
Interieur van de laatste winkel van de bourg
Voordat we naar de begrafenisdienst van de broer van buurman P gingen, deden we eerst het laatste winkeltje in Saint Sulpice aan, dat tot ieders verdriet een opheffingsuitverkoop houdt, want ‘La Marthe“, zoals ze genoemd wordt, is weliswaar hersteld van het ongeluk (beenbreuk door een val uit een kersenboom) van juni vorig jaar, maar is volgens eigen zeggen niet helemaal meer de oude. Ze loopt al aardig tegen de 80.
We, dat waren vriendin P, haar zoon JP en ik. Toen de winkel vorig jaar dicht was, hebben Marthe’s zus en zwager jammer genoeg de boel daar uitgemest, maar godzijdank begonnen de stapels verpakkingsmateriaal zich alweer te vormen.

De toonbank waarop de berekeningen met staartdelingen worden uitgevoerd,
30% korting!
Of ik foto’s mocht maken van dit laatste bolwerk van de 19e eeuw, deze vertederende Winkel van Sinkel, waar werkelijk echt alles te koop is, of was, want de voorraden worden nu niet meer aangevuld.
Dat mocht. Ik gaf haar uit pure vertedering een paar ferme bises op de glanzende wangetjes, die iets steviger waren door de goede verzorging en dagelijkse maaltijden van ziekenhuis en revalidatiekliniek.
Vriendin P kocht een paar speciale bocaux die alleen nog daar of tweedehands te krijgen zijn en ik nam een tube kachelglans voor de cuisini?®re.
Door de aanwezigheid van mijn buren durfde ik niet brutaal genoeg te fotograferen, dus ik ga deze week nog even terug. Ik kan wel een nieuw plastic tafelkleed gebruiken.

Waar is mijn bril? Op de weegschaal, Marthe, logisch
Omdat we natuurlijk veel te vroeg waren, liepen P en ik door naar de begraafplaats om de doden gedag te zeggen. Ze werd bij het graf van haar man weer overmand door emotie en verdriet, terwijl een ijskoude Binnenwegwind aan onze kleren rukte en de kunstbloemen her en der over het grind liet rollen.
Ik wilde perse naar vriend Raymond, die volgens de mensen “dans la terre” lag, dat wil zeggen niet in zo’n betonnen familietombe. Dat leek me wel bij hem passen, tot ik de puinhoop zag, een afgrijselijke modderpoel, waar pas iets aan kon worden gedaan als het was opgehouden met regenen, aldus de cantonnier, oftewel Franck J. (die mij laatst gratis en voor niks 2 dwerggeitjes aanbood, waarvan er jammer genoeg 1 een bokje was, dus ik moest tot mijn verdriet weigeren)
Na ook Simone’s graf te hebben begroet, liepen we terug naar de kerk, waar het al drukker werd. Ik zie altijd dezelfde mannen, meestal boeren, die bijvoorbeeld ook bij de begrafenis van m?¬Ære Giraud waren. Dit zijn duidelijk de gelegenheden waar je elkaar spreekt, even uit de tredmolen van het boerenbedrijf en het versterkt het gevoel bij een commune te horen, wat zich voortzet tijdens de kerkdienst.
Ik – reddeloos verloren ongelovige – volg de rituelen altijd als een Margaret Mead en snap emotioneel niets van de symboliek, wel van met zijn allen bij mekaar zijn. Zo’n dienst probeert de de achterblijvers te troosten, door te zeggen dat er een eeuwig leven is en dat ze elkaar zullen terugzien, als de tijd daar is. Tja.
Alles wat er wordt gezegd is ingegeven uit angst voor de dood, feitelijk doen al die woestijnreligies dat, het hiernamaals eeuwig leven 75 maagden enzovoorts enzovoorts en bij deze bijeenkomst wordt een arme joodse jongen aanbeden, ook al uit de dood opgestaan en de zoveelste messias op rij.
Neen, dat is niet waar, eigenlijk gaat het over zijn moeder, een veel ouder geloof natuurlijk, Moeder aarde, Gaia, noem de namen maar op. Een moedergeloof vind ik weer wel logisch, want ik roep nog steeds in angst of pijn: Mama!
Maar wat een fantastische PR en marketing, die woestijngeloven, daar zouden de mensen zakelijk gezien nog wel iets van kunnen opsteken.
Maar dit even terzijde.


Jeutje, ergens in de familie lag net zo’n tafelkleed als die onderste, met die klimop. Weet alleen niet meer bij wie.
Dus in mokum flikker je alles weg en hier sleep ie weer van alles naar binnen? Straks moet je er weer een schuurtje bij kopen. En groot gelijk, van dat bokje, die gaan me toch een partij stinken.
Nou ja, mijn tafelkleden slijten wel, hoor, dus af en toe vervang ik er eentje.
De stank van de bok, dat was inderdaad de reden om neen te zeggen. Wel jammer, want weet je hoe lollig die diertjes zijn? Ik moet alleen uitkijken dat ze niet bovenop de eend klimmen, want ik heb genoeg verhalen gehoord van klipgeiten die door het dak zijn gezakt.
Of onderweg een hert op je kop, dat kan ook, dat had de overleden burgemeester Raymond, terwijl hij net vers van de dealer kwam, op weg naar huis.
Ik heb/ ben een zieke geest, dat ik eerst iets anders dacht bij die bok en die eend.
Dat van dat hert, daar kunnen jullie toch ook over meepraten?
?áa ne m’?©tonne pas! Hahaha. Arme eend.
Bij dat hert van lang geleden hadden we gelukkig een stevig dak, hoewel het het misschien overleefd zou hebben als we in de eend hadden gezeten. Ik rij nog steeds onrustig langs die plaats delict.