Volle bak


Ontbijtrommel

Het leven ziet er weer als nieuw uit. Het huis zit vol, er zijn nu twee honden, 3 meisjes, 1 man en 3 cavia’s en moi. En twee auto’s. Een beetje overdreven, ik geef het toe. Gelukkig kunnen ze zich allemaal zelf vermaken en toch heb ik op de een of ander manier geen beschikking meer over mijn eigen tijd. Misschien is het een kwestie van wennen.
Ik zit te typen en er worden me allerlei vragen gesteld: zo kan ik toch niet schrijven?

In blijde verwachting


Livraison rapide

Een uur geleden bracht de postbode de bestelde inkt en ik denk dat de familie over een half uur voor de deur staat. Ik moet even de kachel aanmaken, want het is me daar plotseling koud, donker en onaangenaam. Kwint heeft nog niet door dat zijn fijne plek bij de warmte dadelijk door die bazige Bess opge?´ist gaat worden. Ik ben benieuwd.


Zijn ze er al?

Snuitje kwam te voorschijn, die leest mijn blog kennelijk ook.

Boodschappenmand


Kwint keurt de zuivel

Dat Franse boodschappenmandje functioneert uitmuntend en waarom?
1. Ik val hier nu al helemaal niet meer op, vooral ook omdat ik daarnaast in een Franse auto rij,
2. Het staat op een makkelijke plaats in de kast met mijn portemonnee derin, zodat ik daar niet hysterisch naar hoef te zoeken als de mobiele bakker z’n komst aankondigt,
3. Er kunnen boodschappen in.
Ik klets. Alleen de laatste twee punten zijn waar. Ik val nu namelijk nog veel meer op.

Morgen wordt er weer binnen gewerkt, dan zakt volgens de m?©t?©o de temperatuur 10 graden. Il faut en profiter, zei meneer Giraud van de melkboerderij, toen het over het weer van vandaag ging. Goed, dat doe ik: ik zit buiten met een boek en een glaasje muntthee.

Kallempies aan


Dubbel parkeren

Ik reed na mijn tweedaagse ochtendbezoek aan de buren naar de markt, dat moest tenslotte van meneer Dubar, waar het onzettend druk was, vanwege het mooie weer en misschien ook door de schoolvakantie, want er krioelden overal kindertjes rond. Bij kruidenvrouwtje kocht ik uit sympathie en niet omdat ik er om verlegen zat twee tomatenplanten ?† 0,80 ct. Verder waren het de standaardkramen, de Catelaan, de Slisser en Geitemie. Soms is er ook wel pluimvee te koop, vandaag niet.


De werkplaats zonder brommer

Het aantal luid rochelende rokers was bij de firma Dubar opvallend groot. Ophouden heeft geen enkele zin, dat zag ik wel aan die bejaarde doorrookte armoekoppies. Niet de fietsenmaker, hoor, die blaakt van gezondheid. Een oude heer had zijn auto zo beroerd dwars over de weg gezet dat geen mens er meer langs kon. Dat geeft niks, het is la campagne, niemand heeft haast. Tenzij ze in een auto zitten. Deze meneer mocht dan niet kunnen parkeren, rochelen kon hij als de beste. Ik bood nog aan een handje helpen met het inladen van z’n spullen, omdat ik vreesde dat hij erin zou blijven toen z’n d?¬©brousailleuse een beetje weerstand bood bij het inladen, maar niks, hij kon het alleen af. Weer zo’n gevalletje van chronisch zuurstofgebrek, zou er een systeem inzitten?


Weer een andere weg terug

Verder was er niet veel bijzonders. Ik heb de perkjes van buren gewied, een beetje in mijn eigen tuin gerommeld, gekletst met de oudste bewoner, de mannen besproken vanaf de weg met Murielle en een borreltje bij weer een andere buurman gedronken, terwijl Kwint met z’n nieuwe hond deed wie het snelst was, Kwint niet en vervolgens de tomaten in de grond gezet.
De zon verdwijnt vrij vroeg, want het is nog maar april, maar het stenen terras houdt de warmte nog lang vast, een soort steengrillen feitelijk. Doen mensen dat nog?
Morgen melk en room inslaan, een beetje werken en dan alles klaarzetten voor de komst van de meute op zaterdag. De tijd gaat mij een beetje te snel zo.

Ch’ti


De begraafplaats van Dun tegenover de fietsenmaker

Ik had er al zo’n idee van, ik dacht nog, laat ik niet te vroeg gaan, want dan is de kettingzaag niet klaar. Ik begin de dag goed, alles staat klaar en ik ben al een tijdje lekker bezig met gekke woorden toevoegen, tot ik op het ongelooflijke stomme idee kom een papiertje uit te printen. Dat doen we even tussen de bedrijven door, dacht ik ook nog, terwijl ik down- of upload, rolt er een verantwoorde brief uit het apparaat.
Echt, nooit zoiets denken, Hettie zei het al, de wet van Murphy grijpt z’n kans zodra die hem ziet.
De gele inkt is op. Wat dat met mijn in zwarte inkt gedrukte brief te maken heeft, zou ik niet weten, maar de printer weigert dienst zolang die verrekte gele cartridge niet is vervangen. Daar begon het al. Maar niks aan de hand, ik heb een doos vol inktcartouches, zoals ze hier zeggen, dus ik haal de gele uit z’n verpakking en moet vervolgens die irritante chip van de originele afpeuteren om hem op een naamloze te frutselen. Dat is niet zo moeilijk als je weet hoe het moet en als je een leesbril op hebt.
Goed, al mopperend – het zal eens zonder gemopper gaan – krijg ik alles voor elkaar en probeer te printen, met een kopje thee ernaast, want ik had er in mijn werkdrift nog maar ?¬©?¬©n gehad. Het houtfornuis is uit wegens oplopende temperaturen, maar geen nood, we hebben nog gas.
We hebben nog gas? We hebben helemaal geen gas, want ik zie de fles net z’n laatste adem uitblazen. De printer zegt ondertussen dat printen niet mogelijk is, omdat de gele inkt niet goed zit. Ja, dat is die illegale chip en wat ik ook probeer, ik krijg dat verdomde ding niet aan de praat. Het werkritme was verstoord, ik bleef die gele inkt toch nog tegen beter weten een paar keer proberen en mijn concentratie kwam pas na een uurtje weer op gang.


De wereldzaak van iemand uit Nord

Na midi reed ik met een lege gasfles naar Dun, deed boodschappen in de Inter en wist plotseling mijn pincode van mijn Franse pas niet meer. Die weet ik heus wel, maar dat apparaat was het er niet mee eens. LAATSTE POGING! Ja, de groeten, dus zuchtend schreef ik een cheque uit. Hoe dat met me moet aflopen?
In ieder geval, kom ik bij de fietsenmaker, is die zaag nog voor geen meter klaar. Bij mijn binnenkomst probeerde hij zich meteen achter z’n brommer te verstoppen, tot hij verder ging met z’n werk, want zo erg vond ik dat echt niet.
Ik werd door mijn vriendin hartelijk begroet en we raakten in gesprek, ik vertelde wat ik hier uitspookte en zij vond het geweldig, want zij waren nog niet zo lang vanuit Nord hier naartoe verhuisd, nadat ze deze handel hadden overgenomen. Hij kwam uit departement 59.
– Snord? vroeg ik.
– C’est le Noooooord, zei ze.
– Ch’tis?, vroeg ik
– Ch’tis, zei ze.
En die kans liet ik me niet ontglippen:
– HEIN, BILOUTE! en ik kreeg er meteen een kleur van, ga ik me een beetje aanstellen in zo’n werkplaatsje met allemaal onbekenden, maar ja, het is sterker dan ik. Het hoofd van de fietsenmaker ging met een ruk omhoog en hij grijnsde. Dat ik dat toch weer mag meemaken.
Morgen maar weer eens proberen. Het is morgen markt, zeiden ze, dan moet je toch in Dun zijn. Ok, ok, ook weer waar.


Kweekbakken

En nu het eindelijk warm is, maakt mijn kwekerij een spurt. Het mocht eens tijd worden. Kwint heb ik vandaag ook weer genezen verklaard. Daar geldt hetzelfde voor.

Dagelijks leven in Frankrijk