Franse buurvrouw Simone zei aan de telefoon dat de grond nog heel koud was en ik me daarom nog geen zorgen over woekerend onkruid hoefde te maken. Ik denk toch dat ik over een week of 4 een kijkje ga nemen.
Die heisa over een terroristische aanslag, daarvan dacht ik ook al, hoe weten ze dat dan? En meteen daar weer bovenop een andere sneue puber, die op een chatsite aankondigt iedereen op z’n school te willen killen. “In Breda is een scholier aangehouden die op internet scholen in Breda heeft bedreigd. De redactie van EenVandaag zag de bedreiging in een chatbox en lichtte de politie in.”
En alsof het nog niet genoeg was: “In Oosterbeek is een 14-jarige jongen opgepakt die vier leraren van zijn school met de dood heeft bedreigd. De jongen moest vanwege zijn gedrag op het matje komen. Dat gesprek liep uit de hand. De jongen had geen wapen bij zich, meldt de politie. Hij is meegenomen naar het politiebureau.”
Of was dat ook weer dezelfde jongen van die school in Breda, want hoever ligt Oosterbeek tenslotte van Breda af? Neen, neen, ik weet wel wat er aan de hand is, alle journalisten of zogenaamde nieuwsmakers hebben teveel Gerard Joling gekaraoked.
Waarom ik dit nu vertel? Ik wilde gisteren mijn jaarlijkse IKEA-dag houden, maar er kwam iets tussen, neen, ik was niet getipt vanuit Brussel.
Zwaar gelightroomed
In plaats daarvan ging ik even naar het Muntplein voor een paar kleine dingetjes. De mensen die mij een foto zagen maken, wilden het beeld niet bederven en doken weg. Ze dachten dat ik een toerist was. Was ik eigenlijk ook.
P.S. En het gaat gewoon door, een bericht van De Pers.
Het is kennelijk aan alle kanten besmettelijk.
Alleen voor het bladerdeeg moest ik bij de grote Appie in de Jodenbreestraat zijn. Daar kocht ik desondanks allerlei overbodige troep, met als gevolg dat ik het bladerdeeg vergat. Hoe dom kan een mens zijn? Mopperend dook ik de AH op de Nieuwmarkt in. Op de bovenste foto kun je zien wat je ziet als je daar weer uitkomt, om een uur of half zes op een mooie dag in maart. Ik was weer een beetje verzoend.
Mijn vader kon altijd smakelijk vertellen over z’n reisjes die hij als ambtenaar moest maken vanwege Europese Zaken. Hij ging naar Straatsburg, Brussel en Parijs. Vroeger ging hij ook nog wel beroepshalve naar Rome, geloof ik, maar daar weet ik het fijne niet van, behalve dat er een fotoalbum van is, met ochtendlicht op het Forum. Heel mooi vonden we dat.
Naar Brussel en Parijs nam hij de TEE, de Trans Europe Express, in mijn herinnering een glanzende aluminiumtrein, maar op de plaatjes die ik nu zie, blijken het rood-gele wagons. Merkwaardig zoals je geheugen het toch weer allemaal voor je invult.
Die trein was een luxe transportmiddel, je kon alleen maar eerste klas reizen en er zat natuurlijk een echt Frans restaurant in. Wat hij daar precies altijd at, wilde hij met alle geweld aan ons kwijt, want hij was een heuse gourmet, net als de Franse heer die een keer een tafeltje verderop zat.
Deze keurige heer nam een hapje van z’n bordje met een gouden randje, legde meteen zijn bestek weer neer en commandeerde:
– Gar??üon! Le poivre!
Dit speelde in de jaren ’60 van de vorige eeuw, want ik zou vandaag toch niet meer gar??üon tegen een ober durven zeggen. De ober kwam gedienstig met het peper- en zoutstelletje aanhollen en zette dat naast het bord. De heer kreeg er een rode kop van en eiste:
– Gar??üon! Le moulin!
Dat vond mijn vader zo fantastisch, dat hij dit verhaal in de loop van z’n leven minstens 25 keer heeft verteld.
Deze Fransman had volkomen gelijk, vers gemalen peper is van een andere orde dan de Silvopeper. Er kwam bij ons dan ook snel een pepermolen in huis, waarbij mijn vader al malend elke keer riep:
– Gar??üon! Le moulin!
Ja, leuk, pap.
Ik heb jammer genoeg dit eindeloos grapjes herhalen integraal ge?´rfd.
Deze molen kreeg ik heel lang geleden van hem. For sentimental reasons wilde ik hem meenemen naar ons Franse huis, maar hij maalde niet lekker meer. Ik liet hem maar staan, want weggooien, dat kon ik nog niet.
Tot ik vandaag de geest kreeg en hem probeerde voor de zoveelste keer open te schroeven, om te zien of misschien het maalmechanisme bijgesteld kon worden of zoiets.
Openschroeven ging niet, wel schudden en ondersteboven houden. Op het schilderij van Cy Twombly (foto boven) kun je zien wat eruit viel: een paar takjes van de peperplant. Dat bleek het al die tijd geweest te zijn. Hij maalt weer en hij mag mee.
Uit plichtsbesef reed ik naar de school van de jongste, waar een tweede voorlichtingsavond werd gehouden over de profielkeuze. Ik hoorde geen nieuwe dingen.
Op de heenweg reed ik ogenschijnlijk verkeerd, want plotseling bevond ik me ik op de Vijzelgracht en keek of Maison Descartes nog niet in de bouwput was gestort, gelijk het Keulse Stadsarchief. Siebe zat op dat eigenste moment binnen te converseren, dus ik moest met eigen ogen zien of er de boel niet erger was verzakt. Veel vertrouwen wekte het rijtje gestutte huizen niet.
Ik vind het wonderlijk stil rond die tweede zandlaag.