Verliefd

De dames

De Britse buurman is een paar dagen de hort op, dus ik mag op de twee kippen passen. Ach, wat een levensgeluk, kippen. Als ik me vertoon en gekke kipgeluiden maak, komen ze uit de struikjes te voorschijn, waarin ze zich ophouden vanwege de warmte. Ik was begonnen ze te verwennen met kleine slakjes en sla, wat op prijs werd gesteld.
Ze weigeren alleen nu hun gewone brokjes. Ze drentelen om me heen en maken binnensmondse geluiden:”Gooooodverrrrrdommuh…” zo klinkt het. Als ik ze wil pakken, gaan ze zitten in de houding van: neem me, neem me. Daar kunnen we niet aan beginnen, zeg.
Gisteravond wilden ze niet naar bed. Omdat ze in een gated community zitten en de buren me verzekerden dat de vossen hier absoluut niet komen, heb ik ze maar laten scharrelen. Elke dag 2 eieren.

Dode pad
Doodgereden

Die belachelijke dierenliefde strekt zich ook uit tot kikkers en padden. Kijk nu toch eens naar zo’n stokoude pad, die zich onder een ouwe steen ophoudt, het diertje. Hier op het veld scharrelen de baby’s rond. Soms zijn ze in de emmers van de buren gevallen, die die hebben klaarstaan voor de regen. Als je er niet op tijd bij bent, verdrinken ze.
Ik zat bij de andere buren en het ging over mollen, slangen en andere hinderlijke beesten.
– Als je een kikker kust, wat krijg je dan? vroeg ik om lollig te zijn.
Ze keken me verbijsterd aan.
– Een prins! Een prins, natuurlijk!
– Peut-?‚Ñ¢tre, peut-?‚Ñ¢tre. Ze wisten niet waar ik naartoe wilde.
– Maar als je een pad kust, wat krijg je dan?
Dat wisten we geen van allen. We hoorden de padden roepen. Hele sympathieke geluidjes, heel iets anders dan die herrie van kikkers.
– Ga je een pad kussen?
Ze zien er zo schattig uit, zei ik, ik ben verliefd! Die gouden oogjes! Enzovoorts.
Getikt, cingl?©, echt hoor.

Ondertussen waren deze week alle kleine weggetjes in ons gehucht dankzij ons gezamenlijk gemaai in groene boulevards veranderd. Vooruit, dacht ik, ik zal die vlier bij de ingang van de grange ook maar eens kortwieken. Ik kan trouwens nauwelijks zien, waar ik achteruit inrij met al dat onkruid, dus hup. Maar kijk, wat ik aantrof:

Mereltjes

De vader kwam al na 3 minuten kijken en voeren. Zouden ze het niet te warm hebben?

Teunisbloem, open u

Eindelijk is het me gelukt: camera in de filmstand, batterij in orde, me niet laten afleiden door andere interessante zaken in de tuin en een bloem die op openen stond. Zo snel gaat dat dus.

Na het vogelriedeltje, vloog er natuurlijk laag een mirage over. Die jongens hebben er plezier in, een vredige zomeravond met hun kinderachtige herriemakerij te verpesten. Ik heb ze er voor straf afgeknipt.

Woekeren maar

Zwarte toorts
Zwarte toorts met komkommerkruid

Het stukje grond voor het kippenhok heb ik helemaal laten volgroeien met van die types waar bijen en vlinders zo dol op zijn. Ergens tussen deze bende groeit nog rabarber, asperge en een enkele ui. Dat geeft niks, ik vind zo’n chaos wel lollig. Als je er een tijdje naast gaat zitten, klinkt het als een voetbalwedstrijd in Zuid-Afrika.

Sinds ik zijn grasmaaier heb, vindt de buurman dat ik de boel hier dan ook knap moet houden. Onze normen liggen ver uiteen. Hij heeft een vlekkeloze grasmat, ik doe maar wat.

Zijpad

Wel heb ik de openbare weg naast ons weer eens uitgemest. Ik maai dat pad 2x per jaar. Eigenlijk is het een aardig wandelpad, met een handige korte afsteker naar de bourg, maar natuurlijk alleen als ik het een beetje bijhou.
Ik ga nu even Duitsland-Spanje luisteren.

En oh ja, eindelijk een pompoen in de maak. Die ga ik nog eens per ongeluk ommaaien.

Pompoentje

Hup! Spanje!

Oranje

Landschap tijdens wandeling
Landschap tijdens wandeling

Dankzij de dreigende wolk boven ons gehucht was de temperatuur gisterenavond weer te verdragen. We, dat wil zeggen ik, besloten een rondje met de stinkies te gaan lopen. Toen we op dit punt (boven) waren aangekomen en ik net deze foto had gemaakt, werden we ingehaald door zo’n nep-landrover (Kia), die stopte en een praatje begon.
Ik kende hem wel van gezicht, een olijke vijftiger, die ook altijd te vinden is bij quinze ao?ªt en andere feestelijkheden in de buurt.
– Maar mevrouw, wat dwaalt u hier beneden uw stand bij nacht en ontij langs ‘s heren wegen in het gezelschap van twee honden? Ik ken u niet anders dan in uw 2cv, zei hij, maar dan in het Frans.
Hij had er lol in en ik ook. Hij hield die toon nog een tijdje vol en vond het graan zo prachtig, als het nog niet was gemaaid en het wuifde in de wind. Daar moest ik eens een foto van maken, vond hij.
– De natuur heeft iets mysterieus op zo’n moment.
Nou, nou, zo kon-ie wel weer.
– U heeft iets van een dichter, citeerde ik Reve voor de 100ste keer.
Hij had me zaterdag bij Valdi een nieuwe binnenband aangemeten zien worden en de deux chevaux was vooral door z’n achterbak zo makkelijk te herkennen, beweerde hij. Nu rijden er hier in totaal 2 deux chevaux rond, de mijne en die van de Briconautes, maar ok, vooruit.
– Dat heet een queue de Paris, zei ik.
Daar moest hij om lachen en hij vroeg zich hardop af of die term van Citro?´n kwam of niet. Volgens mij noemden alleen de Nederlanders dat hulpstuk zo. Nederlanders? Was ik Nederlands?
– Jullie worden wereldkampioen, riep hij, ik ben voor Oranje, kijk maar, en hij sloeg zich op z’n verbleekte rode T-shirt, bijna oranje!
Dat we eerst nog van Urugay moesten winnen, vond hij een onnozel detail: jullie worden wereldkampioen! Hij herhaalde het een paar keer.
– Tot de volgende keer!, riep hij tenslotte en reed door. Meer mensen kwamen we niet tegen.

Toen ik vanochtend tuininspectie deed, begon de eerste cosmea te bloeien:

Oranje Cosmea

Die kleur! Dat moet een teken zijn. Zo dadelijk ga ik maar wat bier kopen, want zonder alcohol kan ik de spanning vanavond niet aan.

Dagelijks leven in Frankrijk