Een tochtje op Oude Wielen

De bakkies van de club
Ouwe wielen op een rij

Toen ik mijn eend op het vliegveld in het gelid had gezet, dwaalde ik een eindje rond met de clubpet op voor de herkenning, want er was bij de auto’s verder geen mens te bekennen, op een paar kakkineuze Britse neusophalers na, die bij een wel erg mooie Triumph Stag hoorden, in welk model volgens Jeremy Clarkson jammer genoeg een foute motor is gezet. Net goed. Ik knikte vriendelijk, maar ze keken me aan alsof ik in een hondedrol had getrapt.

Dorsmachine
Het lijkt de USA wel

Voor de dorsmachine, die aan het proefdraaien was, raakte ik in gesprek met een oudere heer, die een grote liefhebber bleek te zijn van alle oude wielen. Behalve een deux chevaux, had hij een vliegtuigje, zei hij. Hij kwam uit La Celle Dunoise en ging zo dadelijk met een vriend de lucht in om foto’s te maken.
Ik vroeg hem waar die liefde voor vliegen vandaan kwam. Ha, dat kwam zo: er had ooit in de oorlog – hij was 12 jaar – een Engels vliegtuig een noodlanding gemaakt op de weg naar Saint Sulpice, de piloot was ongedeerd en verdwenen, maar het vliegtuig stond er nog en het dorp was uitgelopen om het toestel van dichtbij te bekijken. Hij was onmiddellijk verkocht.
Bij een andere gelegenheid, in 1944 misschien, stortte een vliegtuigje neer, hierachter in het Bos van Chabannes, waarvan de kuil van de inslag tot op de dag van vandaag nog te zien is volgens buurman F., die me ditzelfde verhaal toevallig de avond daarvoor had verteld. De dennenbomen op de berg waren vlijmscherp en schuin afgesneden door het ongelukkige vliegtuig. Wat voor nationaliteit had het, wilde ik weten. Het was Duits en alle 7 inzittenden waren daarbij om het leven gekomen.
– We klapten van dolle vreugde in onze handen, niet netjes natuurlijk, maar toen, ach.
??°a se comprend
. We gingen ieder weer verder.

2CV als bar
2CV als bar

Terug bij de auto’s werd ik voorgesteld aan de andere leden van de club, met auto’s, neen, de een nog mooier dan de ander, een Simca, een aantal 2cv’s (een uit 1955), een paar Ami’tjes, een aantal Engelse cabrio’s, een DS, Peugeot’s en dan de mijne, waarvan de kofferbak mooi als bar kon dienen, zeiden ze. Even later reed een Traction het terrein op en een werkelijk zwaar vertederende VW-kampeerbus, met de originele inrichting tot in alle details perfect en een motor, alsof hij net uit de fabriek kwam.

Traction
Bewondering voor de Traction

Om 14:30 was het tijd voor een tochtje in d?¬©fil?¬©. Ik kreeg de routebeschrijving in mijn handen gedrukt met de mededeling dat we niet via … gingen, maar de weg naar … zouden nemen, plaatsnamen die me helemaal niets zeiden. Het vraagteken op mijn voorhoofd lichtte kennelijk zo fel op, dat mijn clublid zei: SUIVEZ! Ik was niets anders van plan.
– Tu penses, donc je suis, riep ik hem nog bijdehand na, toen Radio Bleu Creuse me een microfoon onder de neus duwde. Hoera, mijn Minute of Fame was daar, in het Frans nog wel.
Waar of dat ik vandaan kwam en wat ik van de Creuse vond. Ik vond de Creuse de allerbeste van de hele wereld, zei ik natuurlijk.
Goed geantwoord.

Parkeren in het centrum van Gl?©nic
Parkeren in het centrum van Gl?©nic

Het ritje ging naar Gl?©nic, een dorp met een uitzicht en een mooi kerkje met plein, dat tijdens ons bezoek onbereikbaar was voor het andere verkeer. Onderweg werd er vrolijk gezwaaid en getoeterd en we reden terug via de carri?®re, een steenafgraving bij Saint Laurent, volgens Paul met blauw graniet voor de spoorbruggen.

Satelietbeeld van vliegveld en steengroeve (witte gedeelte rechts)
Satelietbeeld van vliegveld (links) en steengroeve (witte gedeelte rechts)

Ik hield het om 16:30 voor gezien en reed zonder dat ik het wist, toevallig 5 minuten achter de andere hoeksteentjes aan, die in een ijskoude Creuse bij Anz?®me hadden gezwommen.
Volgende week feest in het dorp, brocante in de bourg en daarna weer een sortie met de club. Je hoeft je hier niet te vervelen, trouwens, ik moet de moestuin water geven, want het is ondanks 1 dagje regen nog steeds kurkdroog.

Het Macfanbed
Het Macfanbed

Vakantie en andere zaken

Geitenkaas
We eten er niet minder om

Zo dadelijk rij ik naar het vliegveld van Saint-Laurent bij Gu?©ret met 1 landings- en startbaan, die goed op Google Earth te herkennen is. We waren daar al eens in 2006. Nu ga ik met de Vriendenclub van Oldtimers uit de Creuse, zonder familie, want dat legt gemakkelijker contacten. Ik mag via de artiesteningang naar binnen, zei de secretaris van de club en om 14:30 wordt er nog een tochtje gehouden.

Kofferbak in de lak
Kofferbak in de lak

Om de eerste indruk niet al te waardeloos te laten zijn, heb ik gisteren de kofferbak, althans de queue de Paris geverfd. Die kofferbak is het meest opvallende aan de Deuche, wordt mij altijd van alle kanten verzekerd.
Hopelijk kijken ze dan over al die roest heen. Want die jongens van de club, dat heb ik al gezien, hebben allemaal auto’s om door een ringetje te halen.

Te hoog gespannen verwachtingen

Zinnea

In groep 6 en 7 (2003/2004) van de basisschool was het Saars beurt voor de schooltuinen. Ouders die kinderen hebben met zo’n tuin, kennen het: elke week verpletterende hoeveelheden groente en bloemen. In de herfst kwamen daar ook nog de bloemzaadjes bovenop, het bekende volkstuinassortiment, afrikanen, canna’s, echinacea’s en de pomponzinnia’s. Van die laatste zaaide ik dit jaar voor de gein een restantje van een stuk of tien zaadjes.
Tjezus! Wat komen daar een stomme bloemetjes uit! Zie boven. Meer dan dit wordt het niet. Zijn dat nu de zg. F1-hybriden? Een soort muildieren onder de zaadjes, zeg maar.

Polowedstrijd

Zondag was het weer tijd voor F?‚Ñ¢te du Cheval (eerste zondag van augustus), waar we (ik en meisjes) per deuche naar toe gingen. Omdat we elk jaar de ervaring hebben dat het programma later begint dan aangekondigd, vertrokken we te laat en vielen precies midden in de show van de Caty Horseshow, het paardentroepje dat voor het spectacle zorgde. Er stond een meisje te buikdansen op het veld van het stadion. Geen paard te bekennen.

Hopla

De buikdans – waar maar geen einde aan leek te komen – werd gevolgd door een polowedstrijd met de shetlandertjes van de manege, die duidelijk niet hadden geoefend, maar met z’n allen op een kluitje staand, steeds naast de bal sloegen. Ze stonden gewoon stil. De bal lag tussen de hoefjes te wachten. Zoiets ondynamisch hadden we nog niet eerder gezien.

We vroegen ons oprecht af, is het echt niet veel soeps, of zijn wij veranderd? Er was ook niet zoveel publiek als de vorige keren, dus misschien zat de stemming er nog niet lekker in. Neen, die zat er niet in en die kwam er ook niet in.

Het paardentroepje liet daarna nog een niet al te indrukwekkende dressuur zien en toen de paardenmevrouw ge??òrriteerd de falabella aan haar bitje meesleurde, omdat de circus-act niet naar behoren was uitgevoerd, gaven we het op. Naar huis. Jammer, hoor.
Zaterdag is het Oude Wielen in Saint Laurent. We gaan het toch nog een keer proberen. Ik verwacht helemaal niets, dat is misschien het beste.

Zonnebloemen

De zonnebloemen overtreffen gelukkig wel alle verwachtingen, de ene na de andere wonderlijke kleur komt te voorschijn. Wat heb ik eigenlijk gezaaid?

Woekeren II

Op 16 mei jl zag de bijtuin er zo uit:
Kale bende

en op 31 juli kom ik er niet meer doorheen:
Nos biens
Dahlia’s met toortsen, springbalsemien, en runner beans

Zonnebloemen bloeien
De eerste zonnebloemen
De eerste Roma-kerstomaten
De eerste Roma-kerstomaten, die een beetje groter zijn uitgevallen dan de originele

We kunnen spreken van een succes.

Paardenmest met alcohol

Het bos
Stukje bos hierachter op weg naar de top

100 meter hoger, in het gehucht Le Mas Saint Jean zit de manege Le Cheval Rouge, die ik al eerder noemde. Toen buurman F. een tijdje geleden vertelde dat hij paardenmest voor zijn tuin in Ch?¬¢teauroux wilde kopen en ik wist dat het op de berg voor het oprapen lag, regelde ik dat we dat ‘s middags konden halen.
Met de auto van buurman en de aanhanger vol emmers en mestvorken reden we de berg op. Het paardrijseizoen valt precies samen met tuinseizoen, vertelde de eigenares desgevraagd, daarom hadden ze door tijdgebrek geen emplooi voor hun eigen mest. We laadden de aanhanger vol, dankten haar hartelijk met een bos dahlia’s uit eigen tuin en daalden weer af via een toeristische omweg langs het andere gehucht halverwege de berg.
-Hier woont de burgemeester, zei buurman.
H?®? Ik dacht dat hij in M. woonde. Neen, neen, het ging om een oud-burgemeester uit de jaren 70. Het gehucht heeft een Schijfachtig karakter, dat wil zeggen dat de familie Schijf uit Den Haag er vandaan zou kunnen komen, overal ligt verzamelde troep en onderdelen van technische aard. Tussen al die handige spullen (banden, motorblokken en roestige ploegen) was oom Frans de accu van zijn auto aan het opladen.
– Bonjour, monsieur le maire, zei buurman en stelde me aan hem voor.
– We kennen elkaar, zeiden we tegelijkertijd, want we hadden al eens bij verschillende gelegenheden bij verschillende buren een glaasje gedronken. Of we zin hadden in een biertje. Het was bloedheet, we hadden dorst gekregen van het mestscheppen, dus graag, en betraden z’n woning.
– Let niet op de rommel, het is een jongenshuishouden, zei hij met een armbeweging en we stapten een prototypische Schijfkamer in. Laat ik zeggen dat we in ieder geval konden zitten. Oom Frans bleek een charmante intellectueel te zijn, die misschien iets teveel van een borreltje hield. We praatten een tijdje over mij onbekende en bekende mensen, ik loerde ondertussen rond en zag een goedgevulde boekenkast, wat uitzonderlijk is in deze agrarische omgeving.

Gedetermineerde paddestoelen
Gedetermineerde paddestoelen

Na het bier reden we naar huis, terwijl buurman me cantharellenvindplaatsen aanwees en meldden ons na de mestlossing bij Paul, die net de TV had uitgezet omdat de Touretappe al was afgelopen.
Hij houdt van eten, zei Paul, toen we verslag deden van onze ontmoeting, maar hij houdt nog meer van drinken. We mijmerden nog wat na. Vroeger waren de vrouwen als rijpe appelen voor hem gevallen, vertelden ze, wat ik me goed kon voorstellen, want hij was ondanks z’n lifestyle gewoon een leuke man met een heldere blik.

Border met Oostindische kers
Border met Oostindische kers

Net toen we wilden weggaan, werd er geklopt. De jonge opvolger van onze commune-opzichter, die met pensioen is, kwam het kwartaalblad aanreiken. Ik zat klem achter de deur.
– U ken ik en u ken ik, zei hij, wijzend naar beide mannen, maar u ken ik niet. Hij zag dan ook alleen mijn hoofd. Hij sprak een beetje moeilijk, of liever gezegd, hij sprak met een dubbele tong.
– Ik ken al die Engelsen niet, vervolgde hij.
– Ze is Nederlands! En half-Creusoise! riepen de mannen. Ik zat in een scene van Bienvenue chez les Ch’tis. De arme man was de magazines gaan rondbrengen en had natuurlijk bij elk adres een borreltje aangeboden gekregen.
– Maar ik leer zo wel leuke vrouwen kennen, zei de jongen met een knipoog, die te lang duurde. Hij liet zich door mijn buren niet afleiden.
– Zolang die niet getrouwd zijn, vind ik het best, zei ik truttig. Ik probeerde z’n enthousiasme wat af te remmen.
– Wat heeft dat er nu mee te maken! Hij vond het onzin, waar hij gelijk in had.

We moesten lachen en namen afscheid.
– Je had succes, zeiden de buurmannen.
– Als hij nu maar heel thuiskomt in zijn dienstwagen.
Ach, de gendarme controleert nooit, was de standaardreactie, waaraan ik maar niet kan wennen. Elke dag wat.

Dagelijks leven in Frankrijk