Ik was de verjaardag van mijn moeder Lena niet vergeten, maar had te weinig computertijd. Kom, een foto uit de oude doos erbij gepakt. De informatie op het randje zegt: 1966.
Dit zal wel een van die ambtenarenvakanties zijn geweest. Rijksambtenaren hadden eigen vakanties in barakken door het ganse land. In Zeeland zaten we rond 1960 in een oude bouwkeet van de arbeiders die de boel daar weer een beetje hadden opgeknapt na De Ramp.
Waar dit is, geen idee. Misschien dat mijn zusjes dat weten. Waar zaten we in de zomer van 1966? Someren?
Er lagen nog een paar wormstekige appeltjes uit Frankrijk te niksen, die snel moesten worden geconsumeerd of anders weggegooid. Een koekbodem zoals die van de walnoottaart en dan de in de boter met suiker zacht geworden warme appels in brokken er overheen, had ik bedacht.
Van die appels leverde vooral de rode Bellefille het mooiste en smakelijkste vruchtvlees. Dat vond die worm ook:
Die worm of rups, ik heb het even opgezocht, is een larf van de fruitmot. Als je hem van dichtbij bekijkt, is het een engerd met een misselijkmakend griezelgezicht. Hij bewoog en wriemelde maar en bleek de hele appel van binnen te hebben ondergepoept. Ik heb mijn kop gehouden, voor je het weet wil niemand meer iets eten.
Kijk, dit is het geworden, een stuk koek met appelmoes, hopelijk zonder enige worm in verband met de vegetari?´rs hier. Of wormenpoep. Lekker, hoor.
Het is weer zover, Kwint laat z’n linkerachterpootje hangen. Ik werd er net op straat over aangesproken en kon alleen verklaren dat Kwint om de zoveel tijd buikpijn of een darmontsteking heeft en dat dat altijd begint met dat pootje.
– 200 mg ibuprofen erin en het is over, vertelde ik, blij dat ik mijn dagelijkse kleine leed kwijt kon. Alsof dat de jongeman, die met een kratje lege flessen op weg was naar de glasbak interesseerde. Hij vroeg er natuurlijk wel naar.
Dat gedoe met Kwint is een regelmatig terugkerend onderwerp. Omdat de dierenarts zoals bekend me niet verder helpt dan me van mijn geld af, heb ik dit jaar een heel ander experiment uitgehaald: Kwint krijgt alleen nog wormpillen en een anti-rabiesprik. Al die andere flauwekulprikken, kennelhoest, mazelen en rodehond, die heb ik geweigerd.
En het helpt. Hij is dit jaar nauwelijks ziek geweest, alleen die pootjesziekte dan en een halve dag een beetje koorts.
Maar natuurlijk weet ik niet of helpt, dat geloofde toch geen mens, hoop ik? Dokter Placebo! Ik was denkelijk gedurende een onoplettend ogenblik homeopathisch bezig. Te bewijzen valt er helemaal niets.
Gisteravond laat liep ik door de stromende regen een laatste rondje met de hondjes, die ook zo snel mogelijk weer naar huis wilden. Voor buurtcentrum De Boomspijker deden we een stapje opzij voor een imitatie-Mercedes van Koreaanse origine. Vier man aan boord.
Die wilden parkeren op de invalideparkeerplaats. Ik dacht, laat ik deze keer mijn bemoeizuchtige snuit eens houden. De kans dat er een gehandicapte of parkeerwachter langs zou komen, was niet groot, moest ik toegeven. Ze parkeerden een meter uit de kant, wat wel logisch is, omdat je door het hekwerk onmogelijk aan de grachtkant kunt uitstappen. De eerste stapte uit en er klonk fijne bonkbonkbonkmuziek.
– Zet hem toch maar iets dichter bij de kant, zei die tegen de chauffeur. De hondjes en ik kwamen ondertussen geen stap verder wegens plotselinge drukte van allerlei auto’s, die niet verder konden door dat halfslachtige parkeren van die nep-Mercedes. We wachtten en keken zwijgend hoe de auto met luid gekraak zijn linkerspatbord in het gietijzeren toeristenhekwerk duwde. Oh shit.
– Je heb schade, ja, je heb geloof ik wel schade, ja, zei de passagier buiten.
Dat wilde de man naast de chauffeur ook wel eens bekijken en wierp het portier open op het moment dat de wachtende rij auto’s zich in beweging zette, omdat de weg immers weer vrij was. Nog een keer datzelfde afschuwelijke gekraak. Oh shit, ook nog de rechterdeur.
Snel naar huis, want we waren ondertussen drijfnat.