Werken werken werken


1/3 deel gezeist

Er bereiken me laag bij de grondse berichten vanuit Amsterdam (aka de dorpspomp in de Antoniebreestraat, ik noem verder geen namen), als zou ik alleen maar z?®ggen hier aan het werk te zijn. Is dat aardig? Neen, en dat is bovendien stoken in een goed huwelijk. Ik zal het onthouden.
Het leek een hele mooie dag te worden, en daarom sprong ik vanuit bed meteen in mijn werkpak om verder te maaien. Gisteren probeerde ik de nieuwe bougie al uit en vandaag deed ik het volgende deel van het terrain. Ik moest jammer genoeg de tijd in de gaten houden, want ik had een afspaak met mevrouw Giraud van de melkboerderij, waar ik vanochtend vroeg telefonisch melk had besteld. Ik stond me daar lekker te maaien, in de geur van 2-takt en het geknetter van de motor, draai ik me om, staat de buurman vlak achter me. Ik schrok me een puistje, zou de moeder van B. gezegd hebben. Hij kwam alleen op de herrie af en wilde eens zien wat ik aan het uitspoken was. Ik was aan het werk, A.M., aan het werk. Oh nee, ik zou geen namen noemen.

We bekeken de fruitboompjes en ik noemde de namen, een mirabelle, een reine claude, een pommier d’ici, kom hoe heet-ie ook weer, reinette nog wat, enzovoorts. Ik had net de nieuwste boompjes uit hun anti-hertzwachtels gehaald en er bleek slechts aan ?¬©?¬©n van de takken te zijn geknabbeld, maar niet aan de stam. Dat werkt dus, een reep van een oud laken en inbakeren maar.


Die andere pommier d’ici, mooi meisje.

Met mijn suffe mandje, een paar lege plastic flessen, de bougiesleutel en de kettingzaag ging ik fris gedoucht weer een zoveelste rondje rijden. Dat is geen straf, want via de melkboerderij naar de fietsenmaker is ongeveer de mooiste rit hier in de omgeving. Ik was al gezellig aan het keuvelen met madame, toen er weer nieuwe klanten binnenstapten.
– Van wie is die 2cv, vroegen ze, is die van u, mevrouw Giraud?
– Die is van mij, ik stak mijn vinger op.
Hij had er vroeger twee gehad, en z’n gezicht vertoonde die bekende dromerige deuchistenblik. Ik vertelde dat ik hem uit Nederland had ge??òmporteerd, voordat hij zou denken dat ik uit Engeland kwam, stel je voor.
– Ah, Amsterdam!
Dat moest ik bevestigen. Hij had veel met de Bataven gewerkt, vertelde hij, want hij werkte bij La Poste en kende al die steden, Haarlem, Rotterdam, Den Haag. Maar verder dan Maastricht was hij niet geweest. Ik luisterde maar half, want dat woord Bataven hoorde ik hier voor het eerst live en ik vroeg me af of dat nu beledigend was of niet. Ik dacht het niet.
Bij de fietsenmaker stond een rij buiten. De klanten begonnen al opgetogen tegen me te roepen: ga maar in de rij staan! want de sfeer van de rijwielhersteller en z’n vrouw was kennelijk besmettelijk: iedereen was in een opperbeste stemming.
Ik praatte wat met deze en gene over het weer en de verwachting, tot mijn oog op een ongelooflijk dikke astmatische man viel, die zijn evenwicht probeerde te houden door met beide handen de muur vast te grijpen.
– Are you British, vroeg hij. Nederlands, zei ik en hij dacht al iets aan mijn accent gehoord te hebben. Nou ja!
Ik vermande me en vroeg naar hun huis en hoe ze het hier vonden. Het was hier heerlijk, alles was geweldig. Of ze vooral ook de mensen hier niet ontzettend hartelijk en gastvrij vonden. Jazeker.
– Het wordt natuurlijk ook wel gewaardeerd als je Frans spreekt, en dat was een beetje vals van me, want ze bekenden meteen dat ze geen woord Frans spraken. Ha, daar had ik ze! En dan iets over mijn accent durven zeggen.
Later op de dag komt het vervolg.