Champignon

Carbolchampignon

Een paar dagen geleden zag ik op het fornuis van de buren, een reuzekoekenpan met paddestoelen lekker staan te wezen. Die verrukkelijke geuren!
– Oh, die staan nu overal, zei Paulette desgevraagd. We hebben het over c?¬Æpes en girolles, bij de Bataven beter bekend als eekhoorntjesbrood en cantharellen. Leuk bedacht, maar waar ze dan overal staan, mag Joost weten.
– Is het geheim?
– Neen, hoor.
Dat schiet op.

Test een carbolchampignon

Kwam ik toch gisteren een serieus ogende champignon hier direct om de hoek tegen de grange tegen. Plukken maar en naar Paul. Die was niet zeker. Bij twijfel niet oversteken, wat ik toch deed voor een second opinion van de twee dames, moeder en dochter.
– Hij kan best lekker en eetbaar zijn, maar wij rapen alleen die we kennen, het bekende rijtje: Coulemelles (parasolzwam), c?¬Æpes, girolles en ros?¬©s de pr?¬©s. Vergeet ik er nu een? Enfin.
Deze leek op een weidechampignon, maar zij zouden het niet doen.
– Je kunt naar de apotheek, zeiden ze.
– Die pakt ook de Reader’s Digest Veldgids voor de natuurliefhebber, zei ik.
– Peut-?‚Ñ¢tre, peut-?‚Ñ¢tre. Mijn ongein valt nooit in vruchtbare aarde.
Ik determineerde hem met behulp van genoemde gids en het blijkt de carbolchampignon te zijn, de agaricus xanthoderma aka de psalliote jaunissante, giftig, maar niet dodelijk. Handig, zo’n gids.

Een filmpje met herkenningsinstructies:

Dode hoek

Dode hoek

Met dit stukje tuin naast het huis en de tuinmuur naast het pad dat tot niets leidt, kan ik niets. Ik maai het. Brandnetels en kleefkruid. En een gigantische klimop tegen het huis, zie ik nu, die ik even gemist heb, krijg nou niks! Die had ik er vorig jaar toch afgehaald?

En terwijl ik in trance de d?¬©brousailleuse heen en weer zwier, maai ik bijna de clematis van z’n sokken.
De clematis?
Ja! De clematis! Hij is niet dood! Hij doet het nog. Halleluja! Bof ik even.

Clematis montana uit de dood herrezen
Clematis montana uit de dood herrezen

Nu m??et ik wel morgen naar de mis van Sint Jan. Ik zou liever naar die van Sint Joris, want er vliegt hier een klein draakje rond dat de venkel uit de grond rukt, merde nog aan toe.

Geef mij maar een grasveld vol mollen.

Oude kennis

Naast de composthoop
Morsig graan met brandnetel naast de composthoop

Vroeger, beste jongens en meisjes, leerden we op school hoe de verschillende korenaren te onderscheiden waren, haver, tarwe, rogge, gerst. De meester hing gekleurde schoolplaten aan het bord met afbeeldingen van de Eg, de Dorsvlegel, de Dorsvloer, het Ploegen, Hooien, het Uitspannen der Werkpaarden, Op het Erf, Bij de Hoefsmid, enzovoorts.
En dat was niet op het platteland, maar midden in Den Haag. Heel goed voor de Algemene Ontwikkeling die 25 jaar achterliep, want van een tractor of combine had klaarblijkelijk nog nooit iemand gehoord, die waren althans in de lesboekjes niet te vinden. Maar dat van die aren weet ik tot op de dag van vandaag, is dat niet handig? En heb ik daar iets aan? Ik zou niet weten wat.

Slabed
Van rechts naar links: sla, aardbei, prei, aardappel. Testtomaat naast stok (m)

Ondertussen doet die extra moestuin het heel behoorlijk. De kleine plantjes Bataviasla van 19 april zijn tot enorme kroppen uitgegroeid, waar af en toe door de slakken een hap van wordt genomen, maar niet hinderlijk. De bieten staan er gezond bij, net als de prei, de peen en de knoflook. Zelfs de venkel doet het:

Venkel

Daar wordt af en toe van geknabbeld, vooruit dan maar, je houdt het niet tegen. Aardbeiendieven zijn ook net iets sneller dan ik. Ik zou er netten overheen kunnen doen, als de vogels daar niet in verstrikt zouden raken. Ik zie hier vanuit het keukenraam een dikke bruine merel bedelen bij z’n vader, die daar braaf op ingaat. Wormpje hier, torretje daar, hup, een stuk aardbei in de snavel gepropt. Ja, ho even! Ik zei het al, je houdt het niet tegen.

Molshoop

Toen ik laatst bij alweer andere buren at, werd er over de molshopen geklaagd. Ik denk daar natuurlijk weer veel te gemakkelijk over, een grote schop (met het been) tegen de hoop en je ziet er na drie dagen – bij groeizaam weer – niets meer van. Bovendien heb ik geen glad gazon, en dat ligt niet aan de mollen, maar aan mijn onverschilligheid op dat gebied. De buurman zou vallen gaan kopen, een woord dat ik opschreef, omdat ik daar het geslacht maar niet van kan onthouden, le le le le! Le pi?¬Æge!
– Arme diertjes, zei ik schijnheilig. En werd uitgelachen. Die beesten kunnen er toch niets aan doen dat ze heel erg nodig een molshoop moeten opwerpen, net midden in het grasveld, bij voorkeur met z’n tienen tegelijk? En zo’n ultrasonoor geluidsding? Dat is zoiets als homeopathie, als je erin gelooft, werkt het. Alleen niet bij mollen.
Die kon ik in mijn zak steken met mijn slappe, gratuite, stadse prietpraat.

Zomer

helleborus zaaddoos

Een kort berichtje. Ik kom om in de zaadjes van de drie helleborussen (hellebori), waarvan hierboven de witte bloem met roze randje te zien is. Als iemand zaadjes wil, moet hij het zeggen. Het duurt drie jaar voordat hij bloeit, als hij het tenminste doet. Ik ga een gedeelte hier in ieder geval in potten zaaien ter voorkoming van destructie door derden (oorwurmen, muizen, slakken). Kleur- of kiemgarantie geef ik niet. En op is op.

Morgen is het zomer en F?‚Ñ¢te de la Musique. Dat achterlijke voetbal ook. Iemand nog sla?

Nog meer water

vermoorde muis

Gisteren en eergisteren regende het, vandaag regende het en morgen zal het ook wel regenen. Alles is door- en doornat. Ik stap een paar meter het gras op en ook mijn sokken zijn doorweekt. Dat ligt meer aan mijn schoenen, die niet waterdicht zijn. Zo erg als in het zuiden is het hier absoluut niet, logisch, we zitten op een bergje, het water stroomt naar beneden en er is hier geen rivier te bekennen die buiten z’n oever kan treden. Gelukkig maar, hoewel ik me afvraag hoe zo’n bliksemsnelle stijging van het water zo onverwacht kon zijn. Binnen 10 minuten was het niveau 2.50 meter hoger, daar in Draguignan. Ziet niemand dat dan aankomen?

Ik herinner me de keer dat we in R. zijn huis in de Dr?¥me logeerden, waar een pluimveehouder een paar honderd meter lager bij een kabbelend beekje een grote schuur met kalkoenen had neergezet. Die waren het jaar daarvoor door datzelfde beekje verzwolgen, toen het een paar dagen flink had geregend. De man had rustig op precies dezelfde plaats eenzelfde schuur neergezet. De beek (was het de Roanne?) kabbelde, toen wij er waren, onschuldig voort.
Ik kon me toen niet voorstellen wat voor een razende massa modder daar was langsgetrokken, evenmin als ik de beweegredenen van de kalkoenenfokker begreep. Zo’n overstroming komt maar eens in de 200 jaar voor, dus we kunnen weer 200 jaar gerust zijn? Niets begrepen van kansberekening. Of zou hij gedacht hebben: de verzekering betaalt toch? Ik ben benieuwd of alles er nog staat na deze week. Ondertussen is het aantal doden in de Var opgelopen tot 25, aantal vermisten: 14. Voornamelijk oudere mensen die in hun auto zijn verdronken.

de marktparkeerplaats

Toen ik vanochtend terugkwam van een onverwacht drukke markt – het was eventjes droog – en de honden naar buiten deed, had Bess ogenblikkelijk bovenstaande muis te pakken. Heel zielig en maar goed ook, want die beesten ondermijnen de buitenmuur door alle cement weg te vreten ten behoeve van hun holletjes. Dat gaan ze maar ergens anders doen. Brave Bess.

prooi van B.

Ik vroeg op de markt aan de familie Feyt (gevogelte en varkensvlees) hoe hun vakantie was geweest. Och, ze haalden hun schouders op. Het doorbrak de routine van de tredmolen een beetje, maar verder, och, ze waren niet weggeweest.
Niemand geeft hier ooit een sociaal wenselijk antwoord, maar zegt de waarheid en ik vraag me af of dat nu typisch is voor deze streek. Vraag je aan iemand: hoe gaat het, krijg je onmiddellijk alle ellende te horen van de laatste tijd, ik heb pijn aan mijn been, mijn rug, mijn huis, lopen lukt niet, ik vind het leven niks, ik heb geen zin vandaag, etc., nooit eens hoor ik: prima, het kon niet beter! Merkwaardig, niet? En de grap is dat dat allemaal niet wordt gezegd om medelijden op te wekken, maar dat ik gewoon antwoord krijg op mijn vraag.

En iedereen gebruikt het understatement. Ligt de kat vadsig op de mooiste en zachtste stoel van het huis, of nog erger, op het hoofdkussen op bed, wordt er gezegd: il n’est pas malheureux. Enzovoorts. Die dingen hebben ze ons vroeger op school toch echt niet verteld.

Dagelijks leven in Frankrijk