon. Onze held heeft 6 jaar lang over de Franse wegen gezworven met zijn camper, lees ik in het blad T?¬©l?¬©rama Horizons, dat een heel nummer gewijd heeft aan dit project. Fijn veel foto’s, een interview en de cijfers. Omdat hij met een analoge 8×10-inch camera werkte, joeg hij er in die jaren naast 20 vlakfilms per dag, ook nog 10.000 polaroids, 1400 liter ontwikkelaar en en evenzoveel fixeer doorheen. (“Nivenool Superpapirool van Amaloco”, dichtte ik jaren geleden voor mijn vaders Sinterklaascadeau). De polaroids maakte hij om te kijken of de locatie geschikt was. Meer cijfers zijn beschikbaar.

In de zaal was een selectie bijna levensgrote prints te zien (bovenste foto), die de mensen tot departement raden prikkelde. En dat was voor mij ook meteen de makke van dit project: ik had een sterke associatie met prentbriefkaarten en die indruk werd nog eens versterkt door dezelfde selectie in een zijzaal in het klein als dia’s te tonen, m?¬Æt onderschriften dit keer. Nu ben ik dol op prentbriefkaarten, dat is het punt niet. Ik pleeg heiligschennis als ik beweer dat de – in fotoland heilige – Depardon 6 jaar lang op jacht is geweest naar prentbriefkaartenlocaties.
Want wat staat er op de foto’s? Het Frankrijk zoals wij, romantici en francofielen, dat maar al te graag zien, typisch Franse huisjes, berglandschappen, frietkotten, een tractor, oude reclames op de muur, oorlogsmonument, hier en daar een deux chevaux, een stukkie zee met een fotogeniek restaurantje, enzovoorts, esthetisch beeld, waarbij ook de armoe, de prefab-bungalootjes en de golfplaten daken een adembenemende schoonheid laten zien. Er zijn bijna geen mensen op te bekennen.
Leuk, hoor, maar wat wil Depardon hier nu eigenlijk mee zeggen? Dat Frankrijk zo mooi is? Gek genoeg ben ik daar fotografisch nu niet in het minst in ge??ònteresseerd.

Parijs, 20 november
Een willekeurige straat in Parijs © e. de korte

Ik wil dat een foto onrustbarend is, me laat schrikken, walgen, ontroeren of in ieder geval mijn nieuwsgierigheid prikkelt. Het hoge woord moet eruit: dat doen deze foto’s niet. Ik bekijk ze tevreden, zie de vrolijke kleuren, raad een departement en ga over tot de orde van de dag. Maar dat is de bedoeling niet.
Het is dan ook geen fotografie voor fotografen, maar voor plaatjeskijkers. Ik moet toegeven dat ik ook een plaatjeskijker ben, tot het me verveelt. En hoe ik ook kijk en speur, ik zie verder niets meer dan wat erop staat. Een gevalletje van WYSIWYG.

Brand in Doubs
Brand in Doubs, uit het boek La France via Amazon.fr

De paar die me zijn bijgebleven zijn die van vliegerende mensen op het strand in Pas-de-Calais en die van een huis in brand in Doubs. Op beide foto’s gebeurt er iets. De andere zijn zo ontzettend statisch, dat ze in mijn herinnering allemaal op elkaar zijn gaan lijken.
Het blijft desondanks bewonderingswaardig wat Depardon met een Siebe Swart-achtige discipline heeft gedaan. En misschien had het hele avontuur ook een meditatieve kant, want wat is nu rustgevender dan zoveel maanden per jaar met een camper het land te fotograferen, waar iedereen het over eens is? Ik heb het over het uiterlijk.
Als je daarbij dan ook nog analoog werkt en dan niet met z.g. rolletjes, maar met gigantische vlakfilm, niks digitaal, worden de handelingen als de rituelen van een priester, de films verwisselen, het licht meten, het statief (de driepoot) opstellen, de schuif eruit, onder het doek kruipen en hopla!
En er was licht.
Zie je wel? Een heilige.

Nationale Bibliotheek
Magnum

Flickr

France
Honingmannetje op Place Monge

Deze week was ik ziek en kon ik geen stukje te schrijven, maar ben wel op heldere momenten bezig geweest mijn foto’s up te loaden naar flickr, als een extra back-up.
Het zijn er zoveel dat ze niet op een harddisk, noch op de externe harde schijf passen en DVD’s met een derde back-up, dat werkt toch niet lekker, schijfje erin, neen, schijfje eruit, nog een keer. En langzaam!
Laatst crashte de zoveelste harde schijf, weer een plek weg waar dat beeld staat. Niet dat de wereld op mijn foto’s zit te wachten, gelukkig niet, haha.

20091017-L1100147
Slapende loir

Weet je hoe leuk het is door al die plaatjes te bladeren! Bovendien volgde er onmiddellijk een verzoek van een museum in Frankrijk of ze het plaatje van de loir mochten gebruiken voor een spel, dat ze gingen maken bij een tentoonstelling over de (winter)slaap.

Ik ga nog eens binnenlopen.

Dagelijks leven in Frankrijk