
Vrijdag moet deze hierboven mooi rood zijn, wat niet gaat lukken, vrees ik. En hoera, de runner beans komen eraan. Alles barst uit z’n voegen. Dat wordt nog harder spitten wegens gebrek aan geschikte ruimte.


Vrijdag moet deze hierboven mooi rood zijn, wat niet gaat lukken, vrees ik. En hoera, de runner beans komen eraan. Alles barst uit z’n voegen. Dat wordt nog harder spitten wegens gebrek aan geschikte ruimte.


Bij het ochtendkrieken
Ik streef ernaar mijn luiken eerder dan de buren open te werpen, een tot mislukken gedoemd project. Meestal word ik wakker van het openen zelf en dan is het te laat, hebben ze weer gewonnen. Die luiken knerpen met een snerpend gepiep van ijzer. Dat is heel handig als bijvoorbeeld de klok is blijven stilstaan, of als je de tijd in het algemeen uit het oog verloren bent. Shit, is het al zo laat?
Maar helaas moet ik het onverwachte overlijden melden van mijn allerliefste clematis montana, zelf gekweekt en de afgelopen jaren tot grote woekerhoogtes gekomen en daarom begrijp ik het niet helemaal. Ik had hem waarschijnlijk niet bij volle maan hebben moeten planten of zoiets.

Neen, geintje, het is of de vorst geweest, of – en dat is waarschijnlijker – er heeft een of andere onverlaat aan de basis zitten knagen. Ik heb er toch een paar stekken van genomen, waar nog een beetje leven in zat, dus wie weet lukt het nog. Verder zijn de oleanders volgens verwachting niet meer tot leven te wekken, wel de geranium, die ik in oktober al had binnengezet. En dan hebben we daar nog de vlinderstruik, die vorig jaar al erg veel moeite had te overleven en dan ook nu de pijp aan maarten heeft overgedaan. Gelukkig had ik daar per ongeluk een stek van genomen en die staat weer wel vrolijk uit te botten op een heel andere plek in de tuin. Daar staat weer tegenover dat de bieslook hierboven gratis is komen aanwaaien.
Ik ga ook geen onmogelijke planten meer onderhouden, hoor. Als het te koud, te droog, te nat, te zonnig of te donker is, dan zoeken ze het maar uit. Tu veux ou tu veux pas, zou ik met Brigitte Bardot willen beweren. Tu veux pas? Tant pis dan maar weer.

Ik kwam deze blauwe tor ter grootte van een knoestige arbeiderspink op het tuinpad tegen
Een gesprekje over onze kruipende en vliegende vriendjes met een van de buren.
– Een slang? Doodslaan! (de buurman)
– Maar waarom in vredesnaam? (ik, Bataaf en stadsbewoner)
– Ik vind ze niet prettig (agr?¬©able), geen enkele slang.
– Nou nou, als je iedereen maar gaat doodslaan, die je niet prettig vindt, blijft er niet veel over.
– Maar d?‚Ćt doe ik niet! Vogels sla ik niet dood..
– Ja, zeg! Dat is ook niet zo eenvoudig, die krijg je niet te pakken. En kippen dan, en eenden en parelhoentjes? Dat zijn ook vogels.
– Nou ja, die hier vliegen, bedoel ik. Slangen wel. En kikkers en padden.
– Neen toch! Die beesten doen geen kwaad. Die slang (het was een ringslang), die is ongevaarlijk, die doet helemaal niks, het arme dier. Trouwens, ze doen wel wat, ze vreten die vermaledijde slakken, dus ze zijn nog nuttig ook.
– Maar ik vind ze niet prettig. Vooral padden.
– Ach, padden, die zijn zo zoet. Die diertjes doen helemaal geen kwaad, toch? Ze zitten onder een steen.
– Nou, neen, nu je het zegt, dat is eigenlijk wel zo.
Enzovoorts. Ik weet niet of mijn eco-wijfachtige praat enige zood aan de dijk zet, want waar bemoei ik me mee? Dit is – uitzonderingen daargelaten – de algemene opvatting over reptielen en amfibie?¬¥n. Alles wat kruipt, is afstotelijk. daar komt het op neer. En ik moet toegeven, sommige zijn ook eng. Dat komt natuurlijk door het eeuwenlang hameren op dat verhaal van Eva met die slang.
Neen, neen, ik ga niet opnieuw beginnen.

Kwint bewaakt zijn favoriete tool
Als ik me bij het maaien omdraai, is het gras alweer omhooggeschoten, lijkt het. Het is hier voor de verandering weer eens kurkdroog, dus kun je nagaan wat een makkelijke plant gras eigenlijk is. Dat merk ik niet bij het ontginnen, daar verzet het gras zich uit alle macht en klampt zich vast aan de aarde, maar ik ben keihard. Ik hak met de hak hele plaggen uit de aarde en mik die een eindje verderop op de plek waar ik vorig jaar die slang vond. Daar heeft zich een brandnetelveldje ontwikkeld, ook al zo’n gemakkelijke plant. Ik maak ze een kopje kleiner en verstik ze met de plaggen en hoop dat het gras sterker is dan de brandnetels. Dat hakken gaat moeizamer naarmate het droger is.

Komkommer voor de cavia’s staat klaar
Toch vordert de groentetuin. Gisteren heb ik helemaal tegen de regels van de biodynamische grondbeginselen in, kroten en venkel gezaaid: helemaal fout, want het was natuurlijk een fruitdag! Ja, er zijn talloze mensen die zich aan de kalender van Maria Thun houden, en toen ik eens ging zoeken hoe deze vork in de steel zat, stuitte ik op teksten over biologisch-dynamische landbouw en – het zal eens niet – good old antisemiet antropoof Rudolf Steiner, die achter dit geloof blijkt te zitten. Tjesus, ik keeg meteen jeuk.
Naarmate ik ouder word, word ik gelukkig intoleranter ten opzichte van gelovigen en geloof in wat dan ook. Sinterklaas, god, boze geesten, de duivel, homeopathie, antroposofie, maankalenders en astrologie, als je je hersens gebruikt en er serieus over nadenkt, dan weet je toch dat je bij de neus wordt genomen? Ik druk me nog beschaafd uit. Met veel genoegen las ik dit stuk van Bram de Boer over astrale koehoorns en preparaat 500.
(Lena, mijn moeder, vertelde ooit dat een buurman op haar groentetuinpark volgens de maan zaaide en dat die prachtige oogsten binnenhaalde. Misschien gaf hij meer water of mest, of had hij betere grond. Met andere woorden, dat ene geval bewijst niets vanwege teveel variabelen.)

Helleborus is bijna uitgebloeid
De site bevat nog veel meer smulgoed voor mensen zoals ik. De basis van mijn skepsis is ooit gelegd bij de colleges van Willem Wagenaar in Groningen, die door een man of 8 gevolgd werden, dacht ik. Die lessen waren bijzonder vermakelijk en leerzaam waarbij Wagenaar bijvoorbeeld met simpele statistische middelen aantoonde hoe de mens bedonderd wordt, omdat hij het zo graag wil. Een van die colleges ging over Uri Geller, die toen nog druk bezig was via de televisie telekinetisch lepeltjes om te buigen. Die bleek een ordinaire goochelaarsopleiding te hebben gevolgd.
Ik geloof alleen in Geoff Hamilton, die zegt dat je moet water geven als het droog is en de grond zo aantrekkelijk voor planten moet maken met behulp van compost en well rotted manure, dat ze gezond opgroeien en daardoor minder bevattelijk voor ziektes zijn. Gezond verstand en biologisch min dynamisch, dat is het hele eieren eten. Oh ja, mijn kippen. Die komen nog.
De site van Skepsis.

Morgen hoop ik meer tijd te hebben voor een stukje. Ik moet even heel hard werken aan werk, dat helemaal niets met Frankrijk te maken heeft. Er zitten nog een paar onderwerpen in de pijplijn: Schrikbewind der Verzinsels aka God Bestaat Niet, Ontmoetingen met Buren, Vorderingen van het Kippenhok en
Bess moet een Bril:


Dit is de komende tijd alweer het uitzicht, als het weer tenminste net zo mooi is als vandaag en gisteren, anders gaat de deur dicht. Ik moet alleen voorkomen dat Kwint de plaatselijke middenstand of de postbode in hun wielen en/of broekspijpen hapt, want luisteren naar de baas, ho maar. Ja, als ik met z’n brokjes rammel.
De dagen bestaan nu uit spitten, werken en lezen. Dat spitten gaat rustig en gestaag en dat vinden de buren heel verstandig, zeggen ze, terwijl ze illustratief naar hun rug grijpen of hun handen vol blaren laten zien. Ik doe precies hetzelfde. Langzaamaan, elke dag een beetje.
Ondertussen heb ik ook Lucienne bezocht en in dezelfde moeite de jaarlijkse expositie in de Salle Polyvalente, waar ik alleen maar naartoe ben gegaan in de hoop gemeenteraadslid Jeanette B. te zien, die daar vaak te vinden is. Ik wilde eens kijken of ik niet wat vrijwilligerswerk kan doen, gezellig bij bejaarden langs met boeken of eten, dat is goed voor mijn pr en mijn Frans.

Het werken aan de computer stagneert af en toe, omdat de verbinding hier op het platteland wel eens uitvalt, zoals vanochtend. Toen ik naar de grange liep om brandstof voor de motorzeis te halen – dan maar maaien voor de zoveelste keer- kwam de buurvrouw uit Ch?¬¢teauroux met stekken langs. Twee herfstanemonen, waarvan de immense stamvader in hun tuin in de stad staat, ik vergat hem vorig jaar bij ons bezoek op de foto te zetten, bonenkruid, een hortensia en een struikje anjertjes. Geoff Hamilton zou ervan zijn gaan glimmen, want het zijn de ware boerentuinplanten.
Dat bonenkruid is de vaste soort, de Satureja montana heet die, als ik goed heb gegoogled en gaat qua aroma sterk in de richting van rozemarijn.
Het boek dat ik lees is de biografie van Reve van Nop Maas. Ach, wat een fijn boek! Ik wil niet meer ophouden als ik het in bed lees, maar door dat tuinieren val ik gelukkig in slaap, anders zou ik het te snel uit hebben. En niets aan te merken op de noten, er wordt lekker doorgenummerd en elke noot is een voetnoot en staat dus onderaan de pagina in plaats van achterin, goed gedaan. Dat was al het geval bij Moedig Voorwaarts, de briefwisseling tussen Reve en uitgever Bert de Groot, ook verzorgd door Nop Maas. Die jongen heeft het helemaal begrepen.
Ik heb alleen spijt dat ik uit zuinigheid niet de gebonden versie, maar de slappe kaft heb aangeschaft, die werkelijk waardeloos leest in bed. Het boek met pagina’s van de echte VanOorschotkwaliteit zakt ineen, als ik op mijn zij liggend de liggende pagina wil lezen.
Nog beter zou het als ebook zijn, maar waar kan ik dat kopen? Nou? Waar? Dat weet bijna niemand. Voor zover ik weet is van Maas alleen Moedig Voorwaarts als ebook verkrijgbaar tegen de werkelijk belachelijke prijs van ‚Äö?ᬮ 27,90. Zo wordt het natuurlijk nooit iets.